dinsdag 25 juli 2017

The Order OF Time. Valerie June

Bijna vier jaren zijn verstreken sinds de release van Pushin' Against A Stone, het debuut van de Amerikaanse muzikante Valerie June.
 
Ik voorspelde destijds op deze BLOG wereldheerschappij voor de singer-songwriter uit Memphis, Tennessee, maar daarvan is het vooralsnog helaas niet gekomen (lees Erwin's poging tot voorspellen hier : http://wonomagazine.blogspot.nl/2013/08/pushin-against-stone-valarie-june.html).
 
Met haar nieuwe plaat kan Valerie June echter opnieuw een gooi doen naar de erkenning die ze zo verdient en aan de kwaliteit van haar plaat zal het wederom niet liggen.
 
Op haar vorige plaat kon Valerie June een beroep doen op topproducer Dan Auerbach en orgelvirtuoos Booker T. Jones, wat Pushin' Against A Stone een flinke zet in de rug had moeten geven. De grote namen ontbreken op de nieuwe plaat (buiten wat achtergrondvocalen van Norah Jones), maar heel veel invloed op het geluid van Valerie June heeft het niet gehad.
 
Haar muziek ademt nog steeds de muzikale tradities van het diepe zuiden van de Verenigde Staten, maar het knappe van de muziek van Valerie June is ook dit keer dat ze ook overweg kan met het muzikale verleden van de noordelijker gelegen Appalachen.
 
Ook op The Order Of Time beperkt Valerie June zich niet tot één of twee genres. The Order Of Time citeert uit de archieven van de gospel, soul, blues, country, rock en rhythm & blues en daarmee heb ik alleen de belangrijkste genres waarmee de singer-songwriter uit Memphis aan de haal gaat genoemd.
 
Voor The Order Of Time zijn flink wat muzikanten de studio in gedoken en zij staan garant voor een opvallend veelzijdig geluid. Zeker wanneer de blazers worden ingezet kan The Order Of Time uit de voeten met moddervette soul, maar Valerie June kiest dit keer ook opvallend vaak voor een bezwerend, wat psychologisch aandoend geluid of een wat zweverig geluid met veel strijkers.
 
The Order Of Time moet het misschien doen zonder de hele grote namen, maar het veelkleurige gitaarspel en de bijdragen van het orgel doen echt niet onder voor de muzikale impulsen van Dan Auerbach en Booker T. Jones op de vorige plaat.
 
De muzikanten op de plaat staan garant voor een geluid waarin de stem van Valerie June flink wat ruimte krijgt en het is een stem waar je van moet houden. Ook op haar nieuwe plaat klinkt Valerie June weer wat nasaal of lijzig. Het doet af en toe wat denken aan de stem van Macy Gray, maar de Amerikaanse kan ook tekeer gaan als Amy Winehouse in haar beste dagen. Het is ook een stem die na enige gewenning steeds beter wordt en die uiteindelijk net zo makkelijk overtuigt met rauwe uithalen als met gevoelige passages.
 
The Order Of Time is een plaat die, zeker in de zweverigere passages, vaak aangenaam voortkabbelt, maar ondertussen verleidt en bezweert de muziek van Valerie June meedogenloos.
 
Na het relatief beperkte succes van Pushin' Against A Stone ga ik Valerie June niet nogmaals wereldheerschappij voorspellen, maar dat ze een verbluffend goede en verrassend veelzijdige Amerikaanse rootsplaat heeft gemaakt is voor mij zeker.

Erwin Zijleman

Je kunt hier luisteren naar The Order OF Time and het album kopen:

https://valeriejunemusic.bandcamp.com/releases

 

maandag 24 juli 2017

Mental Illness. Aimee Mann

Het is gelukkig een hypothetische vraag, maar ik stel hem mezelf geregeld. Wat neem ik mee als ik word verbannen naar een onbewoond eiland en slechts 10 platen mee mag nemen?
 
De samenstelling van het denkbeeldige koffertje varieert uiteraard over de tijd, maar Bachelor No. 2 Or, The Last Remains Of The Dodo van Aimee Mann zit er bijna altijd in.
 
Aimee Mann liet in de jaren 80 met haar band ‘Til Tuesday zo nu en dan al horen dat ze een bijzonder talent is en dat deed ze ook op de twee soloplaten die ze in de jaren 90 uitbracht.
 
Op het in 2000 verschenen Bachelor No. 2 Or, The Last Remains Of The Dodo viel echter alles op zijn plaats. Aimee Mann had de muziekindustrie een paar jaar eerder de rug toegekeerd, maar stond nu op eigen benen en imponeerde met een plaat vol songs die ik na één keer horen echt nooit meer wilde vergeten.
 
Omdat Bachelor No. 2 Or, The Last Remains Of The Dodo me zo enorm dierbaar is, gaat Aimee Mann de inmiddels 17 jaar oude plaat waarschijnlijk nooit meer overtreffen, maar ook de vier soloplaten die ze de afgelopen 17 jaar heeft uitgebracht waren van een bijzonder hoog niveau. Het geldt ook weer voor het deze week verschenen Mental Illness, dat ik na een paar keer horen al wel net wat beter vind dan zijn vier voorgangers.
 
Mental Illness focust op alle ellende die in een menselijk leven voorbij kan komen, waaronder uiteraard de ellende in de liefde. Het is ellende die in het leven van Aimee Mann kennelijk in ruime mate voorbij is gekomen, want Mental Illness is in tekstueel opzicht een behoorlijk donkere plaat.
 
In muzikaal opzicht valt dat (gelukkig) nog wel mee. Vergeleken met de vorige platen van Aimee Mann is Mental Illness een verrassend ingetogen plaat. Aimee Mann kiest op haar nieuwe plaat voor grotendeels akoestische en over het algemeen vrij langzame songs, die vaak stemmig zijn ingekleurd met strijkers en verder worden gedomineerd door akoestische gitaar en piano. Het zijn songs waarin melancholie nadrukkelijk doorklinkt, maar ook in de lentezon doet Mental Illness het uitstekend.
 
Aimee Mann werkt ook op haar nieuwe plaat weer samen met producer Paul Bryan en deze verdient alle lof voor het geluid op de plaat. Mental Illness klinkt warm en ruimtelijk en dit past goed bij de bijzondere, maar volgens de critici wat vlakke stem van Aimee Mann.
 
Mental Illness is misschien wat meer ingetogen dan zijn voorgangers, maar ligt toch ook duidelijk in het verlengde van alle platen die Aimee Mann sinds Bachelor No. 2 Or, The Last Remains Of The Dodo heeft gemaakt.
 
Net als op dit miskende meesterwerk uit 2000 komt de Amerikaanse singer-songwriter op Mental Illness op de proppen met songs die je raken, verleiden en betoveren. Bij de vorige platen verlangde ik toch vrijwel onmiddellijk naar de plaat uit 2000, maar Mental Illness komt momenteel heel vaak voorbij en verveelt geen moment.
 
Mental Illness zal Bachelor No. 2 Or, The Last Remains Of The Dodo niet verdringen uit het koffertje voor het onbewoonde eiland, maar is in het aanbod van dit moment voor mij een klasse apart. Prachtplaat.

Erwin Zijleman

Je kunt hier naar 'Goose Snow Cone' luisteren:

https://www.youtube.com/watch?v=fhThS-PJOFE

zondag 23 juli 2017

De "dubbele" van Erwin

Zoals oplettende lezers zullen hebben opgemerkt, herpubliceerd Erwin Zijleman geregeld posts van zijn eigen blog 'De Krenten Uit De Pop' op ons WoNoBloG van WoNo Magazine. Iedere twee maanden stuurt hij een overzicht van zijn favoriete posts uit de twee voorgaande maanden, waaruit Wo. een selectie maakt voor publicatie.

Een aantal van Erwin's posts zijn al gerecenseerd op WoNoBloG en uit het oogpunt van efficiëncy hebben we besloten platen niet meer dubbel te doen -tenzij Wo. zijn neiging om toch over een plaat te schrijven niet kan onderdrukken.

Toch knaagt het een beetje. Dit zijn Erwin's favorieten. Daarom geven we onze lezers op deze manier de mogelijkheid om kennis te nemen van Erwin's mening: gewoon een aantal links naar de originele publicatie, voor diegenen die willen weten wat Erwin zo goed vindt, dat het her-publicatie verdient.

Wie wil kan nu klikken op de onderstaande links. Veel leesplezier!

http://dekrentenuitdepop.blogspot.nl/2016/11/madness-cant-touch-us-now.html

http://dekrentenuitdepop.blogspot.nl/2016/12/the-rolling-stones-blue-lonesome.html

http://dekrentenuitdepop.blogspot.nl/2017/02/mich-mich.html

http://dekrentenuitdepop.blogspot.nl/2017/02/the-courtneys-courtneys-ii.html

http://dekrentenuitdepop.blogspot.nl/2017/04/moon-moon-moon-help-help.html

http://dekrentenuitdepop.blogspot.nl/2017/06/roger-waters-is-this-life-we-really-want.html

http://dekrentenuitdepop.blogspot.nl/2017/06/dan-auerbach-waiting-for-song.html

De WoNo redactie.

