woensdag 30 november 2016

Nachtschade. The Avonden

De juiste kleuren voor de tijd van het jaar. De juiste plaathoes voor de muziek. Het eerste is toeval, want ik had de plaat eerder kunnen leren kennen dan in november. Het tweede niet. Het is herfst op deze plaat, als de vrieskou al niet is ingevallen. Net als de herfst kunnen de liedjes variëren van opperste, kleurrijke pracht tot guur en herfstig.

Met 'De Avonden' voor het eerst vertaald in het Engels, heeft deze band de juiste naam gekozen. Als The Avonden kunnen ze zo op de ferry en gaan spelen op de literaire avonden aan de andere kant van onze plas, de Noordzee. Vlak voor de Brexit mag dat nog zonder veel moeite. Nu is The Avonden begonnen als Gerard Reve "coverband". Het zette Reve gedichten op muziek. Die fase is voorbij. Dit is allemaal eigen werk.

Eigenlijk gebeurt er op Nachtschade hetzelfde als wat er tijdens het optreden van The Avonden met mij gebeurde. Ik raak in een soort trance van deze liedjes, die vervolgens volledig bezit van mij nemen. De korte songs, onder de twee minuten, zijn voorbij voordat ik het in de gaten heb. Toch word ik gegrepen, Song voor Song. Klein, delicaat, met steeds weer een tekstuele vondst die Marc van der Holst op een droge manier aan ons voorlegt.

De eerste asociatie die in mij opkwam was het zesnummerige singletje van Jaap Fischer dat mijn oom zaliger regelmatig draaide in mijn vroegste jeugd, maar volgens de rest van de familie niet geschikt was voor de tere kinderoortjes die ik toen nog bezat. Ook korte, puntige verhalen over van alles en nog wat. The Avonden legt ook steeds een miniatuur verhaal aan mij voor, waar ik iets van moet vinden. Al snel wordt Jaap Fischer opzij gezet door The Velvet Underground. Het subtiele gitaarwerk geeft alles direct weg. De spanning die niet onderhuids meer genoemd kan worden spat uit de digitale groeven.

Het album begint net als het concert met 'Klein Aapje'. Een aapje dat een relatie binnen komt en voorlopig niet weg lijkt te gaan in tegenstelling tot de ander in de relatie. Het verhaaltje duurt 1.24 minuut, inclusief solo. Waarvan 0.14 seconden van het intro uit stilte en voetstappen bestaat. Dat is alles, tot de naakte essentie teruggebracht en het is genoeg. Er is geen enkele reden om wat dan ook toe te voegen of nog eens te herhalen. Het is verteld en slaat in als een bom. Van der Holst weet door te dringen tot de kern der dingen in een paar rake zinnen. "Een klein aapje dat later groot wordt en hier niet thuishoort". Met genoeg ruimte over om er zelf van alles bij te verzinnen. Als het volgende nummer niet zo snel weer begon dan.

The Avonden heeft een enorm sfeerrijk album gemaakt. Met serene achtergrond zang. Zacht gitaar getokkel, een elektrische gitaar of een piano als begeleiding. Een bas. Veel meer is niet nodig om een sfeerrijk geheel te maken. Opgenomen in de studio van Het Muziekhuis in Leiden, o nostalgie. Dat is de kracht van The Avonden. De band heeft niet veel nodig om uiterst overtuigend een sfeer neer te zetten die mij grijpt en niet los laat.

Het valt mij op dat de plaat veel melancholischer is dat de muziek tijdens het optreden. De stem van Van der Holst is zachter, voorbij de opwinding, liever. Ik ben opzoek naar de juiste Nederlandsde woorden voor 'resigned to his fate' en vind die niet, maar ook die woorden zijn niet juist genoeg. Hij is daar ver voorbij. Al valt het te betwijfelen dat het geluk in huis komt na de aanschaf van een '20-delige Messenset'. Maar iwe weet. Ik heb het nooit geprobeerd.

Er vast veel moois te ontdekken op Nachtschade. Ik heb er een paar voorbeelden uit gehaald, maar dat hadden rustig ook andere kunnen zijn. Zoals het hoogtepunt in 1 minuut en 31 seconden 'Stilstaand Water'. Boudewijn de Groot? Ja, zeker, maar dan zonder die enorm goede arrangeur van hem. Nachtschade is een album om te ontdekken en steeds dieper in te kruipen. Dat niet doen betekent minder geleefd te hebben.

Wo.

Je kunt Nachtschade hier beluisteren en kopen:

https://theavonden.bandcamp.com/

dinsdag 29 november 2016

Aligned With Juniper (2). Queen of the Meadow

Again a thank you to Erwin Zijleman for this tip. I certainly do not always agree with his ears and thus his opinions on female singer-songwriters, but here he has found another gem that would otherwise totally have passed me by.

His tip had another effect on me as well. Misreading the title I started to sing "and Jupiter aligned with Mars". Hence the 'Hair' review, an album that fits my 1968 - 1969 albums series perfectly, that will be published within a couple of weeks on this blog.

Enough of the past. Fast forward to 2016 and Queen of the Meadow. This French duo, yes, you could have hit me dead and I would still not have heard, from Bordeaux has released a beautiful first album. Helen Ferguson, the name may betray the English accent in her singing, is now in her mid 30s but did not start playing guitar until her 27th. With each chord learned other songs started to appear. She now has recorded them with her erstwhile guitar teacher and now partner Julien Pras who produced Aligned With Juniper and plays most of the other instruments on the album. Pras has a whole list of bands and projects to his name.

The cover of Aligned With Juniper is colourful, eclectic, but look closer and you'll see that most colours are not bright, but sort of absorbed by the background. There's light but also shadows. Looking at it the cover detonated less with the music of Queen of the Meadow than I thought at first. Making music is serious business for Helen Ferguson. There's a blanket over the songs, a blanket that subdues the atmosphere. Helen Ferguson's voice is just about as subdued, if not monotonous in sound. Emotions are hidden somewhere behind a stern posture.

I take that as a given. From there decisions are made. Do I like what I'm hearing? Is this music worthwhile investing time and attention into? Does Helen Ferguson write good songs? Then the answer can only be yes. Right in the beginning of the album Queen of the Meadow draws me in with 'Caleb'. This lighter, yet melancholy song sets the atmosphere for the whole of Aligned With Juniper. The slow singing accompanied by an acoustic guitar is accented by a piano on the chorus, just like the harmony vocals by Helen Ferguson herself. The song invites listening, with a hint at English folk of decades if not centuries ago, who knows Middle Ages minstrels. The minimal accents put in place by Julien Pras contrast with the sober singing and guitar playing, so add a welcome layer to the stern song.

The only "strange" voice on Aligned With Juniper is U.S. folksinger Emily Jane White's. In 'The Bride' she provides the harmonies. The good thing is that it does not alter the mood of the album. She worked totally serving the good cause.

One influence I notice is Lou Doillon's. 'The Portrait' could have been a track on her latest album, 'Lay Low'. A track with drums and a lightweight band setting. The whole track is flashed out much more than the first two songs. The singing is less dreampop like, very direct for Queen of the Meadow. The song puts itself in front of the others, is good, but also made me aware during the early listen sessions that I had to pay more attention to the less obvious, work just a little bit harder.

