donderdag 31 december 2015

WoNo Magazine's best read articles of 2015


The year ends. As every year the time for summing up has come once again. In the coming four days all sorts of lists come by. We start with your favourite articles of 2015. What did the viewers of this blog click on most?

10. Perceptions EP. All Comes Down

http://wonomagazine.blogspot.nl/2015/09/perceptions-ep-all-comes-down.html

9. Lover Less Wild EP. Morgan Mecaskey

http://wonomagazine.blogspot.nl/2015/02/lover-less-wild-ep-morgan-mecaskey.html

8. Roll and Roll. Palio Superspeed Donkey live in Rotown

http://wonomagazine.blogspot.nl/2015/03/rock-n-roll-palio-superspeed-donkey.html

7. Shamanaid. My Baby

http://wonomagazine.blogspot.nl/2015/07/shamanaid-my-baby.html

6. Supermoon. Sophie Hunger

http://wonomagazine.blogspot.nl/2015/04/supermoon-sophie-hunger.html

5. All Is Waiting. Jodymoon

http://wonomagazine.blogspot.nl/2015/06/all-is-waiting-jodymoon.html

4. Thuis en de Tiende. Een interview

http://wonomagazine.blogspot.nl/2015/04/thuis-en-de-tiende.html

3. The March. Stephanie Fagan

http://wonomagazine.blogspot.nl/2015/06/the-march-stephanie-fagan.html

2. Three Glorias. Bonnie 'Prince' Billy and Broeder Dieleman

http://wonomagazine.blogspot.nl/2015/04/three-glorias-bonnie-prince-billy-and.html


Photo: Wo.

1. All Comes Down live. Gebr. De Nobel

http://wonomagazine.blogspot.nl/2015/02/all-comes-down-live-gebr-de-nobel.html







See you all next year. Have good one.

.No and Wo.

woensdag 30 december 2015

Erwin Zijlemans plaat van 2015: Down To Believing. Allison Moorer

Aan het eind van het jaar werkt de redactie van WoNo Magazine traditiegetrouw aan de enige, echte WoNo Magazine. Daarbij vragen we ook wat is jouw absolute favoriete plaat van 2015? Dat kost Erwin moeite, maar het lukt hem wel.

Nu heb ik in het afgelopen jaar een paar keer aan het einde van zijn recensies gelezen: "Dit wordt de plaat van het jaar". Die klopten allemaal niet, want het werd deze, Down To Believing van Allison Moorer. Het toeval wil, dat deze plaat nog niet op dit blog was verschenen. Bij deze dus als nog.

Het is nauwelijks te geloven dat het al weer 17 jaar geleden is dat het debuut van Allison Moorer verscheen.
 
Alabama Song uit 1998 bewoog zich nog voor een belangrijk deel op het terrein van de ‘contemporary country’ uit Nashville, maar ook liefhebbers van alternatieve country-varianten hoorden de potentie van de jongere Amerikaanse.
 
Dat kwam er voorzichtig uit op The Hardest Part uit 2000, maar echt goed was Allison Moorer voor het eerst op het in 2002 verschenen Miss Fortune.
 
Twee jaar na deze plaat verraste Alison Moorer met het stevig rockende The Duel, dat ik persoonlijk nog altijd koester als de beste plaat van de Amerikaanse singer-songwriter (maar dat is een mening die zeker niet breed wordt gedragen).
 
Allison Moorer staat sindsdien garant voor kwaliteit, al valt haar productiviteit helaas wat tegen sinds ze een aantal jaren geleden in het huwelijk trad met Steve Earle en een kind van hem kreeg.
 
Dat huwelijk is inmiddels op de klippen gelopen en ook het moederschap blijkt door een autistische stoornis bij haar zoon niet makkelijk. Het heeft allebei zijn sporen nagelaten op Down To Believing, de opvolger van het uit 2010 stammende Crows.
 
Voor Down To Believing keerde Allison Moorer terug naar Nashville en deed ze een beroep op producer Kenny Greenberg; de man die ook haar eerste twee platen produceerde. Toch ligt Down To Believing niet in het verlengde van de eerste twee platen van Allison Moorer, al is het maar omdat Allison Moorer ook op haar nieuwe plaat weer met enige regelmaat kiest voor een wat steviger geluid.
 
Veel songs op de plaat raken aan de countryrock uit de jaren 70 of aan de rootsrock die Allison Moorer op The Duel omarmde, maar Allison Moorer is ook haar Nashville roots niet vergeten en overtuigt ook met hartverscheurend mooie ballads.
 
Down To Believing is in muzikaal opzicht een pittige en geïnspireerd klinkende plaat, wat prima past bij haar al even krachtige stem. In muzikaal en vocaal opzicht zat het eigenlijk altijd wel goed bij Allison Moorer, maar wanneer je Down To Believing vergelijkt met haar vorige platen, klinkt de nieuwe plaat toch anders.
 
Het heeft vooral te maken met de kwaliteit van de songs op de nieuwe plaat van Allison Moorer. Down To Believing is een hele persoonlijke plaat en dat hoor en voel je. Allison Moorer vertelt op haar nieuwe plaat indringende verhalen en doet dit met hart en ziel. Het maakt van Down To Believing een enorm intense plaat.
 
Die intensiteit wordt alleen maar groter wanneer in muzikaal opzicht flink uitgehaald mag worden en ook in vocaal opzicht het gaspedaal helemaal open mag. Het is de Allison Moorer waar ik van hou, maar nog niet eerder was het zo goed en gedreven. Na enkele luisterbeurten vind ik Down To Believing net zo goed als The Duel, al was die plaat nog net wat rauwer. Het wordt gecompenseerd door heel veel doorleving en emotie.
 
Down To Believing valt zoals gezegd op door geweldige songs, maar ook als Allison Moorer zicht vergrijpt aan Creedence Clearwater Revival’s Have You Ever Seen The Rain blijft ze moeiteloos overeind. Het is veelzeggend. 

Overigens verdienen ook de muzikanten op deze plaat en producer Kenny Greenberg een eervolle vermelding in deze recensie, want Down To Believing is niet alleen een uiterst veelzijdige plaat, maar klinkt ook prachtig. Allison Moorer’s beste plaat tot dusver? Ik denk het eerlijk gezegd wel.

Erwin Zijleman

Je kunt hier luisteren naar 'Down To Believing':

https://www.youtube.com/watch?v=ax5j05KgQow

of kopen op Bol.com

dinsdag 29 december 2015

Takin' Over. The Unterribles

The Unterribles? What kind of name is that for a band? A strange one, but then who care if the music is o.k. I saw The Unterribles last August as support act of All Comes Down. At the time I did not write about the band as I expected to write on the album I bought soon. That never happened. Takin' Over sort of got on that pile of records on the to do list and fell off somewhere in the past months. Time to make up. While summing up 2015 I ran in to a few albums that I decided to give a (second) listen to to review early on in January. The Unterribles made that cut. It even comes first, in December.

The Unterribles, from Noordwijk, is around since 2010 and has a previous album to its name, 'Van Vuigorcum'. Takin' Over was released in april 2015.The band members are: Robby Caspers, guitar and vocals; Roy Hoogervorst, guitar and backing vocals; Rolf Valkema, bass and backing vocals and P.B. Maiburg, drums. On stage it seemed to me that Caspers had three people playing for him. As his ego seemed a lot larger than the others'. Hoogervorst was allowed to excel in the solos though. Certainly in the great riff of 'SleepLarper', which impressed me a lot at the time and does so again on record.

Takin' Over was recorded by Caspers Sr. Taking into account that this is a DIY recording the fan has nothing to complain about. The rock of many feathers comes to us clear in sound and catching the deep rock riffs in all the right ways. This is just what The Unterribles is, a rock band that shows all sorts of influences from late 60s and 70s hard rock right up the grunge of the 90s. The sort of rock that always remembers that a song needs a melody, a recognisable riff and a head and a tail.