Future Standards. Howie Gelb

Howe Gelb heeft met zijn band Giant Sand (waarvoor vorig jaar het doek dan definitief viel) zeker 10 prachtplaten gemaakt en ook het aantal uitstekende soloplaten van de muzikant uit Tucson, Arizona, is de handvol inmiddels gepasseerd.
 
Op al die platen blijft Howe Gelb zijn muziek veranderen en vernieuwen, waardoor een nieuwe plaat van Howe Gelb altijd weer een verrassing is en meestal ook een bijzonder aangename verrassing.
 
Dat geldt ook weer voor het onlangs verschenen Future Standards. Op zijn nieuwe soloplaat kiest Howe Gelb voor een geluid dat we nog niet van hem kenden en treedt hij in de voetsporen van Bob Dylan.
 
Future Standards staat immers vol met songs die Frank Sinatra graag vertolkt zou hebben, waarna Bob Dylan er vervolgens op een van zijn laatste twee platen mee aan de haal zou zijn gegaan. Howe Gelb put echter niet uit de archieven van het American Songbook, maar schrijft zijn “Sinatra songs” gewoon zelf.
 
Future Standards laat een geluid horen dat lijkt weggelopen uit de jaren 40 en 50 van de vorige eeuw. Begeleid door piano, gitaar, bas en drums maakt Howe Gelb muziek die je meeneemt naar rokerige nachtclubs en het is muziek die de kleine uurtjes tot een feest maakt.
 
De muzikanten die hem omringen zetten een fraai ingetogen jazzy geluid neer, waarop Howe Gelb vervolgens zijn kunsten als crooner mag vertonen. Het is iets dat de gelouterde muzikant uit Arizona opvallend goed beheerst. Howe Gelb probeert niet te klinken als de grote crooners uit de vorige eeuw, maar geeft een geheel eigen draai aan het genre. Howe Gelb blijft immers een muzikant die zich niet zomaar conformeert aan de conventies van een genre, waardoor ook Future Standards weer fris en eigenzinnig klinkt.
 
Ik had op voorhand niet verwacht dat de donkere stem van Howe Gelb het goed zou doen in het jazzy repertoire dat op Future Standards domineert, maar het klinkt echt geweldig. Het gevaar van eenvormigheid ligt voor mij altijd op de loer in dit genre, maar dit weet Howe Gelb uitstekend te ondervangen middels een geheim wapen. Dit geheime wapen bestaat uit de heerlijk zwoele vocalen van zangeres Lonna Kelley, die minstens net zo veel indruk maakt als Howe Gelb zelf.
 
Bob Dylan kreeg nogal wat kritiek toen hij het roer omgooide op zijn laatste twee platen en ook Future Standards zal niet door iedereen juichend worden ontvangen. Zelf moet ik inmiddels toegeven dat ik de laatste twee platen van Dylan regelmatig opzet wanneer de zon onder is en ook Future Standards wordt waarschijnlijk een graag geziene gast tijdens de kleine uurtjes, al is het maar omdat ik deze plaat van Howe Gelb gezien de eigenzinnige inbreng van de Amerikaan, nog wat hoger inschat dan de laatste twee platen van de oude meester Bob Dylan.

Erwin Zijleman

Je kunt Future Standards hier beluisteren en kopen:

https://howegelbmusic.bandcamp.com/album/future-standards

zaterdag 22 juli 2017

Time Out Of Mind. The Lives Of Bob Dylan. Ian Bell

Several years ago Wo. reviewed part 1 of this Dylan biography. You can read his findings here: https://wonomagazine.blogspot.nl/2013/08/once-upon-time-lives-of-bob-dylan-by.html.

Now for part 2, but not before I point out the seeming oddity of the picture. Has it been photoshopped? Dylan's extended second and third fingers seem to indicate that he's smoking, don't they?

Part 2 starts with the live resurrection of Dylan and that brilliant album 'Blood On The Tracks'. This was just before I truly discovered Bob Dylan myself with the album 'Desire'. Quite simply one of my favourite Dylan albums. All the rest that came before was only discovered by me in the 80s and 90s. Whether on cd or second hand LP, whatever came on my path. I learned fairly quickly that the early Dylan, the folk/political hero was not for me. It just isn't my music, really.

Unfortunately for me, and the rest of the world, the career of Bob Dylan took a turn for the worst, after 'Desire'. After the so-so 'Street Legal', which holds a few brilliant songs, and the as far as I'm concerned great live album 'At Budokan', Dylan went religious or lost touch with his inner skills or just didn't care. With a few minor sparks on 'I and I' and 'Down In the Groove' (yes, I do hear them Mr. Bell) the 80s went by like for many 60s hero's: in a shambles of pretty awful music. It's not just Dylan, mind. Paul McCartney, Lou Reed, The Rolling Stones, Neil Young, they all came up with (mostly) mediocre albums at best, to all return with a strong album in 1989. Why was that? (Van Morrison is the exception to this rule.)

The mystery of the great songs released on 'Biograph', the box set that got me into Dylan more, and "The Bootleg Series, Volume One', that won me over definitely, is something that Bell can only speculate about. The only one who knows why these songs did not make an album great or better, is Dylan himself and he's not talking. The fact that they got released anyway, means that either he saved them for a purpose or lost the final say over what is released and what not, after the original release. Fact is that Bell speculates a lot, but cannot fathom the true reasons.

What he does do, is that he seems to have started to dislike Bob Dylan because of it. The focus lies so much on what is withheld (from him), that it has become personal, while writing this book. It is the artist who decides what to release; even if it hurts his career, and not Mr. Bell or me. I've wondered, yes, of course, after having heard some of these great tracks, later, but that is all. I never cared about bootleg albums and such, so I was simply very pleasantly surprised when I bought the box sets and found all these great, some fantastic new songs there. Instead of being fed live versions and studio version #8 and #9, that for usually very obvious reasons did not make the record, what all other bands usually serve up in exchange for a lot of money, Dylan comes up with new songs that are great. I am the happier for it.

What Bell derives at, is that Dylan seems to have lost his ability to write and compose and his ability to see what is best work was. Personally I have come to the conclusion, somewhere in the 80s already, that he has tried to destroy his career for whatever reason and in the end miserably failed, because in the end he is too good and original an artist. The responses to the first radical change to electric may have genuinely surprised him, after that it was all effect. Maybe some self-loathing was involved after his marriage failed, who knows? Fact is that from 1979 onwards he has been trying to alienate his audience from him. Audiences that keep turning up right up to today, while he has no voice left and is unable to play guitar any more.

The part Bell doesn't cover any more, the book stops in 2012, is where Dylan has lost me completely. Who wants to hear someone with a croaky voice sing Sinatra, Crosby, etc.? I do not even want to hear the originals. It had happened before that with his last albums with original material. I haven't bothered to buy 'Tempest' and the one before that. Just like I didn't like 'Love and Theft'. That's fine. A lot of people like the albums, so I'm happy for them. It's just not my music. What I do, is play the albums I like every once in a while and enjoy them thoroughly. And all those Dylan's Ian Bell writes about? I leave them to Robert Allen Zimmerman to figure out. There's only one Bob Dylan, the one that evolved in public, where we ordinary mortals change more privately. And live? I've seen him three times, which is more than enough. One of them was good, I can't remember when it was, but I came home with a 'Time Out Of Mind' t-shirt.

Time Out Of Mind is very well written and thoroughly researched by Ian Bell. First hand accounts tell about what happened around Dylan or how people perceived things. It's too bad that so much focus on all these bad albums seems necessarily. Where it works is as a counterpoint to the prominent resurrection of Dylan that started with 'Time Out Of Mind'. Ian Bell runs out of pages to let us know how brilliant he thinks Dylan is from here onwards and that he truly is the greatest artist of his time. His book, 'Chronicles', his movie, 'Masters and Commanders', his record, 'Modern Times' and everything after are all lauded by him. Even the Christmas album is 'fun".

Again it becomes clear how much controversy there is around the person(s) Bob Dylan. (Take the cover of 'Oor' 4-2017. Dylan is on the cover, apparently for no special reason as the caption of the cover story reads "Bob Dylan, the treason of the saviour". Once inside I find it is because the April concerts in Amsterdam and his latest album. Controversy rages and sells, still, in 2017.) Nothing the man does can do without eschatology of his each and every word, deed and non-deeds. Ending in op-eds and research papers. There has probably never been an artist who has been (peer) reviewed so often and relentlessly. "I know nothing about it, I haven't seen/read a thing", is Dylan's standard reply it seems, in interviews. In the meantime he plays with it all. Let me give an example from beyond this book.

Fans like to see several of his albums as triptychs. They most probably are not and certainly were not started as thus. Out comes Dylan's latest album in 2017. What does he call it 'Triplicate'. That most be a joke.

With his latest albums (until 2012), reviewed and far beyond by Bell, Dylan has explored the music of the American songbook, like he did in his legendary radio shows 'Theme Time Hour With Bob Dylan'. These shows sort of resulted you could say in three albums, five records, filled with songs from that songbook as sung by Dylan. The man who all but lost his voice.