This led to the opening to the core of beauty in Aligned With Juniper. My take on the music went from liking it it true appreciation. I found it to be of importance to listen beyond what was just obvious, like it's important to ignore the brownish backdrop in the cover. Queen of the Meadow presents a few layers in its music to discover. It starts with the layers in the singing, different in sound and melody, intricate. There's the basic accompaniment on acoustic guitar and then the inventive accompaniment around the basis. Notice for example how a few dark piano notes alter the mood of 'Old Captain'. The songs with a band setting are different again and finally there is an option to discover influences that are woven deep into the fabric of the album's songs.

Looking at Aligned With Juniper from this angle, Queen of the Meadow takes its listener on a musical trip that surprised at many a corner in its songs. What at first seems a pretty straightforward folk album turns into adventure that leads to several musical discoveries. Something is added with each session. Not just beautiful but interesting as well. I'm glad I took my time with this album.

Wo.

You can listen to 'The Bride' here:

https://www.youtube.com/watch?v=wEkd3SewcYw


maandag 28 november 2016

Zo Lang Mogelijk. Mevrouw Tamara

Mevrouw Tamara, in het dagelijks leven Tamara van Esch, stond recentelijk in het voorprogramma van Elenne May. Op grond daarvan ben ik van te voren even gaan luisteren op Spotify. Dat maakte benieuwd naar meer. Op dit blog tref je al meer aan over het optreden.

Tijdens de eerste luitstersessie had ik aanvankelijk het idee op een verkeerde link geklikt te hebben. Aafke Romeijn? AAPNOOTMIES? Aan dit rijtje jonge vrouwelijke artiesten durf ik Mevrouw Tamara wel toe te voegen.

Het eigene kwam echter ook al vroeg naar voren. Als gevolg daarvan heb ik nu een prachtig uitgegeven cd in handen, maar een boekwerk dan een plaat. Reuze onhandig om op te bergen, omdat het formaat totaal afwijkt van de gangbare, dus gewoonweg niet past in mijn cd kast. Daar staat het unieke tegenover. Geldt dat ook voor de muziek?

Ik durf heel voorzichtig te stellen dat het antwoord op die vraag ja luidt. Mevrouw Tamara is niet bang om een pastorale sfeer neer te zetten, die zelfs naar een klassiek pianostuk neigt zoals in 'Tussenuit'. Met kleine horten en stoten klinkt er muziek die zo in het 'Kairos' radioprogramma van .No past. Nils Frahm, Douglas Dare, wat namen die mij te binnen schieten naar aanleiding van Kairos.

De andere nummers hebben een meer instrumentatieve begeleiding, maar kunnen wel in deze sfeer gevangen worden. De zang is zwevend. Opgenomen met een galm, die het geheel een ruimtelijk karakter geeft. Dat geldt eveneens voor de mix die gemaakt is van de opnames. Ruimtelijk is het juiste woord. Daarmee komt Mevrouw Tamara in de buurt van een band als I Am Oak. Sfeer is heel bepalend voor het eindresultaat. Dat ze zo goed past als voorprogramma van Elenne May, al komt dat als live solo act niet volledig tot zijn recht.

Dat wil niet zeggen dat het geluid klein is gehouden. In de eerste nummers speelt een orkest mee dat werd opgenomen in een kerk in IJmuiden. Mooi te horen is hoe het geluid aanzwelt, zonder dat het alles overneemt. Het eert het nummer, niet zichzelf.

Daaronder ligt de basis van de plaat. Producer Floyd Atema speelt drums, Harmen Sieleken bas en Pete Barnes gitaar, naast de keyboards en gitaar van Tamara van Esch zelf. Daarnaast speelt Anne Soldaat gitaar op een aantal nummers. Ik krijg steeds meer het idee dat hij zich als een coach opstelt voor aanstormend talent dat hij ziet zitten.

Als ik de indeling van Zo Lang Mogelijk nog eens bekijk, is er duidelijk een opdeling in blokjes qua begeleiding of beter wie daar aan zijn toegevoegd: orkest, Anne Soldaat, Myrthe van de Wetering (violen) en Gwen Thomas (keyboard ondersteuning). Ieder blok kent daardoor een eigen sfeer, zonder het geheel te kort te doen.

De muziek is vrijwel geheel in Tamara van Esch' thuisstudio opgenomen. Complimenten zijn op zijn plaats, want het klinkt mooi en helder. De mix zorgt er voor dat alles ook goed hoorbaar is. Het geeft de muziek iets sprookjesachtig. De zangeres kan daar als een fee overheen zweven, sterretjesstof uitsprinkelend met haar staf. Ze zingt nog over een 'Sprookje' ook.

Alles overhorende stel ik vast dat de vergelijking die ik aan het begin maakte met twee andere, jonge, Nederlandse zangeressen ook mank gaat. Het ambitieniveau van Mevrouw Tamara ligt hoger, is veel kunstzinniger. Dat kan ten ondergaan in pretenties, maar die valkuil ontwijkt zij vakkundig. Door het grote klein te houden, blijft de muziek op Zo Lang Mogelijk net zo bescheiden als ambitieus. Een knappe prestatie op het breukvlak van singer-songwriter, pop en jazz waar Mevrouw Tamara haar muziek schrijft.

Zo Lang Mogelijk heeft mij behoorlijk geraakt. Mevrouw Tamara heeft een groot talent en weet dit ook om te zetten in fraaie liedjes die het oor strelen en op de juiste momenten het leven een flink stuk mooier maken.

Wo.

Je kunt hier luisteren naar 'Prooi':

https://www.youtube.com/watch?v=OS0id5dS8_Y

en het album hier bestellen:

http://www.mevrouw-tamara.nl/zolangmogelijk/index.php#winkel

zondag 27 november 2016

Mangy Love. Cass McCombs

Waar het aan ligt weet ik niet precies, maar op één of andere manier komen de platen van Cass McCombs de laatste jaren stuk voor stuk wel op de stapel met voor mij interessante releases terecht, maar komt geen van deze platen uiteindelijk toe aan beluistering.
 
Mogelijk heeft het te maken met het feit dat ik bij de muziek van de singer-songwriter uit Concord, California, denk aan donkere, verstilde folk en dat is muziek waar ik lang niet altijd voor in de stemming ben.
 
Mijn verbazing was dan ook groot toen ik het deze week verschenen Mangy Love voor de afwisseling eens wel uit de speakers liet komen.
 
Op zijn nieuwe plaat, als ik goed heb geteld zijn achtste, verrast Cass McCombs met fraai gearrangeerde en opvallend warmbloedige songs vol invloeden (variërend van psychedelica tot reggae).
 
Bijgestaan door flink wat gastmuzikanten (21) (!), onder wie de door mij bewonderde Angel Olsen en meestergitarist Blake Mills) laat Cass McCombs horen dat hij al lang geen navel starende folkie meer is. Mangy Love is opvallend rijk georkestreerd en zeker wanneer blazers worden ingezet, lijkt Cass McCombs je mee terug te nemen naar de jaren 70 (en meer dan eens naar de platen van Van Morrison).
 
In flink wat songs worden jazzy en soms ook tropische en funky accenten verwerkt, maar Mangy Love raakt ook meer dan eens aan de broeierige pop waar Bryan Ferry in het verleden het patent op had. De achtste van Cass McCombs doet het daarom uitstekend op een lome zomerdag, maar het is ook een plaat die je vanaf de eerste noten heel nieuwsgierig maakt naar alles dat nog komen gaat.
 