Those following this blog know that hard rock is not the sort of music that gets a lot of attention on this blog. The fact that Takin' Over gets a spot is telling. The Unterribles seem to pick out those elements from rock's history that appeal to me and add some fun little elements that make some of its songs stick out.

For one The Unterribles are able to play within the context of the song. 'Desert Song' has many a twist and some great dynamics. Without creating a mess of moods the band came up with parts that make the listeners curious for what to expect next. Another example is where the sound and style of The Cult's lead guitar (ist, Billy Duffy) is recreated ('Minotaur').

What necks The Unterribles is when Soundgarden comes around. Not that the composition is lacking in quality. It's the deepness of the sound that is not matched. Perhaps it is the difference in production options that is to blame here. On Takin' Over it is not the music that is very original. Fans of the genre may be able to mention a thousand guitarists who are better, but I like the guitar playing here. There are some great riffs and solos to enjoy.

Finally some complements for the artwork by J.P. Maiburg and his partner Robert Dines at Suitupstudio. They really put some effort into making this cd stand out.

Wo.

You can listen to and buy Takin' Over on the Bandcamp page of The Unterribles

http://theunterribles.bandcamp.com/track/takin-over

maandag 28 december 2015

La Vie Est Belle/Life Is Beautiful. Petite Noir

Petite Noir is het alter ego van Yannick Iluga. Deze Yannick Iluga werd geboren in België, heeft zowel Angolese als Congoleze roots, groeide op in Zuid-Afrika en opereert tegenwoordig vanuit Londen. Het is de voedingsbodem voor muziek die echt met geen mogelijkheid in een hokje is te duwen.
 
The Guardian probeerde het onlangs met ‘the sound of Joy Division's Unknown Pleasures meeting Paul Simon in Graceland’ en dat is niet eens een gekke poging.
 
Petite Noir heeft op zijn debuut La Vie Est Belle/Life Is Beautiful een voorliefde voor aardedonkere Britse postpunk en new wave en combineert dit met invloeden uit de Afrikaanse muziek. Het heeft geleid tot het etiket ‘Noir Wave’, maar dit etiket vertelt maar een deel van het verhaal.
 
Op zijn debuut laat Petite Noir immers horen dat hij ook niet vies is van lekker bombastische 80s (synth)pop en ook invloeden uit de hedendaagse pop en R&B hebben hun weg gevonden naar La Vie Est Belle/Life Is Beautiful.
 
Persoonlijk doet de plaat me qua avontuur en veelzijdigheid nog het meest denken aan de briljante platen die Peter Gabriel aan het begin van de jaren 80 maakte; platen die hun tijd ver vooruit waren en dat nog steeds zijn. Het geldt ook voor het debuut van Petite Noir.
 
Het ene moment hoor je flarden Joy Division, het volgende moment is het toch weer Bowie of zelfs Depeche Mode, maar voor je het weet zijn de straten van het grauwe Londen uit de jaren 70 toch weer verruild voor broeierige Afrikaanse klanken of sta je opeens midden in de zwaar aangezette pop scene van de jaren 80 of in de hedendaagse dance scene.
 
Petite Noir verpakt al die invloeden in aanstekelijke songs, maar het zijn ook songs die vol verrassingen zitten. In muzikaal opzicht steekt het allemaal knap in elkaar, terwijl de vocalen een combinatie zijn van alles wat groot was in de jaren 80. Het is heel lastig in een hokje te duwen, maar dat is ook direct de kracht van La Vie Est Belle/Life Is Beautiful van Petite Noir. Bijzondere plaat.

Erwin Zijleman

Je kunt hier luisteren naar 'La Vie Est Belle/Life Is Beautiful':

https://www.youtube.com/watch?v=IpU4sKDP9Gw

of kopen op Bol.com


zondag 27 december 2015

Works For Tomorrow. Eleventh Dream Day

Works For Tomorrow starts fairly normal. A long intro of driving guitars, drums and bass. Somewhat indie, punky, but nothing out of the ordinary. Nothing much prepared me for the kick in the teeth singer Janet Beveridge Bean produces when she really starts singing. She totally goes wild at a certain point in 'Vanishing Point' setting a high level of expectations for the rest of Works For Tomorrow. Is that level met?

To my surprise Eleventh Dream Day exists for 32 years and this is the very first time I'm exposed to the band that released its first EP in 1987. 12 Albums preceded this one. Be it my first, it leaves something to explore, as this is some first album to be exposed to. Coming from Chicago, the band is completed by guitarist and co-lead singer Rick Rizzo, bassist Doug McCoombs. Mark Greenberg plays all keys. Live there is a second guitarist, Jim Elkington.

The music on Works For Tomorrow has a punky undertone and sometimes more than that. On top of that a lot can be heard. The almost inevitable The Velvet Underground is there, but then so are so many other sounds and bands that followed down the years, right up to Band of Skulls. It is much more interesting to focus on this album, but now you have some references.

Works For Tomorrow is totally raw. There is no holding back at times, although some of the songs at heart could be played in a totally other idiom. Feedback can be found in many places on the album, from which a blistering intro, pounding guitar strums or solo grows. The songs can be as monotonous as The Velvet Underground's, but are so alive. Eleventh Dream Day manages to find the melodies despite the chords are sparse and that makes a song like 'Go Tell It' extremely exciting. Actually it is totally wow.

The great thing about this album is that the storm does not lie down, without losing tension. There is no too much of a good thing on Works For Tomorrow. The band manages to work around some clichés in the genre by really kicking in some effects. Playing guitar like riding a rodeo without ever losing control. Feedback is a dangerous tool to work with as a musician. Before you know it all are covering their ears or start running away. No such thing here.

Moving on into the album a final reference comes to me. The loud Neil Young can certainly be mentioned. Even a little in the way Rizzo sings. (Like Young) both Bean and Rizzo are not great singers. No lead roles in a choir here. Both their voices fit the music of the band, where Bean has to strain a little more at times.

There is no real need to single out songs. All are at a pleasantly high level. Sometimes even played at a subtle level. I'm entertained and have discovered a great band. Time to search backwards.

Wo.

You can listen to 'The People's History' here:

https://www.youtube.com/watch?v=NnopwofhWoo

or buy on Bol.com


zaterdag 26 december 2015

Anna Laube. Anna Laube

Anna Laube is een jonge Amerikaanse singer-songwriter, die via Iowa City, Madison, Austin en het Belgische Luik (!) uiteindelijk in San Francisco is terecht gekomen.
 
In kleine kring timmert Anna Laube inmiddels al een aantal jaren stevig aan de weg, maar als het Engelse muziektijdschrift Mojo onlangs geen aandacht had besteed aan haar nieuwe plaat, was ik Anna Laube waarschijnlijk nooit op het spoor gekomen.

Ik ben blij dat dit wel is gebeurd, want de titelloze nieuwe plaat van Anna Laube is er één die zich steeds nadrukkelijker opdringt.
 
Anna Laube kan op een groot aantal instrumenten uit de voeten en weet bovendien hoe je een plaat moet produceren. Haar titelloze plaat klinkt daarom een stuk volwassener en vooral ook veelzijdiger dan die van de meeste van haar soortgenoten.
 
Invloeden uit de folk domineren, maar Anna Laube gaat op haar plaat ook aan de haal met invloeden uit de country, blues en jazz, waardoor ze je aan de ene kant steeds op het verkeerde been zet, maar aan de andere kant ook steeds weer weet te verleiden met een iedere keer net wat ander geluid.
 
Het is een geluid dat vergeleken met dat op de meeste andere singer-songwriter platen verrassend vol klinkt en bovendien vol avontuur zit, zeker wanneer Anna Laube haar geluid verrijkt met blazers.
 