Who the man beneath all the masks is, if there is a "real" Bob Dylan, we will not divine from Bell's books. For that Dylan is too elusive. He plays the "Bob Dylan game" masterly. Always sowing confusion and thus able to be himself on the two nights in the year he's not out on the road somewhere in the world. With the Nobel Prize in his pocket, something which is speculated on hugely in Time Out Of Mind, it is time to contemplate Bob Dylan's next move. With 'Triplicate' he most probably released his final tribute album. Can he surprise the world again? I won't be surprised if he does. This man is full of them for over 50 years.

Did I read enough on Dylan? Probably yes, but I may surprise myself some more too.

To end on a positive note here. Because of Ian Bell's words I am listening to 'Tempest' again and boy was I wrong to halt at "that" voice at the time. Yes, masterpiece. My sincere apologies, Mr. Dylan.

Wo.

vrijdag 21 juli 2017

The Adventurist. Cindy Lee Berryhill

Cindy Lee Berryhill dook halverwege de jaren 80 op als een van de belangrijkste exponenten van de Amerikaanse folk beweging die in de geschiedenisboeken is terecht gekomen als de anti-folk beweging (Cindy Lee Berryhill noemde het zelf overigens “new folk”).

 De folk van de in Los Angeles opgegroeide, maar op haar twintigste naar New York vertrokken singer-songwriter liet zich aan de ene kant beïnvloeden door de folk zoals die in de jaren 60 in New York en in Los Angeles opbloeide, maar stond aan de andere kant open voor invloeden uit de punk die halverwege de jaren 70 in New York ontstond.

Het vloeide prachtig samen op de eerste twee platen van Cindy Lee Berryhill. Who's Gonna Save The World? uit 1987 en Naked Movie Star zijn vergeten klassiekers uit een periode waarin folk op weinig sympathie van de critici kon rekenen. Ik was de platen eerlijk gezegd zelf ook al lang vergeten, maar tot mijn vreugde staan ze inmiddels wel op Spotify en Apple Music.

Aan het begin van de jaren 90 keerde Cindy Lee Berryhill terug naar California en halverwege dat decennium ging ze ook weer platen maken. Het zijn platen die maar heel weinig aandacht trokken en nog steeds niet te vinden zijn op de streaming media.

Cindy Lee Berryhill trok de afgelopen twee decennia vooral aandacht als schrijfster en werd verder in beslag genomen door de zorg voor haar zieke echtgenoot. De afgelopen jaren was het volledig stil rond de vergeten muzikante, maar bijna uit het niets is Cindy Lee Berryhill terug.

The Adventurist is Cindy Lee Berryhill’s eerste plaat in tien jaar tijd en het is een verrassend sterke plaat. De jarenlange zorg voor haar inmiddels overleden echtgenoot speelt absoluut een rol in een aantal songs op de plaat, maar The Adventurist is vooral een plaat over het leven.

Cindy Lee Berryhill laat zich nog altijd beïnvloeden door folk uit de jaren 60 en en de muziek van met name Patti Smith uit de jaren 70, maar de Amerikaanse singer-songwriter heeft ook meer eigentijdse invloeden in haar muziek verwerkt en is bovendien niet vies van invloeden uit de psychedelica en de lo-fi.

Het levert een plaat op die anders klinkt dan de meeste andere platen van het moment. The Adventurist bevat flink wat invloeden uit de rootsmuziek, maar klinkt ook rauwer en steviger dan de meeste andere platen in het genre, wat weer contrasteert met het bijzondere gebruik van strijkers op de plaat.

Het zorgt ervoor dat Cindy Lee Berryhill de aandacht opvallend makkelijk vast houdt en vervolgens steeds meer indruk maakt met haar bijzondere songs en intense voordracht. Ik vond het in eerste instantie vooral bijzonder, maar wat ben ik inmiddels gehecht aan deze intense en emotievolle plaat van Cindy Lee Berryhill. Ga dat horen!

Erwin Zijleman

Je kunt hier luisteren naar The Adventurist:

https://soundcloud.com/cindyleeberryhillofficial/sets/the-adventurist-1

donderdag 20 juli 2017

Baby, I'm Bored. Evan Dando

This June Fire Records re-released Evan Dando's last solo album too date. (Though two The Lemonheads followed this album. Since 2009 all is quiet.) Baby, I'm Bored passed me by at the time, as I sort of was never really caught by The Lemonheads at the time and stopped to follow the band. There were so much more interesting bands to follow. like .e.g., fellow Bostonians Buffalo Tom.

As I received the album I decided to take a listen. Although the album came to me in small waves, I did start to hear the beauty within. I also noticed that Dando's voice was starting to sound the worse for ware. Being only in his mid 30s, that is troubling if you're a singer.

What is not so hard to hear, is that Evan Dando is a fine songwriter. No matter how ramshackle the songs may be recorded, the flow of them in obvious. Even when estranging sounds are laid out over them, take a listen and you know exactly what I mean, the inner beauty of the compositions remain in the background or upfront, depending on the song. At times it is like all Dando's inner demons are parading like zombies over main street. Or he's so intoxicated that he has trouble to really hear what he has recorded, who can tell? Fact is there are some great songs on Baby, I'm Bored. He just doesn't seem to want a lot of people to know about them.

Promo Photo
Baby, I'm Bored was Dando's first recording since 1996 and his first and only solo album. His production seems to have come all but to a halt in the past 20 years.

The re-release is a smart thing though. It shows a few things. Dando gets away with quite a few different sort of songs. Whether there is a more indie feel or moving towards alt.americana, Evan Dando stands his ground. A quality that several people may have forgotten all about and a new generation gets the chance to discover this exponent of the 1990 surge of east coast alternative rock bands. Always somewhat softer than Dinosaur Jr., the band that paved the way in Boston and Buffalo Tom, The Lemonheads infused just a little more pop into its music.

It is that quality that comes by on Baby, I'm Bored. This softer touch comes with Dando's voice. Even when the distorted guitars chime in, like in 'The Same Thing You Thought Hard About Is the Same Part I Can Live Without' (what's in a title), the voice comes in and the tambourine. That sound makes a lot of difference in the whole. A small rhythmic detail, having a great impact on the whole. It's details like this that make this album fun, even if it is the weird parts in some of the songs. Certainly when I get to cd 2 with the left overs and rarities. That moniker does right to some of the recordings. Probably never meant to be released, but good to hear anyway.

Is Baby, I'm Bored a brilliant album? No, that would be too much. It does make me wonder whether I have to go back into my backlog of 90s albums and see if I can hear now, what I could or did not then? Perhaps this is the album that helps me in.

Wo.

You can listen to and buy Baby, I'm Bored here:

https://evandando.bandcamp.com/album/baby-im-bored




woensdag 19 juli 2017

Kairos July 2017, by .No on Concertzender

Each month .No creates his Kairos show that Concertzender broadcasts at the beginning of the month. After that it may be online until perpetuity and beyond. As long as there is a search engine supplied with electricity and a server that hosts the program.

Each month Wo. listens to Kairos and shares his thoughts and ideas, puts them online and as long as there is ...., you get the drift. Let's not while our time away and let's get down to it: the verdict on this month's Kairos is in.

Each month the show begins with the same mysterious music and the dark voice introducing the show. Slow moving piano notes move in. Kairos has truly started. I recognise the kind of music from last month and indeed Charles Henri Maulini it is. I am listening to his musical rendition of Paris. Now I'm not sure which Paris this song shares with me, but it can't be the city of light nor the one in Texas. Only in the most abstract of ways this can be Paris, so full of grace and elegance. More like the slow moving clouds in the sky on a blue, summer's day, than anything to do with the bustling city below. Not even at night there is this tranquillity. So where then? Père Lachaise? The Bois de Boulonge? It is any ones guess where Maulini imagines this Paris in his composition 'Paris'. Perhaps it only exists in his imagination. 'Paris' is beautiful, like the city is in its own way. So there you go, I found the key.

Someone we are hearing for months now is Richard Bolhuis and his House of Cosy Cushions. This dark song inhibits my calm, tranquil world created by Charles Henri Maulini. Bolhuis sings softly, the repeated music in the background is menacing. It is a loop but not quite as little changes are allowed in. Just another instrument added to the whole. I find it hard to really make something of 'Girl with the insect dress'. With a, maybe even any, different background, it would have been a lot less hard, perhaps even beautiful. This looped music is devoid of emotions. Like someone who sees the dress but has no feelings any which way because of the dress -nor the girl for that matter.

It's time for some lute. Stathis Skandalidis plays 'Reunion Dance' by Gilbert Isbin. From an album full of Isbin's songs. Where does one find an album like this? I'm fairly sure it is nowhere near where I frequent to buy albums. This evening I played 'Led Zeppeling IV'. Strangely enough I'm reminded of a few of the folk songs on that album. No not of 'Black Dog' or 'Rock and Roll, although it would be something if that latter song was to turn up on Kairos. One of the best rock songs ever recorded. Skandalidis plays anything but rock. You notice my mind wondering? There you have it.