Mangy Love ontleent een belangrijk deel van zijn schoonheid en kracht aan de bijzonder aangename maar ook avontuurlijke instrumentatie (met een hoofdrol voor de prachtige gitaarlijnen van Blake Mills), maar ook de zang van Cass McCombs (die heel af en toe aan Elliott Smith doet denken), zijn aansprekende teksten en zijn goede gevoel voor aangename maar ook intrigerende songs, dragen nadrukkelijk bij aan het verrassend fraaie eindresultaat.
 
Mangy Love is een plaat die continu aandacht vraagt, maar het is ook een plaat die je steeds weer opnieuw op kunt zetten, zonder dat de plaat ook maar een moment verveelt. Of ik de afgelopen jaren veel gemist heb door de platen van Cass McCombs te negeren, zoek ik later nog wel eens uit. Voorlopig heb ik het veel te druk met het ijzersterke en bloedmooie Mangy Love.

Erwin Zijleman

Je kunt hier luisteren naar Mangy Love:

https://www.youtube.com/playlist?list=PLJ7QPuvv91JsoHVwkzsyjfcuiBmUlOAWg

zaterdag 26 november 2016

Kairos August 2016, by .No on Concertzender

It's that time of the month again when Wo. listens to the radio show of .No. Will it be another mind expanding experience or will there be familiar tunes? There is no way of knowing for Wo., until he has worked himself whether supple, graciously or by simple hard work through the music .No selected for this month's Kairos.

The by now well known sounds come forward with the dark voice announcing the show, "Kairos, A meditation on latter day music".  Modern, modern?, I wonder hearing the Medieval sort of music that finds it way into my ear. Perhaps that the instrument, a clarinet?, was not invented at the time, well it wasn't, but what I hear, sounds like an instrumental madrigal. It's a kind of music that just isn't made any more. Putting the mind, so reason, apart, I hear a sort of peaceful music that meanders itself through the composition. Peaceful is not the right word, as the music has a slight edge. It isn't sweet, although the first impression tells me it is. Listening deeper, there are inner tensions that come through in the plucky way of playing; pizzicato to make it sound posh. Nothing is round in Giovanni Bassano's 'Oncques Amour'. It's square with corners that can hurt. Fascinating what one can hear just by listening.

'Where Flamingoes Fly' is the title. Should it be a question, the answer would be, well wherever they go to of course. A droning sound over which sparse piano notes are sprinkled. Susanne Abbuehl's voice slowly flows over the sound. As slow as the piano plays. The darkness of the song is accentuated by Christof May's bass clarinet. With only slightly different accents to the music, it could be a song by Bebel Gilberto, to name one, modern bossa nova example. Now 'Where Flamingoes Fly' breathes a late night jazz atmosphere that could contribute to the mood in the diner of the nighthawks. It's strange and normal at the same time.

Church voices or better a choir takes over with a church organ behind it. Two compositions by Arvo Pärt in a row. One shorter, 'Veni Creator' and a longer one, 'Ein Wallfahrtslied'. I hear the singing, hear the obvious quality, but it just doesn't speak to me. The tranquillity of 'Veni Creator' is just not mine. When the stern violins of 'Ein Wallfahrtslied' come in, it is well mixed, but that sort of is the standard of Kairos, isn't it? -we fans are disappointed if the mix doesn't make our ears unbelievers. A new song? Get out of here!- the mood is not lifted. The mood remains dark and serious. The vocal melody, elementary. Hardly any variations. That part goes on in the background. Plucked strings, bowed strings and then a release that takes us back to the intro. But, no, this composition is sort of weird. It just doesn't seem to go anywhere. In a way it reminds me of the Pharisees in Jesus Christ Superstar asking themselves what to do with this Jesus: "He is dangerous". But that had a melody and went somewhere, including the morphing with the crowd of Jerusalem singing "hosanna, hesanna, sanna sanna ho". Not so in this Pärt composition.

For his birthday .No asked me for an album. 'The Ship' by Brian Eno. It is time to find out whether it was a good thing to bring him that present. Rationally the answer is yes, as it turns up in this Kairos straight away. (I'm still months behind.) So a present well received. Emotionally I have to sit through over 20 minutes of Eno right now. The title song or better composition starts out as a classical, minimal track. Sounds swell and fade. Eno, think 6 or 10 Christian names before Eno, is that then already balding, long-haired member of Roxy Music, who did unknown things to the music as he seemed not really to play an instrument. He played in sounds. After that became a producer or better co-producer of David Bowie, U2, Talking Heads and became very famous as such. In the meantime he put out experimental records under his own name dealing in sounds and minimal music or musac. It passed me by. And now 'The Ship'. What to make of it? Let's face it, Eno can't sing and the few notes keep being repeated with a new lyric line, create monotony. Although that may be a right description of fairing at sea, in music it is another matter. Underneath it there are bare sounds, atmospheric noises and notes that fade in and out.

'The Ship' holds something sacred around it. The surrender to the waves, so to a higher power, that will carry us for good or for bad. I can hear that, but there's no way into this composition for me. Where does it go? What does it want from me? Even when I close my eyes for minutes on end, nothings happens to me. Just amazement. Underwater sounds like I know them from Jacques Cousteau's series and submarine movies enter the composition nearing the end. Spooky treated voices. But then what? "Wave after wave", repeated and repeated. For me this is a 20 minute plus ordeal to sit through. I'm glad that .No appreciates my present so much though. A happy ending to this part.

"Unkrûd" of the album "Piiptsjilling" is up next. Frisian? I'd say yes listening to the spoken lyric by Jan Kleefstra. Droning sounds accompany the text. All atmosphere, no song in sight. An electric guitar plays isolated chords. I've come to the point that I need a song. 'Ob-la-di Ob-la-da' for my part, bar 'Michelle' the worst The Beatles single 45 ever. I need it. Now!

The Japanese flute that is offered me next, is not what I'm looking for, but at least 'Sanya' is a composition that offers a melody. The melancholy flute brings images of being stuck on a mountain in a storm with too much show. The wind racing around my ears, the temperature dropping away, with slim chances for survival. There's no place to hide, just plod forwards in the hope of reaching the destination.

'Quiet Music Never Ends' is the title of Dick Toering's self-released album. I'd hope so, I respond without having heard a note yet. There's another review to write soon and it will not be on quite music, I'm afraid. Nada Surf's gig is up next.

Toering plays an experimental tune in 'Are you waiting?'. I can't really fathom what I'm hearing. A mechanised Kilima Hawaians percussion? The lead instrument is a guitar fading the rest out and in. The mix is surprising in the beginning. The question remains: what am I hearing? I just don't know.

We end as we started, with Axel Wolf and Hugo Siegmeth from the album 'Flow, Jazz and Renaissance – from Italy to Brazil’. Tarquinio Merula's 'Chaiccona' comes by. There are some light Latin elements in the guitar playing, while the clarinet (?) plays a playful yet stern part that reminds me of several well-known songs of the past decades, where rock stars like Sting mixed rock with jazz. "If You Love Somebody, Set Them Free', for example. And so this Kairos ends on a happy note, with a good melody, but boy was this instalment of Kairos hard to sit through. And there wasn't even a poem.