Het is een geluid dat eisen stelt aan de vocalen en ook op dit terrein maakt Anna Laube indruk. De Amerikaanse is voorzien van een mooi helder stemgeluid, dat uitstekend uit de voeten kan in de meer ingetogen songs, maar ook krachtiger kan uithalen als dat moet. Het is een stem die ook nog eens is voorzien van een prachtig rauw randje, wat de songs van Anna Laube voorziet van emotie, urgentie en doorleving.
 
Heel af en toe hoor ik wat van Natalie Merchant, maar de titelloze plaat van Anna Laube roept ook associaties op met onder andere Norah Jones en Neko Case. Stuk voor stuk zwaargewichten die goed zijn voor platen van hoog niveau. Anna Laube heeft zich nog niet geschaard onder de zwaargewichten, maar met haar platen is echt helemaal niets mis.

Erwin Zijleman

Je kunt hier luisteren naar 'Sugarcane':

https://www.youtube.com/watch?v=cp8rs-8HsFY

De titelloze plaat van Anna Laube ligt niet in Nederland in de winkel, maar kan onder andere worden verkregen via bandcamp (https://annalaube.bandcamp.com), cdbaby (http://www.cdbaby.com/cd/annalaube4)

donderdag 24 december 2015

Merry Christmas


It's that time of the year again. Winter has started. It is about 5 or 6 or even more degrees warmer than normal for the time of the year. People are dining and drinking on the terraces. Trees are in bloom, pollen flying around and some plants are budding. Butterflies our flying, some insect bit me. Wait, something's wrong. It's not even Christmas yet and pre-spring is upon us.

Winter will probably come one of these days. In the meantime WoNo Magazine wishes you a Merry Christmas, enjoy the days off and up towards a great start in 2016! May we hear loads of beautiful music in the new year and have the time to write and read about it.

Tomorrow, a surprise, so be on the look out for it.

As it is the time of the year of favourite songs in lists, let me present my favourite Christmas songs. In general I'm not one for these kind of songs. I have a high intolerance for the Mariah Carey sleighbell variety. There are some great ones of course. Two even got reviewed on this blog.

1. Happy Xmas (War Is Over). John Lennon, Yoko Ono & the Plastic Ono Band with the Harlem Community Choir.

2. Do They Know It's Christmas. Band Aid

3. Come, You Long Expected Jesus. Morgan Mecaskey

4. Merry Xmas (Everybody). Slade

5. Ding Dong. George Harrison

6. Last Christmas. Wham

7. Listen, The Snow Is Falling. Labasheeba

8. Please Come Home For Christmas. Eagles

9. Feliz Navidad. José Feliciano

10. Fairytale Of New York. The Pogues and Kirsty MacColl

11.Stop The Cavalry. Jona Lewie

And this is the one I used to sing with fervour: Gloria In Excelsis Deo. O-o-o-o-o forever.

Enjoy, we are of for Christmas carols in the park. Why not? It's 10 degrees outside.

On behalf of my co-editor .No, and all WoNoblog authors,

Wo.

Another Half Life. And The Golden Choir

This album was on my to do list for some time. Each time again I listened to it, but did not start writing. I was intrigued, but every time I listened I did not really get a grip on, could find a way into writing. The music is as elusive as the shadows on the sleeve. So where to start?

So let's start simple. The person in the cover picture reminds me faintly of Tim Christensen. Why not, it's as good as any start. Musically the music isn't though. To my surprise Tobias Siebert, who is And The Golden Choir, is German and active since 2000 in bands, as producer, in a long list of productions. Siebert is a member of the band Klez.e and plays guitar in the band Delbo and owns a record label called Loob Music. How much can a man do without me noticing anything he has done so far, at least for as far as I'm aware? A lot it seems, considering the fact I tend to keep up with music in a modest but active way.

Another Half Life is his first album under the name And The Golden Choir after releasing two EPs previously. The music reminds me mostly of Radiohead of the more spacey, floating kind. Not the latter art rock Radiohead. It has the same dreamy qualities as 'Kharma Police'. In the singing sometimes David Bowie shines through, but minimally.

Another Half Life starts a capella in the title song. Siebert sings with himself in a few layers in slightly deeper regiment of his vocal range and as laden as if in church. This vocal with a touch of sacredness is the intro to an album that, taking it all in, can be characterised as serious. Directly into the first song with instruments, 'The Transformation', the Radiohead quality with Bowie vocals presents itself. Next to this the song has an inner beauty that shines through easily. The seriousness that is on top of it all allows for the beauty to flow freely.

A notable moment is 'My Brothers Home'. A serious, sad song that has something uplifting none the less. That small change in the chorus works a miracle for the mood of the song. Something that was very well done with a lot of feeling put into it. The trick seems simple, just add some more stamina and instruments, but is done in exactly the right place and the build up is fantastic ending in one of the most jubilant pieces on Another Half Life, without losing the subdued seriousness for a second.

The moment Another Half Life starts to lose my attention, as in a fear for too much of the same, And The Golden Choir positions the piano even more prominently, as in higher register notes and "an Abba" way of piano playing, into the music, shifting the predominant mood of the album, varying in all the right places. The piano does not only grace the songs but now colours them as well. They add a lighter touch which brings songs like 'New Daily Dose' and 'Choose To Lose' very much alive.

Having said that, Another Half Life is a darkish album. Moody and without a show of open joy. At the same time this album celebrates the joy of making music. Listen to the light touches that were woven into 'The Hunter Of Soul'. Higher notes mixed left and right from the elementary percussion in the middle. A sad, even desperate song with inner beauty on all sides.

For those who are not afraid of some sadness and despair there is a lot to enjoy on Another Half Life. And The Golden Choir has released an album that is not one to instantly like, but very much worth the investment of establishing a relationship with.

Wo.

You can listen to 'Dead End Street' here:

https://www.youtube.com/watch?v=wh8thIi8ptI

or buy on Bol.com


woensdag 23 december 2015

Picking Up The Pieces. Jewel

Ik weet niet eens meer wanneer het precies was, maar wat werd ik van mijn sokken geblazen door het akoestische concert dat de Amerikaanse Jewel (Kilcher) ergens halverwege de jaren 90 gaf in het Amsterdamse Paradiso.

Hetzelfde gebeurde overigens bij beluistering van haar debuut Pieces Of You uit 1995, dat ik nog altijd koester als één van mijn favoriete platen aller tijden.

 
Pieces Of You was feitelijk een wat bij elkaar geraapt zooitje met flink wat live opgenomen songs, maar wat wist Jewel te imponeren met haar stem en haar mooie en bijzondere verhalen.

 
Het niveau van Pieces Of You wist Jewel vervolgens helaas niet meer te benaderen, mede omdat ze de folk waarmee ze twintig jaar geleden zoveel indruk maakte verruilde voor steeds meer pop, tot de pure kauwgomballenpop van 0304 uit 2003.

 
De afgelopen jaren maakte Jewel helemaal niets bijzonders meer, maar bijna uit het niets is ze terug met Picking Up The Pieces. Op de cover van de plaat, waarvan de titel mogelijk verwijst naar haar debuut, maar ook naar haar echtscheiding, oogt Jewel nog net zo fris als twintig jaar geleden en gelukkig geldt dit ook voor haar muziek.

 
Van alle platen die Jewel de afgelopen twintig jaar heeft gemaakt, lijkt Picking Up The Pieces het meest op het glorieuze debuut van de singer-songwriter, die opgroeide in Alaska, een ster werd in San Diego en inmiddels al geruime tijd vanuit Texas opereert.


Op Picking Up The Pieces maakt Jewel weer mooie intieme folksongs, die vaak genoeg hebben aan een akoestische gitaar en haar geweldige stem, die mooie verhalen vol humor vertellen, al komt dit keer ook het nodige leed voorbij. Weg is vrijwel alle opsmuk, weg zijn de flirts met hitgevoelige popmuziek. Jewel is weer de gedreven singer-songwriter die ze ooit was.
 
Mijn liefde voor Jewel was de afgelopen jaren wel wat bekoeld door de niet te verdragen kerstplaten en platen met kinderliedjes, maar met Picking Up The Pieces heeft Jewel me weer helemaal te pakken.