(Somewhere, with me pondering Led Zeppelin the composition switched to 'Cantio Lodomerica XIX', played by Massimo Marchese. .No fooled me there. Never noticed it.)

My two best friends go to the Concertgebouw in Amsterdam together regularly for years now and never miss out on anything composed by Dmitri Shostakovich. With me wondering what all the fuss is about. .No is giving me the needle in the haystack as a small part of a fugue is part of this show. Deep dark sounds and some milder ones are played by the Calefax Reed Quartet. It's not my music, but this is far from a punishment.

All sorts of church bells enter the sound. Why, I have no clue. They fade away again and are replaced by a single piano chord, heavy handed, solitary, with some sounds in the background that have nothing to do with the solitary chord, that is repeated every so many seconds. Minco Eggersman, was introduced recently on this blog by .No in his very well "read" .NoWordsNeeded. In this composition called 'Tblisi calls' Eggersman seems to work with time and space in notes. So much air is allowed into the music that it seems more like a fata morgana than music. I was fortunate enough to have visited Tblisi for a conference with a few hours to spare to see something of the city. I remember a Dutch musician sitting on the plane with me going there to work. It was more a DJ type if I remember it correctly, but then who knows? In 'Tblisi calls' Eggersman mixes several styles. There are faint traces of pop and rock, the free form of jazz is mixed with a classical mood, while avant garde soundscapes support the soulful saxophone of The Crusaders and those other soul-jazz types of the late 70s. All this comes together in over 11 minutes in a convincing way. What it has to do with the Georgian capitol I can't tell, but that it can be proud of this work baring its name is clear to me.

The bells take me to a second work from the same album, 'Kavkasia'. 'Deda Ena' is very different, more pop like, with some folk added to it. A beautiful acoustic guitar and a violin determine the mood of this song, which is very melancholy. A sad goodbye. Again I'm struck by how subtle the instruments are added along the way. This works very well. Too bad there is no real lyric, that would have made the song perfect.

Back to Ireland. Where I wondered last month what it was I was hearing until I read the location of recording, I know now right from the start. Béal Tuinne plays 'Briotánach Óg ó L’Orient'. (How do I pronounce that? I really have no clue.) The Celtic folk comes through every once and again. This is the solemn variant though. Fit to be played in a church. Folk it is though. Béal Tuinne is a band, if I can call it that, of singers and players from West Kerry. The uniqueness of the music comes from the adding of a harmonium to the whole, which explains the church sound some more. Again I have to say that this music touches me. Some googling tells me that the title means "A Young Breton from l'Orient".

Soft piano chords and notes come in. This time it is Emilie Levienaise-Farrouch with her compostion 'Strelka'. Nothing is what it seems as some weird sound, fairly out of place, moves through the whole, before lighter notes join, taking the mood in a totally different direction. When weird sounds return it becomes hard to focus. What is real and what not. Donald Trump shouting "Fake News" while it is all true in the end. Something like that is going on here.

Ah, a familiar piece of music. Moon Moon Moon returns to the show once again. The lightly sounding 'Deathbed' comes by. Again I am touched by how close Mark Lohmann's voice resembles Conor Oberst's (formerly) of Bright Eyes. Moon Moon Moon somehow seems so much more real to me. The elementary guitar progression is repeated again and again and it is enough. Slowly the other instruments and sound envelope themselves around the progression until it is taken out of the whole and the atmosphere led by the brushing percussive sound is all that is left. The deathbed is now empty.

A high voice enters and I'm thinking 'I know this also'. And I do. My latest tip to .No has already found its way to Kairos. Low Roar is the musical project of Ryan Karazija, who by way of Iceland, as Californian by birth, released his second album called 'Once In A Long. Long While'. 'Poznan' is a beautiful track. Light as a feather. I have to sit so still, otherwise the movement I produce will just blow it away. Beyond my reach. Recently I reviewed the album, so go and peruse on the blog (later, please), while I move on to ...

... another veteran of Kairos, who we have missed for several months, Jesse Mac Cormack. 'He Knows' fits well with the songs that came before. Like certainly Moon Moon Moon but Low Roar as well, Mac Cormack is someone who does his own things. Armed with a loop pedal he takes on the world. 'He Knows' is one of his best songs in my opinion. He touches a level of maturity here, without going off the deep end, although in the middle section it does become a bit eerie when he starts to harmonise with himself. Everything comes together again quite nicely in the end.

Ben Lukas Boysen also returns. Long, deep sounds are held for a long time. Not a lot happens in the introduction, until a piano enters and a violin (or two). Boysen is not in a hurry. The album this is taken from is called 'Mother Nature' and when is she in a rush? It's us that are rushing around and sometimes one of the externalities of Earth, beyond our control. The music is contemplative, full of rest with a small burst of change here and there.

Eggersman returns as well. This time with a Middle Eastern melody that I can not really make head or tails from. Thijs van Leer without the yodle and high voice. Something like that. More voices join and then a guitar.

That instrument belongs to Will Samson. That has also been a while since I heard him on Kairos. It is high summer, the days super long and .No preludes on the next season, autumn. Sorry, .No. but I still have my holidays ahead of me, so I could do without this. The music does touch me though, as the slow, meandering moves of the song take me to a forest with a small brook running though it. Plants every where, ferns, insects, butterflies, the light shining through the leaves on the branches above me, playing its game with the forest. Total tranquillity. And as I have used this word before this Kairos, I declare that my theme of this month. (Perhaps for lack of having found a better one.)

The Real Group sings something a capella in a language that will be from somewhere in Scandi country. It's all over before I really can get into the Group. It sounds modern but churchy, which is o.k.

This Kairos ends with more piano notes of the solitary kind. A kind of musical style .No really likes as I hear it so often on Kairos. It is not for me, but it certainly brings me into a pleasant mood once a month. It is Gabi Sultana who plays darts, I mean 'DART', a composition by Benjamin van Esser. It is the end, I notice that I've lost my attention span, and hear my girlfriend opening the back door, coming home after a long day. So what a timing. Time to close shop.

Wo.

You can listen to this month's Kairos here on Concerzender:

https://www.concertzender.nl/programma/kairos_403411/


This is the playlist:

00:11 Charles Henri Maulini. Paris.
Album ‘Peaks’. Volkoren 72.
03:10 Richard Bolhuis. Girl with the insect dress. House of Cosy Cushions.
Album ‘Spell’. Outcast Cats CAT 0C002CD.
06:00 Gilbert Isbin. Reunion dance.
Stathis Skandaldis, luit.
Album ‘Stathis Skandalidis plays Gilbert Isbin’. Tern Records, Tern 007.
09:02 Roman Turovsky. Cantio Lodomerica XIX.
Massimo Marchese, luit.
Album: ‘Dialogues with time’. Da Vinci Classics C00028.
10:26 Dmitry Shostakovich. Andante E min. uit Preludes & Fugues op. 87.
Calefax reed quintet.
Album ‘Calefax plays Shostakovich’. MDG 619 185-2.
12:21 Minco Eggersman. Tblisi calls.
Album ‘Kavkasia. Volkoren 73.
23:32 Minco Eggersman. Deda Ena.
Album ‘Kavkasia. Volkoren 73.
26:55 Béal Tuinne. Briotánach Óg ó L’Orient.
Album ‘Live at St James’Church, Dingle. TARA CD 4022.
32:54 Emilie Levienaise-Farrouch. Strelka.
Album ‘Like Water Through The Sand’. FactCat Records CD13-20P (130701).
35:55 Mark Lohmann. Deathbed. Moon Moon Moon .
Album Help! Help! Tiny Room Records TR015.
39:17 Ryan Karazija. Poznan. Low Roar.
Album ‘Once in a long, long while’. Nevado Records 823674059620.
41:11 Jesse Mac Cormack. He Knows.
Album: ‘Crush’. Secret City Records 6 80341047002 3.
45:33 Ben Lukas Boysen. To Nature.
Album ‘Mother Nature’. Hymen Records ¥807.
49:10 Minco Eggersman. Melisma & Gurian.
Album ‘Kavkasia. Volkoren 73
51:00 Will Samson. Music for autumn.
Album ‘Balance’. Karaoke Kalk 69CD.
54:48 The Real Group. Om alla Berg och Dalar.
Album ‘Stämning’. Virgin 7243 812535 2 6.
55:22 Benjamin van Esser. DART for piano and electronics.
Gabi Sultana, piano.
Voor zover bekend niet op album uitgebracht. Zie https://www.youtube.com

dinsdag 18 juli 2017

Crack-Up. Fleet Foxes

In 2008 verscheen vrijwel uit het niets het debuut van Fleet Foxes. Het debuut van de band uit Seattle, Washington, verraste met betoverend mooie folksongs en flink wat echo’s uit het verleden.
 
Door de meerstemmige zang lag de vergelijking met Crosby, Stills & Nash het meest voor de hand, maar de titelloze eerste plaat van Fleet Foxes herinnerde ook aan roemruchte platen van onder andere Fairport Convention, The Beach Boys en Simon & Garfunkel.
 
De band uit Seattle verwerkte deze invloeden in songs die je na één keer horen dierbaar waren en het was dan ook niet verrassend dat de plaat in flinke aantallen over de toonbank ging en aan het eind van 2008 in flink wat jaarlijstjes in de hogere regionen opdook.
 