Wo.

You can listen to the August Kairos here:

http://www.concertzender.nl/player/?mode=rod&prid=345364

This is August's playlist:

00:10 Giovanni Bassano. Oncques Amour. Axel Wolf en Hugo Siegmeth.
Van album ‘Flow, Jazz and Renaissance – from Italy to Brazil’. OEHMS classics OC 1826.
03:25 Harold Courlander, John Benson, Elthea Peale. Where flamingos fly. 4:53.
Susanne Abbuehl, zang; Wolfert Brederode, piano; Christof May, basklarinet; Lucas Niggli, drums en percussie; Michel Portal, klarinet.
Van album ‘Compass’. ECM 1906 9871934.
08:06 Arvo Pärt. Veni creator.
Theatre of Voices en Ars Nova Copenhagen; Paul Hillier, dirigent; Christopher Bowers-Broadbent, orgel.
Van album ‘Creator Spiritus’. Harmonia Mundi HMU 807553.
11:06 Arvo Pärt. Ein Wallfahrtslied.
Theatre of voices; Chris Watson, tenor; Paul Hillier, bariton; NYYD Quartet.
Van album ‘Creator Spiritus’. Harmonia Mundi HMU 807553.
19:37 Brian Eno. The Ship.
Van album ‘The Ship’. Warp Records WARPCD272.
40:19 Mariska Baars, Romke Kleefstra en Rutger Zuydervelt (tekst: Jan Kleefstra).
Unkrûd. Piiptsjilling (Mariska Baars, Romke Kleefstra en Rutger Zuydervelt).
Van album ‘Wurdskrieme’. Expermedia XPCD012.
46:18 Kohachiro Miyata/trad. Sanya.
Kohachiro Miyata, Japanse fluit.
Van album ‘Japan, Shakuhachi-The Japanese Flute’. Electra Nonesucg 7559-72076-2.
52:33 Dick Toering. Are you waiting? (fragment).
Van album ‘Quiet music never ends’. Listermusic/eigen beheer.
56:10 Tarquinio Merula. Chaiccona.
Axel Wolf en Hugo Siegmeth.
Van album ‘Flow, Jazz and Renaissance – from Italy to Brazil’. OEHMS classics OC 1826

vrijdag 25 november 2016

For Those Who Need The Blues. Giles Robson

It's been a while since I listened to a new, dirty sounding blues album like the one from Giles Robson that was released recently. Live the likes of Guy Forsyth still pass my way every once in a while, but an album? That may well be in the 90's. Coincidentally the demo's of Mick Jagger with The Red Devils came by in the car this week. That band is the direct reference I'm going to use here, as Giles Robson's harmonica is as devilish as Lester Butler's was, the band behind him as cool and hard playing like The Red Devils. Only 'The Kid' is missing to challenge Robson as hard as Butler was challenged by the extremely cool guitar playing of Paul "The Kid" Size.

Do I need a lot of words for For Those Who Need The Blues? No, of course not. This is boogie wonderland land as far as I'm concerned. The real stuff. And, not that I want to take anything away from Robson's lyrics, they might be straight poems, but to be frank here, who cares. This is about the stomp to the floor rhythms, the crass playing, the harshness of the electric blues as it is meant to be played. Giles Robson and his band take care of that to perfection.

Promo photo
The Dirty Aces are no more, or at least not with its frontman. Robson has gone solo and the world will undoubtedly find out as for music like this there is always a market. I was lucky enough to have seen Leiden's finest Bimbo Box Blues Band play with its wizzard harmonica player and its fabulous guitarist Frank van Veen in the 90s. They only did covers, but rock and rolled each joint they were playing. Giles Robson brings back these memories and more as the rest of his band is better. Frank van Veen, where ever he may be, would cut a nice figure as his lead guitarist though. In such a challenge the way forward towards just this little more diversity lies that is lacking on this record.

For the rest, world. This is one extremely fine blues (rock) album. It's sweaty, damp, moist, stomping. It's the dripping off the walls kind of blues. Each show by this band must be a party to be present at. If you like electric blues, this is your album in 2016.

Wo.

You can listen to the album trailer here:

https://www.youtube.com/watch?v=BRKbADhE1kc


donderdag 24 november 2016

Inside The Dragon. Lost Bear

In het voorjaar van 2011 debuteerde de uit Utrecht afkomstige band Lost Bear met het indrukwekkende Limshasa. Het was een debuut dat zich maar lastig in een hokje liet duwen.
 
Lost Bear liet zich op haar debuut vooral beïnvloeden door 90s rock, maar gaf via vele uitstapjes buiten de gebaande paden ook een geheel eigen draai aan haar muziek, die onder andere met trompetten werd ingekleurd.
 
Limshasa kreeg eind 2012 een vervolg met de fraaie EP Shingolai, die voortborduurde op het debuut, maar ook groei liet horen. Vorig jaar verscheen het op cassette (!) uitgebrachte Monkey Pop, dat me op een of andere manier ontging, maar naar verluid een donker en psychedelisch geluid liet horen.
 
Lost Bear is nu terug met Inside The Dragon en ook dit is een buitengewoon ambitieus project. Inside The Dragon is een heuse dubbel LP met 30 songs in iets meer dan 70 minuten. De muziek van Lost Bear was op haar vorige platen al bijna niet in een hokje te duwen, maar met Inside The Dragon is dat echt onmogelijk geworden.
 
Lost Bear neemt je op haar nieuwe plaat mee op een tijdreis door een aantal decennia popmuziek en kiest hierbij zeker niet voor de makkelijkste route. Direct in de openingstracks laat Lost Bear horen dat het van vele markten thuis is. Een duistere instrumentale track wordt gevolgd door een funky track vol flarden Talking Heads en Tom Tom Club, waarna Lou Reed, dEUS en Pearl Jam worden samengesmeed tot een bezwerende rocksong.
 
De muziek van Lost Bear is muziek die uitnodigt tot associëren, maar ondanks alle associaties is het ook muziek die je nog niet eerder gehoord hebt. Na een vervreemdend intermezzo gaat de Utrechtse band los met meedogenloze hardcore, die weer gevolgd wordt door een prachtig melodieuze track waarvoor Radiohead zich niet zou schamen, maar waarmee ook Pearl Jam best uit de voeten zou kunnen.
 
Inside The Dragon is dan pas een kwartier onderweg, maar je bent al alle kanten opgeslingerd. Dat blijft zo bij beluistering van de rest van de plaat. Lost Bear maakt nog steeds muziek die geïnspireerd is door de indierock en lo-fi uit de jaren 90, maar de band maakt zoveel uitstapjes dat er eigenlijk geen label is te plakken op de muziek van Lost Bear.
 
Inside The Dragon heeft zijn  psychedelische momenten, experimenteert met elektronica, geeft gas en neemt gas terug en overtuigt zowel met lekker in het gehoor liggende rocksongs als met songs die veel lastiger te doorgronden zijn.
 
Pearl Jam heb ik al een paar keer genoemd als vergelijkingsmateriaal, maar ook de namen van Dinosaur Jr. en Buffalo Tom komen weer meerdere keren boven drijven, zeker op de eerste plaatkanten. Hetzelfde geldt voor Pavement en Guided By Voices.