 
Rodney Crowell en Dolly Parton zingen een deuntje mee, maar uiteindelijk draait alles om het uitzonderlijke talent van Jewel, die dan eindelijk haar glorieuze debuut weet te benaderen of zelfs te overtreffen. Ja, echt. Het moet gek lopen wanneer dit niet mijn favoriete plaat van 2015 gaat worden.


Erwin Zijleman

Je kunt hier luisteren naar 'Pretty Faced Fool':

https://www.youtube.com/watch?v=T3LtNVaodfg

of kopen op Bol. Com


Live session. The Future's Dust

A still from Eurosonic 2014
After a long silence The Future's Dust is back. As a teaser the band released a live session on You Tube recently.

The leaving of singer Rosan Rozema was painful on all sides and led to all sorts of negative publicity. The four that remained decided to continue the name and is under way to releasing the first album. So is Rozema. In other words, we will try to be on it all.

Early 2014 this blog reviewed the EP 'Marrakech' more than favorably. So yes, we were curious what the new music would bring. In this live session The Future's Dust moves between near silence to a storm, all filmed in moody shades, blues and purples. An impressive piece of music that makes more than curious to what lies in store for 2016.

Time to start listening. I have and it is exciting.

Wo.

Click for the live session here:

https://www.youtube.com/watch?v=4ihf9G6T5lY

dinsdag 22 december 2015

Ham. Lucas Hamming

This spring Lucas Hamming played the support-after show of Sunday Sun touring behind his debut EP The Perv In Perfection. Both reviews can be found on this blog. Now we have a full album and I don't mind admitting up front that Hamming delivers on his promise.

In the past month and something his latest single is on the radio. Now that I'm listening to the album it is that I start to notice how good and subtle the single really is. 'Never Let You Down' on the radio is this prickly pear kind of song. Now, with a better sound and all present on my headphones, it is that I start noticing how subtle the song also is. That total and utter pop feeling is unleashed fully from the multi layers of the song. The prickly chords are what gets noticed first. By maneuvering between them, I get to the sticky sweetness in the middle. In other words an extremely good song. And 'Never Let You Down' is only the beginning of the fun.

Ham is an impressive album for a debut. Hamming manages to impress with songs that are in different realms as well. He battles with Sunday Sun in a direct way in the rock ballad 'Make Me Care'. His approach is more direct and louder in some parts of the song, but the melody and the harmonies are just as sweet. The mix between pop and indie rock is impeccable. On record the two acts are much closer than I'd expected on the basis of the show. Lucas Hamming is much louder and pure rock. On record things The Beatles come forward in the melody, some of the guitar sounds, a typical Beatles chord here and there and not to mention the oohs and aahs and the harmonies in general. That Lucas Hamming is not afraid to lend something that proved to work in the past, is shown in 'Fool' where the build-up of Bowie's 'Let's Dance' comes by twice in further totally different song.

The more I listen to Ham the more the album surprises me. I had expected a nice debut album, with some fair tunes, but not outstanding. Slowly the realization creeps on me that Ham is a pretty perfect first album by the 22 year old from Blaricum. The album does not score high on the originality list, but then who does in 2015? The album scores high on other points, as there are, working with the music of the past decades in extremely pleasant ways and a lot of enthusiasm. Lucas Hamming and his crew know just what to do and do that extremely well.

To find a downside, 'Fast And Loose' is not my favorite. The song has a soul kind of singing. High up and fleeting. The rocking 'Mr. Irresponsible' with its pleasant guitar riff and strong rhythmic playing makes up for this small laps instantly. In all the songs that follow there are these instantly recognizable elements, that tickle something hiding in my memory. Because of this the only thing I doubt at this point in time is whether I will build a lasting relationship with Ham. It pleases simply too easy it seems. As this is a first album the coming years will tell us who Lucas Hamming really is, when he has the time to truly find his own voice.

For now Ham is a nice debut album that knows a few true highlights. Not unlike Douwe Bob's first album. In the meantime I'm going to enjoy every note of it.

Wo.

You can listen to 'Never Let You Down' here:

https://www.youtube.com/watch?v=RbYF6lmdkos

or buy on Bol.Com




maandag 21 december 2015

Crush (EP). Jesse Mac Cormack

Jesse Mac Cormack made an impression of some kind as support act to Sophie Hunger early December at Tivoli in Utrecht. Not that I was totally convinced. His presentation and the intensity with which he played his songs, did make me curious for more. At the show he sold two EPs and this is one of them.

Jesse Mac Cormack is from the Canadian city of Montreal and used to be the front man of the band Mak, before he decided to go at it alone. Listening to Crush I all of a sudden get it why they let this man play support for Sophie Hunger. They are sort of soulmates. Mac Cormack is able to lay the same musical undergrowth in his music, giving it something mysterious with a hint at the magical.

On this four song EP he does everything except presenting himself and his music as ugly as possible. (See my review of his show.) Far from even. The intensity is there though, although the distance between me and the artist on record is huge and can well account for that.

I remember he played 'Ask For It', the opening song of Crush. The dark song comes close to his live performance. The distorted guitar sounds gritty and dirty. Supporting all the things the singer did not ask for but happened any way. Later a second guitar enters. The mood changes again when a section comes by in which the voice is only supported by percussion. The mood becomes more tense, the things happening to the singer intensify also and turn into an ugly dream. The music underscores that in an almost terrifying way. The song fleshes out more and more, grows and grows in several ways, one of which certainly is greatness.

At this point into the EP I am already hearing what I had hoped to hear on the basis of his show. Although it may all sound lo-fi and elementary, Jesse Mac Cormack comes across as an authentic voice. On record just this little less confronting and more (a) whole.

'No Other' is another song that only has the bare necessities, yet is so rich in sound. All these little things go on in the corners of the song. Percussion, notes on the guitar crawl around like bugs in the dead leaves underneath the hedges or become more prominent like a hedgehog would among the same leaves. And then that undercurrent on a keyboard comes in suggesting the same mood that Sophie Hunger has on her record 'Supermoon'. Dead serious 'No Other' is if not from the nether world itself. In a way the song is scary.

The same goes for 'Too Far Into'. A song that goes down to the marrow. Again intense, sung with a high voice and only those notes are played that are truly necessary. Drums, sonic storms hover in the background. Perhaps played at earsplitting level in the studio, but mixed way in the background like a thunder storm on the horizon that may or may not come your way. In 'Too Far Into' it does reach me. Everything and more pours over me. A song to submerge into and surrender oneself to.

It all ends with 'He Knows' and by then I do know that Jesse Mac Cormack is a talent who makes the sort of music that will never make him famous, but stands out in many ways. 'He Knows' is a ballad and a much kinder song than the other three. The fingerpicking is more traditional. It is the keyboard that lays the by now familiar threatening atmosphere over the song. Again making a song special.

Crush is not your run of the mill singer-songwriter album, but a singer-songwriter album it is. Jesse Mac Cormack comes closest to Bonny 'Prince' Billie, should I be forced to provide a comparison. And that is a compliment as far as authenticity goes.

Wo.

You can listen to 'He Knows' here

https://www.youtube.com/watch?v=XRaO_ubiiIE

zondag 20 december 2015

Bluenote cafe. Neil Young and the Blue Notes

It was in the town of Mudgee in New South Wales that I bought my first Neil Young LP. 'Like A Hurricane' was played on the only pop music broadcast on the local radio between 10 and 12 at night. 2MG even repeated whole shows every once in a while, so I got to know which songs were played before they came on. 'American Stars 'n' Bars' was and is a strange hybrid of an album, but contained Young's best electric song to date. A year later back home in NL I found that Neil Young does what he wants to. 'Comes A Time' was so much different and what to think of 'Rust Never Sleeps' another year later?