Op het na een pauze van drie jaar verschenen Helplessness Blues ging Fleet Foxes in 2011 verder waar het debuut drie jaar eerder was opgehouden en maakte het opnieuw indruk met prachtige folksongs, die hier en daar voorzichtig het experiment opzochten.
 
Sinds Helplessness Blues is het precies zes jaar stil gebleven. Lang leek het er op dat de band rond voorman Robin Pecknold er het bijltje bij neer zou gooien, maar de laatste maanden waren er toch weer flink wat geruchten over een nieuwe plaat van Fleet Foxes. Volgens deze geruchten zou Fleet Foxes volledig hebben gebroken met de indie-folk van de eerste twee platen en zou de band de progrock hebben omarmd.
 
Nu Crack-Up eindelijk is verschenen blijkt het allemaal wel mee te vallen. Een ieder die op zoek gaat naar invloeden uit de progrock, zal op Crack-Up hier en daar wat invloeden van de vroege platen van Yes ontwaren, maar op hoofdlijnen heeft Fleet Foxes een plaat gemaakt die een logisch vervolg is op het zes jaar oude Helplessness Blues.
 
Ook op Crack-Up maakt Fleet Foxes muziek die in het hokje indie-folk past en zijn er flarden te horen van de grote platen van Crosby, Stills & Nash en Fairport Convention. In vocaal opzicht doet het me wat meer denken aan Simon & Garfunkel, terwijl in muzikaal opzicht meer invloeden van The Beach Boys hoorbaar zijn.
 
Fleet Foxes verrast ook op Crack-Up weer met hele mooie songs, maar het zijn songs die weer net wat dieper graven dan op de vorige plaat van de band. Fleet Foxes zoekt op Crack-Up nog veel nadrukkelijker dan op de vorige plaat het experiment. De songs op de plaat zitten vol dynamiek en verrassing, Ingetogen passages worden afgewisseld met eclectische passages en met name in de passages waarin de vocalen ontbreken verkent Fleet Foxes nieuwe wegen.
 
Hier en daar is zoals gezegd een vleugje progrock te horen, maar invloeden uit de psychedelica zijn veel duidelijker aanwezig. In 55 minuten komen 11 tracks voorbij en met name de wat langere tracks op de plaat moet je meerdere keren horen voor je ze op de juiste waarde kunt schatten.
 
De experimenteerdrift van Fleet Foxes moet ook direct wat gerelativeerd worden. Hier en daar wordt de plaat al vergeleken met platen waarop het roer volledig werd omgegooid als Radiohead’s Kid A of Wilco’s Yankee Hotel Foxtrot, maar dat vind ik wat overdreven. Fleet Foxes zoekt zeker het experiment, maar heeft haar vertrouwde geluid behouden.
 
Het is een geluid dat dankzij de vernieuwende impulsen de afgelopen 9 jaar alleen maar mooier en interessanter is geworden, zodat de niet meer verwachte comeback van Fleet Foxes er een is om heel blij van te worden.

Erwin Zijleman

Je kunt hier luisteren naar 'Fool's Errand':

https://www.youtube.com/watch?v=X5hMBxYqq5c

maandag 17 juli 2017

Waiting On A Song. Dan Auerbach

The first albums of The Black Keys sort of passed me by. I jsut did not like them all that much and stopped bothering about what followed. This all stopped of course with the album the whole world embraced, 'El Camino'. After that things started to go wrong privately for frontman Dan Auerbach. After that event he wrote a divorce record for his band, but in the meantime started to put out and produce records with a host of other artists. Which makes one wonder what the status of the mothership is in 2017.

Recently Auerbach released a new solo record in which he collaborated with a host of mostly older musicians and put out songs at a prolific pace, some of which are collected on Waiting On A Song. He wasn't waiting for a song to come, no writer's block for Dan Auerbach. He's waiting on songs, so taking care of them meticulously. So let me dive in and see what I hear.

The first impression is that Waiting On A Song has nothing to do with The Black Keys. Which is a good thing, otherwise this record could just as well have been released under that name. Auerbach is diving deep into the past of America's music from some decades gone. Songs that the likes of Ricky Nelson could have sung. Take the title song that opens the album. The production obviously is more modern in sound, but from Ricky Nelson to a softer song by Creedence Clearwater Revival 'Waiting On A Song' could have been on either's repertoire.

I will not continue in this vain, as the likings are only logical when the intention of the album is to collaborate with older musicians and songwriters from a previous pop generation. In that the album has succeeded. The songs have an authenticity and a feel that brings me back to yesteryears. The songs are pleasant enough and are obviously crafted with the combination of the fun to make them and the skills to hone them just right. The album provides a careless ride down memory lane with a list of new songs, infused with references that will trigger the sort of emotions one needs to feel to get into the mood of Waiting On A Song.

There's is only one point into which I run into trouble with the album: the music Auerbach brings back alive mostly is the sort of unpretentious, U.S., music that I passed by as much as possible in the 70s. Exactly the sort of songs that I didn't like by Creedence or even John Lennon, when he became overly nostalgic. The U.S. sort of music that I just wasn't a fan of.

Does that make Waiting On A Song a bad album? No, far from. In fact at the right moment I rather enjoy the sort of (fake?) violins in 'King Of A One Horse Town' and the softly swinging sound in which he even comes close to his famous band. Barry White meets Dan Auerbach? Why not. I can hear that the songs are made with a shot of love and makes it hard for me to dislike them. Over time I may play the album again, but it will not be often.

Waiting On A Song explores some soul, country pop, singer-songwriter like Ron Sexsmith is so good at, soft 70s rock and whatever the music of bands like Atlanta Rhythm Section played was called, in a successful way. The collaborations obviously paid off. Auerbach may be the man on the cover and the singer, he is a part of the whole and not "the" star. He has made himself available to the song and his surroundings, to the collaboration. He is, in the truest sense of the term, waiting on the songs.

This last observation is perhaps the compliment Auerbach is due here. He's the big star and sits back to have the songs have their way. In that Waiting On A Song has totally succeeded, whatever my reservations are. Those are just a matter of personal taste.

Wo.

You can listen to 'Waiting On A Song' here:

https://www.youtube.com/watch?v=pDoufWQns1c

zondag 16 juli 2017

Bhava. The World of Dust

Recently I found this album on my digital doorstep. It is a re-release on Snowstar Records of Bhava that originally was released by Tiny Room Records and Snowstar in 2013. It certainly is an album that deserves extra attention.

The World of Dust is the solo project of Stefan Breuer, label owner, until last autumn bass player in I Am Oak, member of Lost Bear and many other projects.

That I had not heard of Bhava is not so strange. The pages of 3Voor12 Utrecht taught me that the album had been released as a book/cd in a print of 100. No streaming, release party, until earlier this month that is. (Read the interview and the impression of the previous release here: https://3voor12.vpro.nl/lokaal/utrecht/artikelen/overzicht/2014/januari/Stefan-Breuer-over-zijn-soloproject-The-World-of-Dust-.html)

There was some exclusivity involved, but I am the happier that Breuer decided to lift it. What comes by is an actual collage of music. There are so many ideas and directions that are explored on Bhava. They are followed through and brought to fruition in such a way that only two outcomes are likely: a) the listener runs off screaming, confused and over-excited by the different sensations he's been exposed to or b) he has followed every turn and twist and listened in awe. Now it is your guess in which category I place myself, but the fact that I'm writing gives away something.

It's not that Bhava is so different in mood, it is more that so many different influences come by. The way these are expressed really diverge, making the album as much an experience as just something to listen to. And next to that all the album alternates between instrumentals that balance between soundscapes and compositions and songs with vocals.

My first conclusion is that finally justice is done to open up this piece of art to the general public. There's so much to hear and truly listen to, to discover and digest, to familiarise with and appreciate that I can't understand the exclusiveness in the first place. Secondly, that Bhava is a piece of art, regardless of the art book. A record that is filled with gems that bring me back to the sort of experience I had when I discovered albums like 'Wish You Were Here' and 'Dark Side Of The Moon' or Yes albums in the mid 70s. No, I will not claim that Bhava is that good and not only because it is impossible to copy the experience of a teenager hearing "real" music for the first time. Production wise Bhava can not match the multi million budgets that went into those albums and, of course, that shows. Within those limitations things happen, art has been made possible to come to fruition.

What I will claim is that Bhava is good in its own right. The album takes the listener by the hand and leads him through all the different rooms in the building called Bhava. A building where nothing is what it seems and views change all the time. More a building in a magical forest full of surprises than a regular building. Kaleidoscopic, changing all the time, yet leaving the listener behind in total awe.

From a piece with classical arrangements to a light form of sympho to lo-fi folk compositions like I heard from Moon Moon Moon recently. In between are singers like Thijs Kuijken (I Am Oak), Aino Vehmasto (The Secret Love Parade) and Olivier Perez (Garciaphone) who lend their voices to this work, where in other guitar motives are repeated over and over, reminding me of Kairos compositions. Something of this album will return there, I'm sure. In this everchanging musicscape adventure is what is leading the listener through the album.