Inside The Dragon schiet uiteindelijk zoveel kanten op dat het onmogelijk is om snel een oordeel te vormen over de plaat. Zeker in eerste instantie is het raadzaam om de plaat gedoseerd te beluisteren, waarbij opvalt dat de vier plaatkanten verschillende geluiden laten horen en de plaat met name aan het eind steeds stemmiger en intenser gaat klinken en met name Radiohead en Elbow domineren als vergelijkingsmateriaal.
 
Inmiddels heb ik Inside The Dragon meerdere malen beluisterd en vind ik het niet alleen een interessante en spannende plaat, maar ook een hele goede plaat. Heel af en toe komt er een track voorbij die niet zoveel met me doet, maar Lost Bear laat ook flink wat wonderschone tracks horen, die nog maar eens onderstrepen dat we hier te maken hebben met één van de smaakmakers in de alternatieve Nederlandse muziekscene.
 
Ik zet de plaat nog maar eens op en weer hoor ik nieuwe dingen. En de groei is er nog lang niet uit. Liefhebbers van rockmuziek die buiten de lijntjes kleurt moeten hier echt naar luisteren.

Erwin Zijleman

Je kunt Inside The Dragen hier luisteren en kopen:

https://tinyroomrecords.bandcamp.com/album/inside-the-dragon

woensdag 23 november 2016

X-Features. Features

Another release from Auckland, New Zealand based record label Flying Nun. Let me start by giving a compliment to whoever designed the artwork of this album. This must be a marvel to hold as an LP. As differences exist in this world I'm making do with an MP3 version and the artwork on my screen.

X-Features is actually a re-release. Music from three decade and a half ago, yes, punk. Like the recently rediscovered The Scientists Features also takes the punk revolution just a little further than the original punkers who reared their ugly heads in 1976 in the U.K. Features has already let in influences from the second generation like Gang of Four, as well as from hardcore bands without forgetting that songs are stronger when they hold a melody as well. Hence X-Features is an album which I can totally relate to, without being drowned in nostalgia. I was everything but a punker in those days, although I did sport a lot of buttons, bought during my first trip to London. Because I moved recently I even ran into a box containing them all. Rusty pins and all. Some are on my guitar strap now, so I'm sporting them again.

X-Features starts with a delicious track called 'City Scenes' that caught my attention first. It is a hybrid of a song in which a lot of different things are going on at the same time. It starts slow, in a chaos, a bit reminiscent of The Small Faces' 'Lazy Sunday'. Snippets of music are distributed in a loose fashion, there's a whistle in there and empty spaces. When the song bursts in full force, there are all sorts of psychedelic undertones hovering over the alternative rock song. All sorts of 60s melody lines fly around. It's the vocal delivery and the lead guitar that follows the vocal line closely that give the song a punky attitude. The talking that is going on in the background brings back 'Lazy Sunday'. The instrumental melody lines in between the singing are straight The Who. The bass is certainly John Entwhistle influenced but definitely not as pyrotechnic. 'City Streets' is a confusing song, but one I like immensely. Features put in so many ideas into the song, that it could have made an album on them, but chose to ball them all into this surge of energy. At the end the song slowly dissolves, closing the circle. What a statement.

The Beatles come by. 'Secret' is one of those song from the early beat days, almost made over in an unrecognisable way. Truly covered. The song is all chaos, played by a band that seems barely able to contain what it is trying to do here. The bass again is very strong. The rest of the band seems hardly able to catch up. Here and there the song simply falls apart and is picked up again. Most members seem to lack the skills to play what they stage here. And yet it works. That's punk for you.

Singer Karel van Bergen, some Dutch pride can be slipped into this review, has the right sneer for the music going on on this compilation. The rest of the band, Jed Town (guitar), Chris Orange (bass) and James Pinker (drums) have listened a lot to to what happened right after the Sexpistols went out of business. PIL, Wire, it's all here and apparently the band in its very short stint in life, became very influential for what was to happen on the post-punk scene in New Zealand after them.

Features never came far enough to release a full album. X-Features brings together all singles, 12"s and rest material to make up a 14 song album in 2016. Certainly not to late to do so. Features is a band that deserves its place in the spotlight. The excitement is catching, the execution grows better by the recording and the songs better. There is simply more focus. From a badly played, toss-away b-side 'Secret' to a perfectly played, experimental post-punk song 'Victim' is a long way in what was not more than months at the time. The influence of Wire and Gang of Four is all around. The eclectic, rhythmic playing, the sharp edges tone. It can't be further away from the band's first single. But listening to 'Rescue', a fast-paced rocker that is in danger of derailing any minute, but never does, I am 100% certain that Gang of Four has never made a song this good and I have a hard time to come up with a Wire of those days song this good. By the time the experimentation of 'City Streets' is let loose on the relentless rocking 'Here We Come,' I'm won over. X-Features is an album that everyone loving punk music ought to hear. The pounding is relentless, the psychedelic interludes provide breathing space for those in need of it.

Whatever happened at the gigs Features played, there may have been a serious derailing here and there, it most have been extremely exciting. This set of music balls an energy that begs releasing. There's absolutely no doubt in my mind who wins this year for the punk re-release. It's not The Scientist from Perth. There's just no competition mate.

Wo.

You can listen to 'City Streets' here:


https://www.youtube.com/watch?v=ydHDLFpXhYw&utm_source=Flying+Out+Full+Mail+List&utm_campaign=1425537ba5-EMAIL_CAMPAIGN_2016_11_03&utm_medium=email&utm_term=0_7cfab6448d-1425537ba5-126255085&mc_cid=1425537ba5&mc_eid=63287dbb4e

dinsdag 22 november 2016

Mid Thirties Singles Scene. Scott & Charlene's Wedding

Scott & Charlene's Wedding? What kind of a bandname is that? It seriously made me doubt whether I should listen to this album. Prejudice is seldom the harbinger of good advice, so I decided to listen to the album anyway. A world of indie or alternative rock opened itself with deep dives into the darker side of 60s rock in combination with some punky attitudes. A combination that, despite that bandname, sits quite well with me.

SACW, as they write about themselves, is from Melbourne, Victoria in Australia. Mid Thirties Singles Scene is the band's third full length album, my first. So there's nothing to compare this album to, SACW internal of course. There is one name that pops up the whole album long: The Velvet Underground. There's just no escaping the band it seems. The way the guitar is played, the chord progressions, the way of singing, it's all there. It is that more uptempo part of the band exclusively. In SACW John Cale is not in sight, and then 'Delivered' starts, I give you that. Neither are the ballads, yes, 'Forever And A Day', but this is like an afterthought at the end of the album. It's the 'I'm Waiting For My Man', 'Beginning To See The Light' and 'What Goes On' side of The Velvet Underground that is recreated here.

Promo photo
At the same time the VU could never have played what SACW is playing. That was the punk revolution of 1977. The attack is simply harder and the singing more relaxed than the haunted, speed-fueled singing of Lou Reed in his harshest rocksongs. Craig Dermody stands far more relaxed in life it seems, which creates the right sort of distance. The music only comes into my comfort zone when I want it to and not as a bulldozer of speed fuelled frenzy, kicking me in the teeth, pulling my brain out with a straw, stamp on it and then ask whether I liked it.