In the 1980s things even became more weird. Neil Young was sued by his record company, DGC, for not being Neil Young. He really tried out everything he wanted to try out. One of those albums was released in 1988 as Neil Young and the Blue Notes called 'This Note's For You'. A big band album, which I liked at the time, but haven't played for years. Now there is a live registration from the time, with Neil Young with all this brass copper around him. It is a total winner. Glorious and every note is for me (and you of course).

The sound is huge, suave rock and roll and bluesy. Neil Young emulates a rock and roll orchestra in the grandest of words and ways. 'Welcome To The Big Room' starts in this huge, blown up vain. A rock and roll guitar, the drums pounding on the backbeat, creating this feeling of laziness, over which the horns blow in a full and luscious force. Somewhere in all that violence a warm Hammond is hiding and as an icing on the rock and roll cake Young plays his solos. Fiery, rough and loud. It all reminds me of the blues of T-Bone Walker. That too neat version of the blues to my taste, trying to tie in with the Frank Sinatra sound. With that enormous distinction: the grit and dirt that The Blue Notes put into their playing and the solos of Mr. Young himself of course.

Armand may sing in a derogatory way about the blues, when played in this way, I can live with it all day and all night long. The intro of 'Don't Take Away Your Love From Me' is one of those that could continue kind of for ever. The horns truly weep once Young starts singing. The blues is deep and heartfelt. People are most afraid of what they fear and that is going on in this song. Unless she is already standing in the door with a suitcase in her hand of course.

Bluenote Cafe captures shows this band played in 1987 and 1988, so is not truly a live show captured, but an amalgam. If they put the arguably best rendition of each song on the double album then they made the right decision. If anything this album is so totally alive and some of the songs are just smoking. I saw Neil Young play with Crazy Horse late in May 1987 in Rotterdam following up on the half succeeded 'Life' album. There was nothing there that prepared me for what I'm hearing now. Neil Young lives in all his incarnations, but he seems to be just this little extra alive here. His heart is really, really into what is happening here and the band does all these little extras as well. Crazy Horse is present here, snowed under all the horns. 'Ten Men Working' indeed.

When the tempo and rock level goes up as in 'Life In The City', the horns keep up. Neil plays this dirty lick and the trumpets and saxes just go of. The bass pumps on relentlessly. Together the song comes alive and is a dangerous as snake.

The fun ends with an almost 20 minutes rendition of 'Tonight's The Night'. The roof simply came off in New York.

Two albums long I'm glued to my speakers, so much fun is coming out of them. From out of nowhere a second Neil Young album presented itself for my shortlist of 2015. Bluenote cafe is, as far as I'm concerned, the best Young released in his performance series so far. A surprise, as I wasn't even aware that he had toured with a band like this. If you're a Neil Young fan, Bluenote Cafe is an album you are not to miss. One of the highlights of his career.

Although I had promised myself never to go to a Neil Young show again, somewhere around 1999 or 2001, I just bought some tickets for the show in Ziggo Dome coming July. More on Neil then, but for those who can't wait: 1 January 2016........ Tune in again then.

Wo.

You can listen to 'Crime and the City' here:

https://www.youtube.com/watch?v=EuuuW3M93K4

or buy at Bol.Com


zaterdag 19 december 2015

Music Complete. New Order

Een nieuw album van New Order leek me op voorhand vooral overbodig. De band maakte na het trieste einde van Joy Division in de jaren 80 een aantal verrassend goede albums en wist ook in de jaren 90 en de jaren 00 nog één keer te verrassen met een prima album. Voor het laatste goede album van New Order moesten we inmiddels echter zo’n 14 jaar terug in de tijd en bovendien moet New Order het tegenwoordig doen zonder de zo kenmerkende baslijnen van Peter Hook.
 
Geen hoge verwachtingen kortom, maar Music Complete valt me zeker niet tegen. Tegenover het vertrek van Peter Hook staat de terugkeer van toetsenist Gillian Gilbert en deze drukt nadrukkelijk zijn stempel op de eerste New Order plaat in 10 jaar tijd, want het is lang geleden dat New Order zo elektronisch klonk.
 
New Order heeft dit keer niets aan het toeval overgelaten. Het koos voor drie producers (Tom Rowlands, Richard X en Stuart Price) die weten hoe een moderne dance plaat moet klinken en trok bovendien een blik gasten van naam en faam (La Roux, Brandon Flowers, Iggy Pop) open.
 
Music Complete laat dankzij de impulsen uit de hedendaagse dance een wat moderner New Order geluid horen, maar de band grijpt ook nadrukkelijk terug op de elektronische muziek uit de jaren 70 (variërend van Kraftwerk tot synths die onmiddellijk herinneren aan de muziek van Giorgio Moroder).
 
Hiernaast klinkt Music Complete ook verrassend vaak als 'vintage New Order'. De nieuwe bassist klinkt af en toe als Peter Hook en ook de toetsen, gitaarlijnen en wat onvaste zang van Bernard Summer herinneren aan de vroege platen van de band.
 
De mix van oude en nieuwe invloeden klinkt uiteindelijk zeker niet overbodig, maar is opvallend fris en meer dan eens vrijwel onweerstaanbaar. Verrassend sterke plaat dus van een band die door menigeen (en ook door mij) al lang was afgeschreven.


Erwin Zijleman

Je kunt hier luisteren naar 'Restless':

https://www.youtube.com/watch?v=NPAfi6fbvTk&list=PLYPsRgFn5c4vwr5C9KxvKuXxVdnJXFkkH

Of hier kopen op Bol.Com

 

vrijdag 18 december 2015

De Kift in de kerk. Paradijskerk, Rotterdam. 17-12-2015

Ik dacht dat De Kift in Rotown speelde, maar dat bleek twee deuren verder te zijn in een kerk van de oud katholieke gemeente. En werkt dat, een band in een kerk? Ja, dat viel alles mee om niet te zeggen: het was bijzonder.

De Paradijskerk is een neo-baroke kerk aan de Nieuwe Binnenweg te Rotterdam en zoals de panden daar omheen gebouwd in het eerste decennium van de vorige eeuw. "Modern" baksteen dus van buiten. Van binnen ziet het eruit als een Duitse, Franse of Italiaanse kerk uit de 18e eeuw. Weldadige overdaad, noem ik het altijd. Het is heel precair wanneer het weldadige stopt en de overdaad de overhand krijgt en ronduit stuitend wordt. Het calvinistische gemoed van (oud) katholiek Nederland zorgde duidelijk voor een goede balans.

En oud katholiek. Hoe zat dat ook al weer? Ooit heb ik het geleerd. Hoe dan ook ketters natuurlijk, volgens Rome. Inderdaad heeft "jansenisme" er iets mee te maken. Het draait om een protestantse invloed op de godsbeleving in het katholicisme. Bepaalt Rome of een land, een geloofsgemeenschap of jijzelf hoe het zit? Zoals ik het gisteravond omschreef aan een vriend: "protestanten mogen denken wat ze willen, maar mogen niets in het leven, katholieken mogen alles in het leven, maar mogen niet zelf nadenken over het geloof". Laat ik het er op houden dat ik voor dat leven gekozen heb.

Wel bijzonder dus, een popconcert, want zo wil ik het wel noemen, in een kerk, die in alles nog een kerk is. De oude, houten kerkbanken stonden er nog, de band op het altaar, met alle eisen die op de rider staan in de sacristie. De sfeer was aanvankelijk ook wat gedragen. Bij het stapsgewijs doven van de lichten werd het ook echt stil, zoals voor een mis. Ferry Heine kwam alleen op, droeg een gedicht voor, zoals hij dat kan, en de sfeer werd soort van sacraal.