As I said this album is re-released. So is there a bigger plan behind it? I'd almost say so, finding out that Bhava means rebirth. In a way that is what happened here when the e-mail landed in my in-box announcing Bhava. This version is less unique as the book of art which accompanied the original release is not re-released. The album is and that is enough. Again, I am so surprised by a Snowstar and Tiny Room release. Believe me, if you haven't heard Bhava, it is time to do so, soon.

Wo.

You can listen to and buy Bhava here:

http://www.snowstar.nl/store/all-products/bhava-cd-reissue/

zaterdag 15 juli 2017

De Beatles en de Stones. De start van een discussie



In de 60s was het kennelijk zo dat je fan was van of The Beatles of The Rolling Stones. Iets was meer dan 50 jaar later niet meer voor te stellen is, wellicht? Voor degenen die in de jaren 90 de muziek volgden, was er, voornamelijk in Engeland, "de vete"Oasis vs. Blur. Zoiets moet het geweest zijn.

Om aan dat gevoel een beetje recht te doen, heb ik deze twee plaatjes toegevoegd, van een single van beide bands uit de winter van 1967, strijdend om de eerste plaats van de hitparades in de hele wereld. Natuurlijk gewonnen door The Beatles, een band waar geen maat op stond qua eerste plaatsen in die tijd.

In 2011, nog in de papieren versie van WoNo Magazine, ontstond een discussie over de Beatles en de Stones. Dit leverde een aantal reacties op. Een reactie is echter, zo bleek onlangs op de verjaardag van .No, nooit gepubliceerd. Dat kan niet meer worden rechtgezet in het originele format. Daarom nu maar even zo, om alsnog recht te doen aan het werk van WoNoVice.

Nu de discussie toch opnieuw geopend is, nodig ik iedereen uit om aan de uitnodiging van WoNoVice gehoor te geven: geef jouw visie op de Beatles en de Stones. Door de bril van nu, van toen of er tussenin. Alles is goed. Dat kan door te reageren in de daartoe bedoelde sectie van dit blog of door een e-mail te sturen.

Zelf zal ik dit binnenkort doen, maar eerst moet ik een mea maxima culpa uitspreken voor WoNoVice; bij deze. Hier volgt, bijna zes jaar na zijn niet geplaatste inzending, zijn bijdrage.


Wat luistert mijn zoon en waarom? Overtuigingetje kopen?
Ik ben Beatles fan, al heel lang en ik ben er trots op. Ik kan hun muziek nog steeds heel regelmatig draaien zonder dat ik er moe van wordt. Op de terugweg van het winkelcentrum heb ik gisteren bijvoorbeeld ‘A day in the life’ gedraaid en kan dan bijna een traan laten vanwege de vrolijke droefheid die in dat lied klinkt.

Ik ben geen Stones fan. Nooit geweest en zal het ook nooit worden. Ik wordt niet aangetrokken door het schreeuwerige geluid en de brede, brullende bek van hun zanger.  Ze hebben wel een paar mooie nummers gemaakt, begrijp me niet verkeerd, maar ik moet er niet aan denken om langere tijd naar hun muziek te moeten luisteren. Het laatste album dat ik van ze had (Gimme Shelter) is in 1994 samen met al mijn andere LP’s verkocht. Ik heb nooit een cd van ze gekocht.

Al in de 70’er jaren heb ik me verwonderd over de (zogenaamde) strijd tussen de Stones en Beatles fans en heb ik me afgevraagd hoe dit toch zo komt. Vandaar de uitdaging aan de WoNo lezers om met hun visie hierop te komen.

Maar, ik merk dat ik heel erg worstel met de wijze waarop ik het zelf duidelijk kan maken (of laten voelen) waarom de muziek van de Beatles toch zoveel beter is en meer impact heeft. Moet ik schrijven over de emoties die ze bij me boven brengen (zie eerste alinea) of over het feit dat het afgerond is. Dat het geheel meer is dan de som der delen, hoewel sommige delen afzonderlijk toch wel erg goed waren of gaat het om de beleving in het algemeen.

Van de Stones heb ik nooit begrepen wat de afzonderlijke leden deden behalve drugs en zwemmen (hoewel dat niet geheel goed afliep). De Beatles deden natuurlijk ook wat drugs, maar dat zag er minder gevaarlijk en erg uit.

Vergelijk het doorleefde gezicht van de Stones overlevenden met dat van de Beatles overlevenden. Ik hoop toch dat ik er over 15 jaar als de laatste uitzie.

Ik ken Stones fans, net zo goed als ik Beatles fans ken. We zijn volgens mij niet zo veranderd over de laatste 40 jaar. De Stones fans die ik ken lopen in hun vrije tijd nog steeds in iets als een leren jekkertje en roken shag. De Beatles fans lijken eerder brave huisvaders te zijn (geworden).

Om een beeld te kunnen vormen heb ik de laatste maanden berichten uit de pers verzameld waar de Beatles of Stones in werden genoemd. En eigenlijk werd het beeld hierdoor heel duidelijk. Vandaag bijvoorbeeld twee stuks. In de film ‘Mr. Popper en zijn penguins’ probeert mr. Popper de eigenaresse van een restaurant te overtuigen de zaak aan hem te verkopen. Hij schetst een beeld hoe haar pensioen kan zijn: ‘Picture yourself in a boat on a River with tangerine trees and marmalade skies’. Als het hem niet lukt zegt hij: ‘Had ik toch maar voor ‘Strawberry Fields Forever[1]’ moeten gaan’. Vanmorgen in de Volkskrant een artikel over muzikale ouders en hun muzikale kinderen. Door twee van de drie kinderen wordt de Beatles als referentie gebruikt. Bij de een omdat vader zo’n grote fan is en bij de ander omdat hij dat zelf is. De Stones komen er nergens in voor.

Mijn zoektocht en mijn vraag aan de WoNo-lezers kwam eigenlijk ook van zo’n verwondermoment. De Volkskrant had een wekelijkse rubriek waarin basisschool leerlingen in hun slaapkamer worden gefotografeerd en iets over henzelf vertelden. De 10-jarige Ilse Lavell vertelt op 22 maart jl. dat ze graag naar de Beatles luistert, net als haar broer en zus van 15 en 17. Meteen kwam de vraag naar boven hoe het toch mogelijk was dat zelfs de kinderen van deze tijd niet alleen naar een groep uit de zestiger jaren (van de vorige eeuw) luisteren maar hem zelfs als hun favoriete groep noemen. Dat zou betekenen dat ik in 1969 (toen ik zelf 10 jaar was) de ODJB (Original Dixieland Jazz Band) uit de twintiger jaren als mijn favoriete groep zou noemen. En bij mij was dat mogelijk want mijn vader is jazz fanaat en draaide veel dixieland.

Recent onderzoek door Tom ter Bogt, hoogleraar popmuziek van de Universiteit Utrecht toont aan dat de huidige jeugd met muziek minder rebelleert tegen hun ouders. Hun muzieksmaak komt juist meer overeen met die van hun ouders. Dat betekent dat de liefde voor zowel de Stones als de Beatles aan de nieuwe generaties doorgegeven zou moeten zijn. Overigens ging het in het onderzoek om stijlen en niet om specifieke groepen, zo komen de Stones er mogelijk nog iets mee weg. Maar, als er vroeger ongeveer evenveel Stones als Beatles fans zijn geweest, dan zou er nu ongeveer evenveel van de één als van de ander te horen, lezen en zien moeten zijn.

Waarom noemen deze kinderen niet de Stones als hun favoriete band? Vroeger was je altijd wel voor één van beide? Waarom nu niet meer? Leeft die (twee)strijd nog? Zijn de oude tegenstanders van toen nog steeds tegenstanders of hebben wij elkaar gevonden? Is er toch nog wat van die strijd terug te vinden in de tijd van nu?