Mid Thirties Singles Scene starts with 'Maureen'. The song is a hybrid of VU intent and a punk chorus of just 'Mau-mau-mau-Maureen". Bitten off, chewed upon and spat out, the delivery is so hostile, confrontational. Fountains of Wayne does the same trick with the same name but the end result can't be more different. It does set the (mid thirties) scene. As long as the listener doesn't expect any consolation from this music, he may be alright. At least for a while.


The elemental instrumentation delivers the exact right background for the sneering delivery of the lyrics. Drums, a strong, often melodic, bass, a dry sounding rhythm guitar keeping time with an accent here and there and finally a lead guitar, dirty like a polluted, muddy river. The four instruments are well-balanced in the mix, so that each player has a part to play in Scott & Charlene's Wedding that is attributable within an instant. It's possible that an organ enters the mix, but not in a confrontational way.

Promo photo
I just read about The Velvet Underground, again, and how the band was more or less rejected by each and everyone in 1966, even before its first album was released in 1967. Partly because of the confrontational attitude and lyrics of the band in combination with the uncompromising relentless drones in the music and partly because it was seen as just a backdrop for Andy Warhol's extravaganza. The more surprising it is that 50 years later its influence is so huge on a lot of musicians who could have been grandchildren of the VU's members. Surpassing anything Lou Reed did in the rest of his career.

Scott & Charlene's Wedding have taken the attitude of 'The Velvet Underground & Nico' and combined it with the melodic power of 'Loaded'. It created its own set of songs and surprised the world in 2016 that the power of this kind of music is still intact after all these years. Certainly not for everyone, but definitely for those who like some nice, barely controlled rock and roll of an alternative, 60s nature with a punky attitude thrown in for good measure.

Wo.

You can listen to and buy Mid Thirties Singles Scene here:

https://scottcharlenesweddingmusic.bandcamp.com/



maandag 21 november 2016

Hindsight. Patrick Joseph

With Hindsight Patrick Joseph has a first off on WoNo Magazine's blog; a review of a compilation. Hindsight is a sort of best of album that looks back on Joseph's career so far. Now that career is only two albums and two EPs under way, so that may seem a bit premature. It isn't as with Hindsight Patrick Joseph gives the listener a beautiful cross-section of his repertoire in a new setting.

Patrick Joseph and I go back to the pre-blog days when there only was a WoNo Magazine. He had put an album, 'Antiques', for free on one or another website, which I reviewed for the magazine after downloading. After that I found his EP 'Foot In The Door' on another website, after which I bought 'Moon King' when it was released in 2014. Now there is Hindsight, with several familiar and a few less familiar songs.

Things Patrick Joseph start with his voice. Slightly hoarse, masculine, serious, present. A voice that I really love to hear singing. The music is just as serious. There is not a lot of sunshine in the music as such. I even have the idea that when the sun threatens to break through, Patrick Joseph gets up quickly to close the curtains, firmly shut. Not that the songs as such are too dark or born from depression. My guess is far from. They are just very serious, with a deep melancholy undertone. Making music is a serious business that calls for contemplation.

From there beauty grows. Patrick Joseph calls himself an songsmith and I can't but agree with him. Is it possible that there is a single note on Hindsight that was not tried out many times and the result of a long process of trial and error? I just don't think so. All the songs are built up intricately. From the foundation upwards sounds are added one by one until there's a full mix.

Who to compare him to? The only name that pops up into my head is NYC singer-songwriter Steve Waitt, another songsmith. For the rest my mind stays empty. Not so much from what I hear is totally unique, no, it's because Patrick Joseph's voice doesn't allow any other names in. In the sense that he musically fits in nicely in the west coast pop/rock tradition that goes back several decades, but found his own unique voice in the process.

Yes, the music is extremely neat, very well taken care of, without anything sticking out that could hurt my ears in any way. In this case it's a compliment. My only complaint is that after two years I would have preferred to hear some new songs instead of ones that I already know. That is compensated by this new collection of existing songs that remind me of how good Patrick Joseph is. Is there any other reason to write a review of compilation album? (And then I remember writing about Grrrr, The Rolling Stones umptieth greatest hits record.)

There is a live rendition of 'Such A Long Time Ago' on Hindsight. In the solo things do go off the rails. A bit to my surprise. It is as if Dave Gonzales of The Paladins rips the song apart, while everything around him remains quiet. Wailing on his Gretsch guitar like there never will be another tomorrow. The contrast with the rest of the song and the final one, 'Setting Sun', is just huge, thus so memorable. And that final song? Pure beauty it is.

From the piano songs that open Hindsight, the soft rocking songs, to the ballads at the end, it shows the songwriting skills of this singer-songwriter from Los Angeles. Someone the world should get to know better. Together with Shane Alexander he is my favourite singer-songwriter from Los Angeles today.

Of course not all my favourite songs are found on Hindsight. Such is the way of compilations. The good thing is that you, dear reader, can buy his older records for just $5,- US. The cost-benefit ratio is simply stunning, you'll find. Go ahead, try it out. I've provided the link for you below.

Wo.

You can listen to and buy Patrick Jospeh's albums here:

https://patrickjoseph.bandcamp.com/

zondag 20 november 2016

Young Runaway. Hattie Briggs

In de zomer van 2015 liet Erwin Zijleman ons kennismaken met het debuutalbum van Hattie Briggs (http://wonomagazine.blogspot.nl/2015/07/red-gold-hattie-briggs.html). In 2016 blijkt hij nog enthousiaster.

Net iets meer dan een jaar geleden debuteerde de jonge Britse singer-songwriter Hattie Briggs met het bijzonder fraaie Red & Gold. Het bleek een debuut dat bol stond van de potentie en belofte.
 
Hattie Briggs maakte op haar debuut indruk met haar prachtige stem en haar afwisselende songs vol mooie verhalen. De Britse muzikante wist hiernaast te imponeren met een fraaie instrumentatie vol invloeden uit de traditionele Britse folk, maar ook voldoende uitstapjes buiten de gebaande paden van deze Britse folk.
 
Hattie Briggs ging na de release Red & Gold uitgebreid de boer op met haar eerste plaat, maar komt desondanks relatief snel met een tweede plaat op de proppen. Het uitbrengen van een tweede plaat na een goed ontvangen debuut is over het algemeen geen eenvoudige taak, maar Hattie Briggs lijkt er weinig moeite mee te hebben.
 
Young Runaway maakt direct vanaf de eerste noten een onuitwisbare indruk en houdt het hoge niveau moeiteloos 11 tracks en 39 minuten vol. Alle ingrediënten die het debuut van Hattie Briggs zo mooi en bijzonder maakten zijn ook op Young Runaway van de partij en hebben alleen maar aan kracht gewonnen.
 
Zo vertelt Hattie Briggs ook op haar tweede plaat weer mooie verhalen. Het zijn verhalen die geïnspireerd kunnen zijn door mooie vakantieherinneringen of herinneringen aan haar jeugd op het Engelse platteland, maar ook een oude koffer, het besluit om de universiteit vaarwel te zeggen en te kiezen voor een onzeker bestaan in de muziek en de strijd van het opgroeien hebben Hattie Briggs geïnspireerd tot songs die iets te vertellen hebben.
 
Net als op haar debuut is goed te horen dat Hattie Briggs de traditionele Britse folk met de paplepel ingegoten heeft gekregen, maar ook Young Runaway beperkt zicht niet tot de Britse folk en maakt ook uitstapjes richting pop of Americana (met een hoofdrol voor country). Het wordt allemaal fraai ingekleurd met de gitaar en de piano van Hattie Briggs, maar net als op haar debuut duiken af en toe prachtige cello klanken op.
 