De Kift speelde zijn droevigste nummers onder de titel (en speelde van alles behalve) 'Wee Mij'. Veel voordracht, begeleiding iets kleiner dan normaal, maar nog steeds voluit De Kift. Een droevige drummer die af en toe niets te doen had en daarom ging tekenen op een overhead projector. Gekleed als een 17e eeuwse schilder. Na afloop te koop. Drummer Wim van Weele die liet horen hoe goed hij kan zingen in zijn versie van en in een ontroerend mooie versie van 'Orenmens'. Een van de absolute hoogtepunten van de avond. Genoten van zijn aftellen. Gewoon 1,2,3,4 en dan een heel raar ritme inzetten. En ik wil ook graag weten hoe het nu zit met het tellen in 'Een Man'. Ik ben er nog steeds niet achter. Het geheim van De Kift.

Het pomporgeltje was mee en jawel. Voor het eerst sinds jaren kwam 'Achterboeg' voorbij. Het hoogtepunt van 'Gaaphonger'. Toeval, dat ik vorige week 'Uut De Bron' van Broeder Dieleman met 'Gaaphonger' vergeleek op dit blog? En mijn zoon, fan sinds zijn 4e, zat thuis te blokken op scripties. Pech voor hem. Ik heb maar voor twee meegezongen.

De Kift is De Kift niet als er niet een meer dan bijzonder instrument het podium op komt. In dit geval een ouderwetse radio, groen oog en al, verbouwd tot draaiorgel. Echt? Pim Heijne stond te draaien alsof de show ervan afhing en bij De Kift sta ik nergens meer van te kijken, dus het zal wel.

Het leek wel alsof de band los moest komen van zijn omgeving. Dat lukte bij beetjes, waardoor het concert losser werd en uiteindelijk een swingend en rockende, op de wijze van De Kift dan, band op het altaar stond. Een band die door de lossere structuur van de show, het keurslijf van de nieuwe show/het nieuwe project was er niet en zo kregen we een dwarsdoorsnede van vele jaren te horen. Eigenlijk zoals andere bands altijd optreden. Zo hoorden we heel veel nummers, die ik in geen jaren had gehoord en enkele die ik helemaal niet kon thuisbrengen.

Eigenlijk had ik maar een ding te klagen na afloop: waar was het mooiste en meest melancholische lied van De Kift? 'Hoofdkaas' kan toch ook zonder een grote doos met blikjes gespeeld worden? Die had ik toch echt verwacht. Verder niets dan hulde. Zoals ik tegen de vriend zei, die voor het eerst aan De Kift werd blootgesteld, al snel alle scepsis verloor en met een grote grijns op zijn gezicht zat te luisteren: "Meer dan 99% van dit land heeft misschien nog nooit van De Kift gehoord, maar de rest is dan ook echt fan".

Opnieuw hulde. De Kift is de meest bijzondere band van Nederland en van ver daarbuiten. Doet wat het zelf wil en is daar op een bescheiden manier uitermate succesvol in. Een band die een enorme grijns op mijn gezicht weet te toveren met onalledaagse muziek die altijd klopt en weet en dit is eigenlijk heel bijzonder gezien de muziek, te ontroeren.

Op de terugweg, treinstoring dus lang wachten en omrijden, las ik in de NRC dat er drie soorten van muziekbeleving zijn, Ik hoor bij de derde: er zit altijd muziek in mijn hoofd, ik zing en neurie de hele dag. Op dit moment is dat 'Orenmens'. Dat nummer van de cd 'Vlaskoorts' is heerlijk in mijn hoofd blijven hangen.

Wo.

donderdag 17 december 2015

Sun Leads Me On. Half Moon Run

What is it that I am looking at? Every time I look at this cover, I have to wonder. Of course it something with water coming off his head, but because of the sepia colours and the fierce light it could be anything when I look at the picture at a glance.

Half Moon Run received a favourable review on this blog in 2013 with its first album 'Dark Eyes'. Late in 2015 I am finally getting around Sun Leads Me On. It took me a while to really get into the album. After that beautiful album opener 'Warmest Regards', which reminds me of everything from the flute in Canned Heat's 'Going Up The Country' to George Harrison's 'Here Comes The Sun', I had a hard time to find my way. 'I Can't Figure Out What's Going On' moves into The Decemberists territory and I kind of lost my own way. What I did not do was give up on the album. Sometimes it takes more time to build a relationship with an album. Experience learns that often these albums are the truly lasting relationships with music. It is growing as I finally got myself to writing.

Half Moon Run is a Canadian four piece band that excels in lavish harmonies. It starts with the lead singing of Devon Portielje (guitar and percussion), followed by Conner Molander (guitar and keyboard),  Dylan Phillips (drums and keyboard) and Isaac Symonds (percussions, mandolin, keyboard and guitar). The members seem to play the instrument a song calls for and a lot of switching is suggested. That singing though is an important feature of Half Moon Run.

It is a safe bet to place Half Moon Run in the new folk group of bands that all broke since 2010. At the same time there is no hey ho in sight and that scores an extra point with me. Listening into Sun Leads Me On shows how versatile Half Moon Run is. The band has a few sides that all fight for attention. There is the soft, melancholic one that wants to play this beautiful ballads, there is the folk side and there is this rock beast that lies underneath everything just waiting to wake up and explode in to a song, upsetting the whole apple cart. This band knows how to explode and change the mood and how to take it all down to an acoustic guitar and voice again. All in taste and aiming for the sort of beauty that needs a second and third acquaintance to notice. Nothing is obvious on Sun Leads Me On. Again, over all this is the singing, that holds the same quality as The Shins or further down the time line, CSN were capable of. Half Moon Run is able to conjure up this sort of vocal majesty.

Take the title song. In this ballad the singing is superb, while the guitars play this subtle game, while at the same time sound threatening. Is there something going to happen when they speed up the number of notes played? In the end it is resignation. The sun may stay the same, the "I" in the song never comes out into the full light and remains in the shadows while he's changing. An intriguing song 'Sun Leads Me On' is. It's beautiful on the inside but never happy.

This is a musical trick that Half Moon Run is good at. There is more promise than is delivered in several songs. That hint at sunlight that we never reach. 'It Works Itself Out' comes very close. The lead voice shoots up, a nice synth line comes through as does the harmony. But do I reach full light? No, when the song finally brings me to the end of the dark, shady forest, a storm has broken loose, keeping the light from me, bringing more shade.

Half Moon Run conjures up all this imagery inside me while I'm listening to Sun Leads Me On and affects me in a different way than most songs do. They touch me in my imagination centre also. Now it isn't hard for me to get myself into that mood, but then I'm in the lead. Half Moon Run is in the lead here. Its music just takes the shortcut.

'Everbody Wants' shows again how good the band plays with dynamics. From ever so soft to full out and back to nearly nothing. Followed right away by an almost classical piano recital in 'Throes'. A short piece of music that is just put in between it all, before we go into an up tempo folk tune with a driving acoustic guitar and a harmonica. The early Dylan is a reference here.

In the end there may be too many sounds on Sun Leads Me On for the average listener. As far as I'm concerned the both of us are quite pleasantly getting along and growing. Half Moon Run has several faces and wears them well. Nearing the end, the band with the somewhat eerie ballad 'The Debt' reaches another highlight and an explosion in sound, before it all ends with the first single of this album 'Trust', that adds some dancey elements to the sound. Probably a run for the charts. The contrast with the album opener.'Warmest Regards' good not be larger though. The contrast is enormous. Fun album may be the wrong word, but fun I have. There is simply so much to discover. Album and cover are in total balance.

Wo.

You can listen to 'Turn Your Love' here:

https://www.youtube.com/watch?v=XmHLRPAqEDM

or buy at Bol.Com


woensdag 16 december 2015

Glider. Heather Woods Broderick

Heather Woods Broderick is de zus van Peter Broderick en tot dusver vooral bekend als muzikant in onder andere de band van Sharon Van Etten, Efterklang en Horse Feathers.
 
Dat Heather Woods Broderick ook prima op eigen benen kan staan laat ze horen op Glider. 
Glider valt op door mooie heldere vocalen die rondzweven in een dromerig en atmosferisch muzikaal landschap.
 