En zo ben ik de afgelopen maanden om me heen gaan kijken wat ik nog van beide bands kon vinden in de huidige tijd zodat ik een antwoord kon geven op mijn vragen én de vraag die ik aan de WoNo lezers had gesteld. Een korte opsomming:
-       Zo nu en dan kom ik T-shirts met de tekst John, Paul, George & Ringo tegen. Zelfs zonder de naam van de band te noemen weet iedereen wie het zijn. Dat zal je bij de Stones niet lukken;
-        De film ‘A hard days night’werd afgelopen zomer uitgezonden. The Beatles hebben een paar speelfilms gemaakt. Niet de beste die er zijn, maar voor fans leuk om naar te kijken. Op IMDB hebben ze zelfs de cijfers 7.0, 7.2 en 7.6 als beoordeling van de kijkers gekregen;
-        De Stones hebben geen films gemaakt. Mick Jagger heeft er wel in een aantal gespeeld, een aantal keer de hoofdrol zelfs. Slechts één van deze films haalt een 7.1, de rest er ver onder met als dieptepunt de film ‘Running out of luck’ met een 4.4. Deze was overigens ook door Mick geschreven. Behalve heel soms Freejack (IMDB score 5.1) zie je er nooit eentje op tv;
-       In april schrijft Rhianna muziekgeschiedenis omdat ze de haar 10de nummer 1 hit in de Billboard Hot 100 haalt. Tussen de andere tien die dat is gelukt staat ook de Beatles. Van de Stones geen spoor;
-       Overigens haalde Glee op 6 oktober jl. de Beatles in als groep met de meeste noteringen in Billboard Hot 100 (non-solo act). Ze hadden er door 6 nieuwe binnenkomers nu 75 gehad en verdreven de Beatles van de eerste plaats. Die waren ‘maar’ tot 71 gekomen;
-       Nu we het over Glee hebben (en over smaak valt te twisten), het is toch de Amerikaanse muziekserie van het moment.  Ze hebben drie keer een nummer van de Beatles gecovered in hun shows. Er is er geen van de Stones langsgekomen. Als je de combinatie van Glee en Rolling Stones zoekt dan is die er wel: ze zijn op de cover verschenen van het blad met die naam;
-        In april jl. brak U2 een record van de Stones. Hun 360o toer had ruim 736 miljoen in het laatje gebracht. De ‘A bigger bang’ toernee van de Stones had tussen 2005 en 2007 ruim 558 miljoen opgebracht. Dat zie ik de Beatles niet meer doen;
-        Een paar weken geleden bracht ik mijn 18-jarige zoon naar een vriend. De deur werd opengedaan door de vader met een Beatles T-shirt. Toen ik er naar vroeg vertelde hij dat hij er jaren over had getwijfeld maar het toch had aangedurfd om het te bestellen. Ik zie in mijn omgeving geen enkele Stones T-shirt;
-        De organisatie van de Olympische spelen van 2012 wil een soort Beatles reünie organiseren door de twee levende Beatles en de zonen van de twee overleden Beatles op één podium te krijgen tijdens het sportevenement. Bij de introductie van Londen bij de spelen in Beijing was het al Jimmy Page van Led Zeppelin die er speelde. Ze houden dus wel van (oude) rock;
-        Vorige maand las ik dat Mick Jagger het 50-jarig bestaan van de Stones volgend jaar best wil vieren maar dan zonder Keith Richards. De reden is de vorig jaar gepubliceerde biografie van Richards waarin Jagger te veel belachelijk zou zijn gemaakt. Het lijkt erop dat er uiteindelijk ook wat ruzie in het Stones kamp ontstaat. Dat deden de Beatles toch beter in de zestiger jaren;
-        Ook in april, in de Volkskrant kolom van Hanna Bervoets gaat het over motto’s en het feit dat die van haar was: ‘Het leven is wat je gebeurt terwijl je andere plannen maakt’. Hij is van John Lennon. Er zijn er meer van hem/hen. Ik heb er nog nooit eentje van de Stones gehoord;
-        In september heeft het Noord Nederlands orkest samen met enkele Nederlandse zangers een toer gemaakt waarin ze Beatles nummers spelen;
-        Maar ook de andere kant is afgelopen september nog in de Volkskrant genoemd. Charles Manson had visoenen gehoord in Helter Skelter van de Beatles en een groepje vrouwelijke volgelingen van hem vermoordde daarna de vrouw van Roman Polanski en wat gasten. De Stones komen hier in het laatste half jaar beter mee weg, ik heb niets gelezen of gehoord over de Hell Angels moord tijdens hun concert bij San Francisco in 1969. Dit laatste is overigens gefilmd en daarom te zien in de documentaire ‘Gimme Shelter’. Door deze documentaire weten we ook dat Mick Jagger daar onder invloed op het podium stond;
-        In september werd op tv in ‘Andere tijden’ een beeld geschetst van het fameuze (non)concert van de Stones in het Kurhaus in 1964. De beelden zouden bewijzen dat ze drie (in plaats van twee) nummer hebben gespeeld voordat ze door de agressie van hun toeschouwers van het podium moesten;
-       Als achtergrond bij en reclamefilmpje heb ik deze maanden alleen Driving my car van de Beatles gehoord;
-       In de tv-series van de afgelopen maanden kwamen ze beide voorbij hoewel ik meer muziek uit de laatste twintig jaar hoorde dan van daarvoor. Voor de verandering vond ik een uitvoering van de Stones bij House (You can’t always get what you want) erg goed passen bij de emotie van die aflevering.

Eigenlijk, van iedere referentie naar de Stones kwam ik er zo ongeveer tien van de Beatles tegen.
Oh ja, mijn zoon heeft het complete oeuvre van de Beatles op zijn Ipod staan en niets van de Stones.
Voor zover ik weet zijn de solo albums van de ex-Beatles leden veel bekender (en beter) dan die van de (ex-)Stones leden. Leukste en ergste uitspaak uit de biografie van Keith Richards was over Mick Jagger’s solodebuut: ‘Het is net als met ‘Mein Kampf’, iedereen had een exemplaar maar niemand luisterde er naar’.

Keith Richard, als lid van de Stones, heeft wel de enige WoNo referentie op zijn naam staan: In 1987 richtte hij de X-pensive Winos op.

Nog een klein feitje dan. Het Amerikaanse blad Rolling Stone (what’s in a title) een special uit met "The 500 Greatest Albums of All Time”. De Stones kwamen er 10 keer (van 25 studioalbums) in voor met één notering in de top 10. De beatles kwam er 11 (van 12 studioalbums plus een US-only album) in voor met drie in de top 5. Zelf Rolling Stone geeft de voorkeur aan de Beatles.

Alles bij elkaar genomen is er eigenlijk geen sprake van een strijd. Daarvoor moeten er twee partijen zijn die strijden. Er is geen nauwelijks strijd meer. De oude garde is oud geworden en met der tijd meer wijs en minder strijdlustig geworden. De jonge garde hoor ik niet over de Stones. Als je kijkt naar de mate waarin één van beide wordt genoemd, vernoemd, getoond, gedraaid of gecovered dan winnen de Beatles het op vrijwel alle vlakken. Het lijkt er op dat zij een veel grotere impact hebben gehad als gevolg van hun korte bestaan tussen 1960 en 1970 dan de Stones tussen 1962 en nu is gelukt.

Er is er maar eentje de grootste.

WoNovice


[1] Voor de non-believers: de eerste twee regels van ‘Lucy in the sky with diamonds’ van Sgt. Pepper’s lonely hearts club band. 'Strawberry Fields Forever' is een andere hit van The Beatles.


PS Als jullie willen reageren graag. Er is in algemene zin te weinig discussie op de pagina's van het WoNo Magazine blog. Daar heeft WoNoVice volkomen gelijk in.


And the first response is in, from the U.K.

My translation of the text is very suspect even with the use of Google Translate, however even then I would doubt that in 2017 many people ‘of a certain age’, and almost certainly younger people would be quite so polarised when it comes to liking the Beatles or the Stones… maybe with the exclusion of Mr Carvell ;) . I think most people enjoy both the Beatles and the Stones, probably for different reasons. The Beatles are more cerebral in their quality and content, probably because of the guidance and influence of Sir George Martin. The Stones on the other hand are all passion and groove, probably why younger people love the music of the band and the voice of Mick Jagger.

I love the Beatles, however I also love the Stones. I have to state that I probably have influence from the fact both Jagger and Richards come from my home town of Dartford, but then conversely the Beatles Sergeant Pepper album cover was created by another Dartfordian, Sir Peter Blake! 

To the question why do younger people know and like the Stones rather than the Beatles, I believe it is down to danceability! You (probably not me though!) can dance to nearly all Stones tracks, no really the case for latter Beatles tracks. Also Jagger has become an icon to the younger generation as is proclaimed by songs like ‘Moves like Jagger’ by Maroon 5 (see the video: https://youtu.be/iEPTlhBmwRg ). Also his self confidence and apparent agelessness (Mick is now 73 yet could be 20 years younger) and effervescent energy makes him attractive to the younger listener. Keith Richards although looking like one of the walking dead even appeared as Captain Jack Sparrow’s father, and a great fit to Jonny Depp in Pirates of the Caribbean 5 (See this clip: https://youtu.be/ySRP1AwvTLU ) . In the final analysis most younger people like the ‘danceability' of the music of the Stones as well as the cool looks of Jagger, Richards and Ronnie Wood, although probably poor old Charlie Watts would need to be excluded from this lineup!

When it comes to Beatles I love the innovation and ideas as well as the music and lyrics. Tracks like A Day in the Life, Norwegian Wood, Blackbird, Strawberry Fields are vital to my musical life… I believe that the latter period of the Beatles were the template for Progressive Rock as there was so much eclectic innovation. Again Martin can take a lot of credit for this….

So I don’t think the question of “Beatles OR Stones?” is valid anymore… and nor should it be. These two bands were the vanguard of the British Rock scene that took over the world, followed by the Kinks, Who, Floyd, Bowie…. The list is certainly not exhaustive! As such just enjoy their music, don’t NOT play it because of a misplaced sense of loyalty…. Just enjoy!