Het mooiste is nog niet eens benoemd, want dat is ook dit keer de stem van Hattie Briggs. De Britse singer-songwriter beschikt over een prachtige heldere stem en het is een stem met een bijzonder eigen geluid, dat nog wat wordt versterkt door de fraaie wijze waarop Hattie Briggs emotie in haar songs weet te leggen.
 
Red & Gold stond iets meer dan een jaar geleden zoals gezegd bol van de potentie en belofte, maar met deze razend knappe tweede plaat is Hattie Briggs de belofte ver voorbij. Young Runaway is een prachtplaat van een van de meest getalenteerde singer-songwriters die het Verenigd Koninkrijk momenteel rijk is. Ga dat horen.

Erwin Zijleman

Je kunt Young Runaway hier beluisteren en kopen:

http://www.hattiebriggs.co.uk

zaterdag 19 november 2016

The Cure live. Ziggodome, zondag 13 november 2016

Foto: HareD
Eerst ‘The Forest’ live horen, dan sterven. Niet dat ik van plan ben aanstonds het tijdelijke voor het eeuwige te verruilen. Al was het maar omdat er veel muziekmoois op het programma staat. Maar het leven heeft zin gehad, na afgelopen zondag. De kranten hebben ook al recensies gepubliceerd, maar ja, wie leest er nog een krant, uitgezonderd beroeps-gedeformeerden zoals ondergetekende. Dus voor WoNo ook nog een oog- en oorverslag van het concert van The Cure.

Opgericht in 1976, het laatste album dateert uit 2008, nog steeds af en toe op tournee. De iconische voorman Robert Smith, nog altijd met felrode lippenstift en kohl-ogen. Immer vergezeld ook van mede-oprichter en bassist Simon Gallup. Een geval apart, omdat hij als enige van de bandleden de hele avond manisch over het podium rende. Voor wie het nog iets zegt: als Theo Vogelaars van de Tröckener Kecks, maar dan op een hele hoge dosis speed. En zonder baret. De hele band speelde met een groot stamina, want het concert duurde maar liefst twee uur en drie kwartier. Met weinig tijd tussen de verschillende delen. Opvallend was ook de fantastische licht show, inclusief projectiescherm achter de band, die ik vanaf de vloer erg goed kon zien.. Niet omdat het allemaal zo extravagant was, wel omdat het allemaal erg goed paste bij de sfeer van de nummers en deze ook versterkte.

Foto: HareD
Het begin van het concert was lauw, donker en somber. Heel veel lang uitgerekte nummers, zoals die eind jaren zeventig hot waren. Maar daarin ook fantastische emotionele liedjes, zoals het heftige ‘Fire’ en ‘One Hundred Years’. Mooi, indrukwekkend. Maar eerlijkheidshalve vermaakte ik mij het best tijdens de meer uptempo bekendere nummers. Hoewel de uitvoering van de twee heerlijke afsluiters en persoonlijke all time favorites ‘Boys don’t cry’ en ‘Why can’t I be you’ net even minder snel en minder hoog gezongen waren.

Daaraan voorafgaand hadden we al fijne songs als het vrolijke ‘Friday’, ‘Play for Today’, ‘Shake dog shake’, ‘Close to Me’ en een mooie uitvoering van ‘Three Imaginary Boys’ gehad. En 'The Forest' dus. Heerlijk, fijn, genieten!

Hared 

PS. Oh ja, er was ook nog een voorprogramma. Het enige positieve dat daarover te melden valt was dat de heren uit muziekwalhalla Glasgow kwamen.

PPS van Wo. Dat heb ik natuurlijk even opgezocht. Interessant is dat ik op twee verschillende sites twee verschillende voorprogramma's vond voor het zelfde concert. Demi Lovato en The Twilight Sad. Ik meen gelezen te hebben dat het de laatste was die gespeeld heeft.

vrijdag 18 november 2016

Dream Darling. The Slow Show

Net iets meer dan anderhalf jaar geleden publiceerde ik mijn recensie van White Water van de uit Manchester afkomstige band The Slow Show.
 
De recensie behoort inmiddels tot de tien best gelezen recensies op de krenten uit de pop en dook ook de afgelopen weken weer regelmatig op in de top 10 van de betreffende week.
 
Waar het aan ligt weet ik niet precies, maar het heeft ook vast wat met de kwaliteit van de plaat te maken. White Water heb ik zelf in ieder geval heel veel gedraaid en koester ik nog steeds.
 
The Slow Show werd anderhalf jaar geleden vooral met The National vergeleken, maar klinkt op haar nieuwe plaat Dream Darling toch vooral als The Slow Show.
 
Het geluid van de Britse band wordt nog altijd voor een belangrijk deel bepaald door de bijzondere stem van zanger Rob Goodwin. De Brit beschikt over een wat krakerige stem waarvan je absoluut moet houden en ook de manier van zingen van de Brit is er een die niet bij iedereen in de smaak zal vallen. Persoonlijk hou ik wel van de bijzondere vocalen, die meer dan eens raken aan vooral Tindersticks en Queensryche, al krijg ik die kerel van Crash Test Dummies (Mmm Mmm Mmm) ook niet helemaal uit mijn hoofd). 

De bijzondere stem van Rob Goodwin wordt op Dream Darling gecombineerd met werkelijk prachtige klanken en wonderschone arrangementen. In de openingstrack pakt The Slow Show meteen flink uit met blazers en strijkers, een stevig aangezet koor en hele fraaie pianoklanken, maar The Slow Show neemt op haar nieuwe plaat ook met enige regelmaat flink gas terug.
 
Zeker wanneer The Slow Show gas terug neemt draagt Rob Goodwin zijn teksten meer voor dan hij ze zingt, wat de muziek van de band uit Manchester een bijzonder eigen geluid en een indringende lading geeft. Het is een geluid dat zich door de bijzondere zang, de werkelijk prachtige klanken en een flinke dosis drama en bombast nadrukkelijk opdringt.

 
Dream Darling is wat ingetogener dan zijn voorganger en bovendien is dit keer net wat meer zorg besteed aan de instrumentatie, de arrangementen en de productie. Net als op White Water zijn de vocalen behoorlijk dominant, maar wat gebeurt er op de achtergrond veel moois en wat is het allemaal raak.
 
Ook dit keer zijn het vooral de blazers die keer op keer zorgen voor kippenvel, maar ook de subtiele strijkers, de fraaie gitaarlijnen en de subtiele ritmesectie dragen bij aan het fraaie resultaat. Ook de schitterende stem van Kesha Ellis (helaas maar twee keer te horen) is het vermelden overigens meer dan waard.
 
Dream Darling mist natuurlijk de verrassing van White Water, maar compenseert dit met songs die je na één keer horen dierbaar zijn, maar die ook nog heel lang nieuwe dingen laten horen.
 
Dream Darling verschijnt in een week met een bijna onwerkelijk aantal interessante releases, maar steekt er wat mij betreft toch net wat bovenuit. Laat de herfst nu maar komen, want met de bijzonder fraaie soundtrack van The Slow Show kan het alleen maar een prachtseizoen worden.