Het is een landschap dat vaak herinnert aan de muziek van The Cocteau Twins (en heel af en toe aan Enya), al is de muziek op Glider wel net wat aardser. Dit geldt overigens ook voor de stem van Heather Woods Broderick, die onderkoeld maar ook zwoel kan klinken.
 
Glider is een heerlijk dromerige plaat die het prima doet op de achtergrond, maar het is ook een spannende plaat die je noot voor noot wilt ontdekken. Het knappe van Glider vind ik persoonlijk de balans tussen zweverige en ongrijpbare klanken en redelijk toegankelijke popliedjes. Het is niet voor niets dat haar platenmaatschappij de muziek van Heather Woods Broderick aanprijst met zowel de hypnotiserende kracht van Cocteau Twins zangeres Elizabeth Fraser of Grouper als met de sensualiteit van Stevie Nicks.
 
Glider is door de zweverige klanken wel een plaat die tijd vraagt, maar als je deze tijd er eenmaal in hebt geïnvesteerd is het alleen maar genieten en hoor je bovendien iedere keer weer iets nieuws in het bijzondere klankentapijt op de plaat, dat varieert van uiterst ingetogen tot zwaar aangezet, waarbij afwisselend piano, gitaren en breed uitwaaiende elektronica wordt ingezet.

Glider van Heather Woods Broderick is de perfecte soundtrack voor het nieuwe seizoen van Twin Peaks, maar het is wanneer de gitaren aanzwellen ook een mooi alternatief voor de muziek van Mazzy Star. En zo heeft Glider nog veel meer gezichten. Heather Woods Broderick heeft een veelzijdige plaat afgeleverd die overloopt van ruwe schoonheid. Veel te mooi om te laten liggen.

Erwin Zijleman

Je kunt hier luisteren naar 'Wyoming':

https://www.youtube.com/watch?v=3qcrxTUdkiI

of kopen op Bol.Com

 

dinsdag 15 december 2015

Dregs EP. Tuff Love

Now I recently learned a new term in the English language, I'm going to use it too. Tuff Love makes this dreamy ramshackle indie pop music to fall in love with. Double tracked, dreamy vocals are played over music that seems to be played from the outer limits of the band's proficiency, but is so fluent that I just know that is not true.

Dregs is a five song EP by Scottish band Tuff Love. It is the third EP in a row. 'Junk' and 'Dross' preceded Dregs. Together they will be compiled to an album in the winter of 2016 before a true debut album is released in the next fall. Where the concept and a bit of the music remind me of Courtney Barnett, the titles certainly do not. Ms. Barnett favours long-titled albums, Tuff Love prefers just one word. Easy to remember for certain.

Tuff Love is a duo at heart: Julie Eisenstein (guitar, vocals) and Suse Bear (bass, vocals). Together with their live drummer Ian Stewart they take on the world, from the flat of Suse, where all this music was recorded. Lo-fi as it comes, but without a minute being hindered by the DYI. Dregs is not a full arranged record but certainly a full record at heart because of the mix. The voices of Eisenstein and Bear are smeared out over the mix, the instruments divided over the whole sound board. Double tracked or more guitars and voices.

Again I have to mention Veruca Salt. The singing of the ladies comes close in the harmonies. The spike in the lead vocals is missing though. Tuff Love keeps it soft and dreamy, weaving the voices in and out of each other.

Not all songs are that soft and dreamy where the music is concerned. The single 'Duke' that opens the EP testifies to this. The music is more up tempo and live may even be truly exiting. When the bass kicks in for what can be called a short solo, a venue ought to explode. Unless we're all shoegazing of course. A possibility, but 'Duke' is too much fun to be doing that. The delicate ending contrasts in a beautiful way with the polite storm being kicked up before.

Looking at the music I also have to note that Tuff Love does not win the originality price. In the past few years of this blog many a band has come by fronted by women that sound like this. Some play a little more punky other garage rocky and others poppy. It comes close to all that. But then I hear the organ solo ending 'Crocodile' and all is forgiven. So simple yet so endearing. The same goes for the driving, dark guitar line driving 'Threads' forward like clouds before the storm. A little The Cure lifted into the ramshackle indie pop of Tuff Love. The mix with the higher sounding guitar is well arranged. In the background the bass goes through a whole melody of its own as well, while the drummer pounds away (poor Ms. Bear's neighbours).

It all shows that Dregs is a true trio. The bass is just as important as the guitar and certainly when the band takes to the stage, where the instrument has to fill all with the drums between the two of them. A lot is going on on the bass. Like with Cream they all have equal parts to play. That the members of Tuff Love have to learn also is shown in 'Amphibian'. The breaks on the drums are not that fluent, disturbing the flow of the song. This is compensated in the singing and the interlude, where some exquisite details come by.

After 'Carbon' it is all over. The song is slower and knows a modest begin. 'Carbon' shows the softer side of Tuff Love and they get away with it easily. Again the band plays with a few different sounds in the guitar that takes care of the variety within the song. The singing again is so pleasant to listen to.

Dregs shows that with the modest tools available in a living, bed or spare room a band can record an EP that holds all it needs to show to the world how good a band is. Tuff Love has recorded a near perfect EP after which I can only close with stating that I can't wait to hear more.

Wo.

You can listen to 'Duke' here:

https://www.youtube.com/watch?v=BMad2QxfeMg

or buy the EP as a 10" from the record company here:

http://lostmap.com/products/tuff-love-dregs-ep


maandag 14 december 2015

Uut De Bron. Broeder Dieleman

En daar zijn die vogels weer. Wat is toch het verband tussen de vogels die de platen van Broeder Dieleman bevolken en de vogels in .No's programma 'Kairos' op Concertzender? Ik begin een donkerbruin vermoeden te krijgen dat het dezelfde vogels zijn.

Broeder Dieleman debuteerde vorig jaar op dit blog met zijn indrukwekkende plaat 'Gloria' en kwam dit jaar voorbij met een dubbelsingle met niemand minder dan 'Bonny 'Prince' Billie. Iets meer dan een jaar na 'Gloria' komt daar al een nieuwe plaat bij genaamd Uut De Bron. Het is een soort totaal product. Het is een boek en een cd, een samenwerking tussen platenmaatschappij en uitgeverij.

Wie verwacht hetzelfde te horen als op 'Gloria' komt nogal bedrogen uit en krijgt ook waar voor zijn geld. Hoe dat kan, ga ik proberen uit te leggen.

Laat ik maar met de deur in huis vallen, ik ga Uut de Bron niet heel vaak draaien. Ik zeg het maar zoals het is. Daarvoor is het teveel een geluidscollage. Er komt van alles voorbij. Gesprekken in een onverstaanbaar Nederlands uit Zeeuws Vlaanderen. Omgevingsgeluiden die een aantal minuten aanhouden en muzikale totaalervaringen van het soort dat .No in 'Kairos' voorbij laat komen en waar ik niet altijd warm van wordt. Daarnaast of beter daar ergens tussen door doet Broeder Dieleman zijn onnavolgbare dingen. Zingen over een soort zoem bijvoorbeeld. Pas als ik de versterker harder zet, denk ik te horen dat het stemmen zijn, die zoemende ondertoon.

De enige referentie die mij te binnenschiet als er gezongen wordt, is die met Ferry Heine van De Kift. Beiden hebben een authentieke stem met een echt eigen klank, waar het lokale dialect doorheen komt. Bij Doeleman is dat een echt onderscheidend kenmerk. Hij doet niets, althans in mijn westerse oren, om zijn afkomst te verhullen. Omdat hij helemaal verstaanbaar is, in tegenstelling tot de gesprekken aan het begin van Uut De Bron, kan mijn conclusie in deze overigens onjuist zijn. Muzikale referentie is opnieuw De Kift. Het doet mij erg aan hun vroegere werk denken qua geluidstructuur. De cd 'Gaaphonger' bijvoorbeeld kent ook al dit soort geluiden en doet zeer ouderwets aan, zoals Uut De Bron ook doet.