Gary


Deze bijdrage van Tineke komt (ook) uit 2012:



Ik zat nog op de lagere school toen ik voor het eerst van de Beatles hoorde. Ik was direct verkocht. Ik was dus al verkocht en verknocht toen de Stones van zich lieten horen. Ik kan me aan het begin van de middelbare school discussies met klasgenoten herinneren over Beatles of Stones. Jeanette was altijd voor de Stones en de rest niet. Daarvoor had je zo’n Cliff en Elvis tweedeling, daarna is zo’n splitsing volgens mij niet meer voorgekomen. De Stonesaanhangers waren nooit in de meerderheid in mijn kringen. Dat lag echt niet aan hun uitstraling. Ik weet nog heel goed dat we op de lagere school afscheidsliedjes moesten maken. Ik had She Loves You bewerkt, Beatles inderdaad, en dat werd toen erg ordinair gevonden door de onderwijzers, maar o wat kregen we de zaal mee!

Omdat de Stones langer standgehouden hebben en vaker op tournee zijn geweest ben ik vaker naar de Stones geweest. Dat is al snel, want de Beatles heb ik nooit gezien. Wel heb ik hun films gezien en die heb ik ook thuis evenals diverse optredens. De Stones films en concerten konden me nooit bekoren, al heb ik ze wel gezien. Ik heb ze na een keer genoeg gezien. Toen er vorig jaar veel BBC uitzendingen waren over de Beatles was ik niet van de bank te krijgen. Ik bleef maar kijken en genieten. Ook de heren apart mag ik graag horen (vooral de gitaristen dan), al hebben ze alle vier ook troep geschreven. Dat heb ik allemaal niet met de Stones. Toen ik eindelijk Paul McCartney in Ahoy kon bewonderen stonden de tranen in mijn ogen. Jeugdsentiment? Zeg het maar!

Waarom dat zo is? Waarom houdt de een van de Beatles en Bowie en de ander van de Stones en Bowie? Waarom vindt de een Hazes geweldig en de ander vreselijk? Het is een persoonlijke smaak.
Hoe zit het dan, want de songs van Lennon/McCartney en van Harrison zijn door talloze topartiesten op hun repertoire gezet. Veel verder dan As tears go by kom ik niet bij de Stones. Dat zegt iets. Misschien wel heel veel. Wellicht alles.

Tineke G.


De aangepaste bijdrage van Wo.




De Beatles en de Stones

In 2011 schreef ik een stukje naar aanleiding van de oproep in "de WoNo" over de mate van waardering voor deze twee Britse iconen van de jaren 60. We zijn zes jaar verder. Een flinke update voor het in WoNo 12.2 verschenen stukje bleek noodzakelijk.

Er schijnt een periode in de beatmuziek geweest te zijn dat je of voor de Beatles was of voor de Stones. Er was geen tussenweg. Dat heeft voor mij nooit gespeeld. Toen de bands opkwamen in 1963 was ik te jong. De Beatles leerde ik eerst kennen, maar bewust in 1966, Help, A hard days night, Can’t buy me love. De eerste twee gelijknamige elpees had de jongste dochter van het gezin waar ik vier maanden logeerde eind 1966, begin 1967 en zij speelde ze heel regelmatig op een kleine pick up. (Zij had ook een transistor radio met Radio Veronica er op.) Dat staat me bewust bij. En mijn nicht Tineke, die had ook veel Beatles singles. Samen luisterden we tien keer of John Lennon nu echt “dag” zei op het einde van Hello goodbye of I’m the walrus. Mijn eerste echt zelfgekochte single was Hey Jude, herfst 1968, van het geld voor mijn eerste schoolrapport in de derde.

Er nu bij stil staand, zie ik dat het de meisjes waren door wie ik de Beatles leerde kennen. Daar zat geen Stones bij. Toeval of was er sprake van een scheiding langs de sexen?

De Stones leerde ik kennen via Radio Veronica, Honky tonk woman, dat was het eerste nummer dat ik bewust oppikte in de zomer van 1969 en door mijn iets oudere buurjongen Hans. Hij had de verzamelelpee Through the past darkly, daar heb ik eerder over geschreven, dus dat zal ik hier niet herhalen. Diezelfde Hans had de gewoonte de singles waar hij genoeg naar geluisterd had weg te geven, Sunny Afternoon van The Kinks, of te verkopen voor een aantal dubbeltjes. Zo werd Street fighting man in 1969 mijn eerste Stones single.

Beide bands werden mij even lief in de jaren 70. Er is een verschil. De Stones bleven bestaan. Er kwam nieuwe muziek wat de band tussen mij en hun muziek verdiepte en intensiveerde. Die spanning beleefde ik nooit in die mate met de Beatles.

Van The Beatles kan ik mij herinneren dat Abbey Road uit kwam. Onze grote buurjongen Jan had hem gekocht en na veel zeuren mocht ik hem komen beluisteren. Al snel sloeg de verveling toe. Ik kende al die liedjes helemaal niet en ging snel spelen met mijn vriendje, zijn jongste broer. Dat gevoel van anticipatie van nieuwe muziek heb ik met de Stones vele malen gehad zo vanaf 1976, het moment dat ik albums als geheel volledig had omarmd en er af en toe ook een kon aanschaffen. Tot in 1989 toen na jaren en onverwacht na alle speculaties over een einde ‘Steel Wheels’ uit kwam. (Die marketing truc van de band kennen we intussen.)

Daar kwamen de concerten overheen. Eerst die lichte teleurstelling in 1982. Eigenlijk was de J. Geils Band beter, maar dat gaf niemand toe natuurlijk. De Kuip in 1990 was wel het hoogtepunt, Het wordt echt niet meer beter dan dat, al zal ik er eind september weer bij zijn. Dat ligt meer aan het publiek, de leeftijd om precies te zijn, maar ook de samenstelling, heb ik gemerkt.

In 2012 zag ik Paul McCartney voor het eerst live in Ahoy. Met tranen in mijn ogen heb ik staan genieten. McCartney was majestueus, speelde veel van mijn favoriete nummers en ‘Hey Jude’ tegen het einde. Lees mijn verslag op het blog uit 2012. Dichterbij the Beatles zal ik nooit meer komen, dacht ik toen. Ik heb alles nu meegemaakt, dacht ik.

In 2016 waren daar opeens The Analogues. De vele verslagen op dit blog tonen, eerst, mijn verbazing en daarna mijn absolute waardering. Wat zij voor elkaar kegen, is dat zij mijn liefde voor de muziek van The Beatles volkomen openden/ Sterker, naar een hoger niveau brachten. Waar ik dacht dat ik ze genoeg gehoord had en alles gehoord had, veranderde dat perspectief helemaal. De Beatles kregen hierdoor mijn waardering als volwassene, dat over het perspectief van de jongen is heen gelegd.

Als vervolgens The Beatles Sgt. Pepper’s in een nieuwe mix uitbrengen in 2017, gaat de kroon op het werk. Zo helder, zo fantastisch, zo goed, dat er eigenlijk geen woorden meer voor zijn. Het leidt allemaal tot een conclusie: er is niet een band die in de schaduw van The Beatles kan staan. Daar twijfel ik niet meer aan.

In 2011 eindigde ik mijn bijdrage als volgt. “De Beatles zijn de soundtrack van mijn vroegste jeugd en maken me altijd blij als ik ze hoor. The Stones zijn mijn nummer 1 band geweest, de band van mijn pubertijd en jonge volwassen jaren. Nu zijn beiden verleden qua muziek. Prima, wat zeg ik, meer dan prima als ik het hoor, maar niet iets wat ik nog heel vaak afspeel.

Van beide bands spelen we songs met (mijn al jaren ex-band) de Flopsband. Als ik dan moet kiezen, kom ik bij de Beatles uit. Heerlijke samenzang. Van She loves you kan ik rillingen over mijn rug krijgen als het zingen goed lukt, evenals bij I feel fine. Dat is bij de Stones beslist anders. Daar is Honky tonk woman, met een deels door mijzelf uitgewerkte gitaarpartij, weer bijzonder om te spelen”.

Inmiddels is het Beatles vuur dus weer volkomen aangewakkerd. Door een coverband die zich tot doel heeft gesteld de studioplaten van The Beatles volledig na te spelen en daarmee de waarde van deze muziek opnieuw volkomen openbaarden voor mij. Hoe goed en ruig de Stones ook zijn, hoe goed ik veel van hun songs ook vind, er is geen vergelijking mogelijk. De Beatles speelden in een andere categorie, een waar het uitzonderlijk eenzaam is. Eigenlijk kan ik maar een contemporaine persoon bedenken die hier mee speelt, een die hen en zij die hem hebben beïnvloed. Iemand die op zijn manier net zo invloedrijk is geweest op alles wat volgde: Bob Dylan.

Toch nog een kort stukje over de Stones als einde. Begin december 2016 lag ‘Blue And Lonesome’ in de winkel. De perfecte plaat, want alles lijkt hier op zijn plaats te vallen waar het mijn andere helden betreft. Ook deze plaat heb ik inmiddels heel vaak en met heel veel plezier gespeeld.

Is de cirkel voor beide rond? Dat is nog net te vroeg om te zeggen waar het The Rolling Stones betreft, maar voor The Beatles is het antwoord ja.

Wo.