Erwin Zijleman

Je kunt hier luisteren naar 'Ordinary Lives':

https://www.youtube.com/watch?v=BqH9oPjk4ys 

donderdag 17 november 2016

Koffer. Ian Fisher

This spring at the 12,5 years Snowstar Records party in Utrecht I found out that Ian Fisher can rock out as well. With his band of German speaking and dressed country music players, he produced a whole range of different songs. That did not prepare me for the first songs on his new album though.

With the release of Koffer, the second album of Ian Fisher sees the light of day in 2016. A pleasant surprise this speed in releases is. On Koffer Ian Fisher presents himself also as an indie rock singer-guitarist next to the Americana singer-songwriter.

With Koffer another novelty, at least for me, for Ian Fisher comes by. In the title song he sings in German about having everything he owns fits into a koffer, the German (and Dutch) word for suitcase, left behind in Berlin. For an American living in Berlin and Vienna for some time singing in German is not that strange as it may seem at first.

The album starts with a soft country song with light indie rock undertones. The lyric is a variety on The Clash's hitsingle 'Should I Stay Or Should I Go'. In 'If You Wanna Stay' the I person's personal future is in the hands of someone else's decision: "I would not say no". Fate undecided when the song ends. The rock side of Ian Fisher continues with 'Candles For Elvis'. Another convincing song. Not so much original as extremely pleasant to listen to. The already mentioned 'Koffer' is even more raw. There is not a trace of singer-songwriter or Americana left in this song. It is a harsh song, about a harsh life. The life of a travelling salesman in music. Again its rock that trumps here.

'Koffer' returns in a singer-songwriter incarnation. The impact is so much higher as the desolation prompts itself to my face when all around it dissolved. Certainly the winner on points. The electric 'Koffer' is impressive, but the bare naked version has the emotion.

It is with 'Thinkin' About It' that Ian Fisher comes back to the music that was prominent on 'Nero'. The slow tempo with a peddle steel guitar softly whining away and the slowly played piano makes for total unhasting. With such a background no happiness can flourish. It seems all resignation here. Although I hope for the fan of good music that Ian Fisher waits awhile with settling down and the settling of his accounts. What is going on in Koffer is to interesting not to be interested in learning what will follow.

This album is deliciously diverse. A huge strength, I find. Koffer shows that Ian Fisher masters different styles. The more traditional singer-songwriter side is present in several songs, e.g. the country folk of 'Settlin' In', but that is not enough for Koffer. It matches the traditional with a mid tempo rocker with a country flavour like 'Hail Mary'. The album ends with a musical thing from the past. The vocal has a 30s sound, the music holds a jazzy and Hawaiian undertone in the country music. A strange hybrid.

Koffer is an album with two different faces. A small indie rock one, a country rock face and a large singer-songwriter/Americana one. Songs come as they present themselves is my experience and when they're good, they are good. Ian Fisher knows how to make his songs more attractive and it shows on Koffer. Indie Americana? Why not.

Wo.

You can listen to and buy Koffer here:

https://ianfisher.bandcamp.com/album/koffer

woensdag 16 november 2016

Eight Days A Week. The Beatles

My girlfriend has a golden rule when at the movies: "Always watch the little letters". There were a few that could not wait to get out of the theatre when the small letters started showing the hundreds upon hundreds of people who work on a movie. I was amazed that for each interview with the talking heads that documentaries carry, took at least 20 people to get on film. In each and every city where they were filmed and recorded. The next batch missed the band's banter on its 1963 Christmas record for the members of the fanclub. The sound heard over the little letters. And even more missed the annex glued to Ron Howard's documentary movie on the live years of The Beatles: the full Shea Stadium film. All 30 minutes. That was how long a show took those days. Compare that to what Paul McCartney does in recent years.

I have missed the live years of the Beatles, although I was around in the year they went to Hamburg for the first time. Tucked away safely in my crib and was in third grade when they played the, now famous, roof top concert, that seemed like the end of this film. John's voice saying something like: "that's rather a nice ending, isn't it"?, seemed to wrap it all up. For me that was the reason to go to this documentary, as it focuses on the live music and less on the impact of the band's music overall on the teenagers and society in general, as that part of the story is well documented. When a commentator somewhere along Eight Days A week stated: "This is something like we've never seen before", it had already changed for me. The impact was so much larger than I even imagined. In a certain scene I saw the most inner instincts of a girl standing behind a fence during a show. Had a Beatle come within her sight, she would have killed instantly and taken a piece, whatever part, home with her to keep forever. The sight on the girl's face, now a grandmother, is downright frightening.

This was what the band went through every single day. Until it was worn out in each and every way but creatively. The bubble didn't burst, the band just walked out and closed the door in 1966 to go on and produce its finest, most creative songs before it all ended. The rooftop tells it all. George looks extremely doubtful, John starts to have a good time, like Paul and Ringo already have, and then that one second when a camera glimpses Yoko Ono, sitting on the roof, sullen, perhaps even angry looking, bored. There and then is the end of the band in plain view for perhaps two seconds. In my mind that was the defining moment. The Beatles should have gone touring in 1970 and do what the Rolling Stones did, grow ever higher and better. But oh those few people in those other roofs!

That was the final episode. All before is the famous story, often told and viewed once again or in part for the first time for me. How a band grew from a pop/beat band to the most important band in history and the greatest writers of songs ever. Up with the very, very great. The screaming girls never stop amazing. Mass hysteria. The pace of the band. It's relentless! The sum-up by Ringo of an average Beatles day is so telling. But like Paul said, it brought focus. The need for the next hit, kept them on their toes and brought out the best in them. Every moment counted and the results show. The string of hits is still amazing.

And confusing for The Beatles in a very specific U.S. sense. What album is the song we're playing on? They undoubtedly knew for the U.K. version of the albums, but for the U.S. ones? It seems like they didn't. The Beatles VI? Even I have never heard of it. 'Yesterday and Today'? I had never heard of it, until literally this week. If you like what you heard in Eight Days A Week, then '1966. The Year The decade Broke' by Jon Savage is a book of interest. A whole section of the book was told here in the movie by Savage. The photo shoot with dolls and meat, the pressure on the band, the segregation in Jackson and the influence The Beatles had on that discussion, the album burnings. etc. It's all in there and a lot more not on The Beatles. So did Savage add that to Eight Days a Week or was he put on a story? Interesting. It's these parts to the story of The Beatles that I thought highly interesting. But when all is said and done, it's about camaraderie. Four young lads from Liverpool who took on the world together. Their humour, talent, friendship and one for all, all for one attitude that got them through the stress and madness around them.

In a movie theatre in the middle of the day with mostly pensioners, baby boomers, I had a great time. Eight Days A Week gave me piece of something that I never could have been at and experience now in full. For The Beatles it is too bad that they are not able to play now. That we need The Analogues to show how it could have sounded like. The Beatles remain the originals though and always will be.

Paul and Ringo are still here, in their 70s. As the film dedications show a lot of the core team isn't any more. Soon to be a memory, soon to be beyond a memory. The music and the films will always be there for future generations to muse about. Also live it just didn't get much better than this. I somehow tend to forget how good this band is, because of all the other stuff going on musically, but there are always little moments like these that make me realise that when all is said and done there's only one band that matters and that is the one that entered my life first, as a very young boy, The Beatles.

Wo.