Als totaal ervaring is Uut De Bron indrukwekkend. De geluiden brengen de beelden als het ware vanzelf mee. Ik zie oude mensen in Zeeuwse klei staan praten met hun klompen aan. Noestige koppen, de harde wind en vlagen regen trotserend. Ruisend koren staat tot aan den einder. Een schip wegvarend van de kant. Het geruststellende geklingel terwijl iemand indommelt bij het open raam, uitrustend na een dag harde arbeid. Ik krijg het er allemaal gratis bij, als ik mijn ogen maar sluit en de indrukken toelaat. Uut De Bron zou de soundtrack bij een documentaire kunnen zijn, waar een aantal songs aan zijn toegevoegd. "Ik kreeg mijn roeping in een koolzaadveld". Dat is een regel die een wereld aan beelden opent.

De muziek is minder organisch dan op 'Gloria'. Een krassende viool voert de boventoon. Ik schreef al, De Kift, uit de tijd dat ze "op Nova Zembla zaten". Hun nummers waren koud, de poolwind zat er in, knarsend, knerpend. Dat soort aspecten kent Uut De Bron ook. Muziek die getrokken lijkt uit de oud-Zeeuwsche klei in wintertijd. Ontdaan van alle franje, de naakte essentie van muziek is wat ik hoor. Viool, banjo en percussie die ik niet direct thuis kan brengen. Van heel ver weg lijkt alles te komen. Alleen de vrolijk kwetterende vogels suggereren de nakende lente. 'Hoofdplaat' is een ervaring.

De twee nummers met hoofdzakelijk een zoem als "muziek" werken uiteindelijk zoals Gregoriaanse samenzang dat doet. Het wordt een soort kerkelijke, spirituele ervaring. Sereen, rustgevend. "Ik was zeker dood, of zo", is in dat kader een regel die ik niet verwacht, maar roept ook weer een beeld op. Het polder nummer mag dan nog ontsporen op het eind (of de instrumental die volgt?), 'Omer Gelliet' blijft geheel in karakter en krijgt iets hypnotisch door zijn lengte. Het watergeklots waarin het overgaat, is dan ook een juiste voortzetting. De geluiden van de moderne wereld die er vervolgens doorheen komen, onderbreken de sluimer vervolgens volkomen.

Wie doorzet en Uut De Bron ondergaat, dringt door tot in de ziel van Tonnie Dieleman. Het zijn inkijkjes in zijn leven en ideeën. Die laten niet onberoerd. Dit is een plaat die vraagt om overgave. Wie dat doet, wordt rijkelijk beloont. Ik gaf aan dat ik niet heel veel naar dit werk zal luisteren. De oorzaak heb ik net gegeven. Het ontbreekt me simpelweg aan de tijd om dat vaak te doen. Uut De Bron is een monument.

Zoals gezegd is er ook een boek dat Uut De Bron heet. Hierin staan de teksten van Broeder Dieleman tot op heden, samen met een aantal prachtige foto's en een interview. Een prachtig boekwerk dat recht doet aan de teksten.

De video bij het nummer Lovenpolder, Boerengat toont beelden van dat buurtschap bij Terneuzen dat is afgebroken voor de komst van Dow Chemical in de jaren 70. Tonnie Dieleman zijn overgrootvader woonde daar.

Wo.

Je kunt hier luisteren naar 'Lovenpolder, Boerengat': 

https://www.youtube.com/watch?v=Z0m4QWo2-nQ

Of kopen op Bol.com


zondag 13 december 2015

How Big, How Blue, How Beautiful. Florence + the Machine

Florence + the Machine? Another band that I never had a lot with. Something changed with the third album of the singer and her somewhat anonymous band members. It took me a while to realise this though. The moment she played the Graham Norton show, already many months ago, I should have known, but did not really want to. This song must be a coincidence. In the last couple of weeks I changed my mind.

Florence Welch, the ginger haired singer of the band, has a quality that in this country we call "galmen". A voice that can set up a volume like it is resonating in a cathedral. There is no translation that really tells the story. A way of singing that I have a hard time enjoying listening to. With this album the band has found a way to neutralise this quality in the full album sound, where one and one become three somehow.

A bit to my surprise The Machine is a real band. The seven members are together for the whole stretch. Florence Welch is accompanied by Isabella Summers (keyboards, backing vocals), Robert Ackroyd (lead guitar) , Christopher Lloyd Hayden (drums), Tom Monger (harp, xylophone, bass, backing vocals) , Mark Saunders (bass, bv) and Rusty Bradshaw (rhythm guitar, keyboards, bv). Add a load of brass and other instruments and you have a wall of sound that Phil Spector could have lived with without pulling out any shooting attributes. Responsible for this huge sound is Markus Dravs, whose name can be found on many a record of a huge band of this past 10 years. The brass arrangements are by Goldfrapp's Will Gregory.

Where songwriting is concerned the band is not involved. Welch seeks partners to write with mostly outside of the band. In that sense The Machine is not a real band. Where the accompaniment is concerned it certainly is. Together they cook up a storm in most songs and hold back where it is asked for. Dynamics can be found across the album, taking care of drama and empathy.

It all starts with the song that was the first single. The up tempo pop rocker has a strong fundament, graced with intricate lead guitar notes. In the chorus this downwards chords are played embellished with a xylophone while Florence keeps firmly singing in a forward direction. The arrangement and dynamics in 'Ship To Wreck' is very well taken care of, making the song stand out and setting the standard for the rest of How Big, How Blue, How Beautiful at a high level.

Without copying the first single, this standard is not a problem. Florence + the Machine jump it easily again and again. The approach to the songs is varied, whether laidback or full out rocking, the band is comfortable in all settings. In the singing I hear a lot of the young Sinéad O'Connor. Florence must have heard songs like 'Troy' and 'Mandinka' while in the writing stage of this album. Just listen to the intro of the title song and the way it changes into the up tempo part. Talking of one of the better songs on the album. This is one of them.

Another one is the new single 'Queen Of Peace'.One of the rocking songs that is driven on relentlessly by the rhythm section. The one who is not hurried is vocalist Florence Welch. Together with the long held notes of the keyboard she takes her time to deliver her vocals. This contrast makes that the song totally works. The horns playing accents finish it off. Towards the end a whole orchestra is going wild blowing the song up to gigantic proportions. 'Queen Of Peace' can have it easily. The layers and layers of music all hold together. Did I mention Phil Spector before?

The contrast with 'Various Storms & Saints' is large and well chosen. The album could do with a resting point. That welcome bench after a steep walk overlooking the beautiful valley below. In a moment like this Adele comes to mind, in a rocking kind of way. In this empty song it is Welch who keeps the tempo with her voice. Speeding up, as in more words in the same space and relaxing in the right places. Impressive song this is.

When 'Delilah' starts I notice I want to write on this song also. An extremely good sign for an album. Song 6 and still anxious to write. Why? 'Delilah' also has this slow build up with an urgently singing Florence Welch over a near empty soundscape with a call response in the singing. The build up just spells it out: the band is coming any moment but when? When it kicks in it is relentless. A driving force, a hurricane, taking everything in front of it with it to unknown quarters.

Do I need more? No. The album knows no real weaker points. The band keeps working on the dynamics which it is excellent in. Florence Welch can even sing without the bellows of her lungs on full force ('Long & Lost'), with a band that totally holds back as well. Percussion remains unpacked in its boxes, there's just atmosphere. A dive into more pop-oriented fields ('Caught') or U2 territory meets 60s girl pop ('Third Eye'). They all sound convincing.

Florence + The Machine totally surprised me with How Big, How Blue, How Beautiful. And aren't surprised what makes this life so much more fun?

Wo.

You can listen to 'Queen Of Peace' here:

https://www.youtube.com/watch?v=KSM0lLbVYOo

or buy on Bol.Com