maandag 31 juli 2017

The Soundtrack To Intersection & Music For Inside The Ku Klux Klan. Bob Keelaghan & Muerte Pan Alley

Als ik de meest bijzondere plaat die ik de laatste tijd heb gehoord moet kiezen, hoef ik niet heel lang na te denken. Dit is immers zonder enige twijfel The Soundtrack To Intersection & Music For Inside The Ku Klux Klan van Bob Keelaghan & Muerte Pan Alley.
 
Bob Keelaghan is een Canadese muzikant die in het verleden muziek maakte met Agnostic Mountain Gospel Choir en vervolgens de bluesband Muerte Pan Alley oprichtte. De laatste band is ook te horen op de soundtracks die Bob Keelaghan heeft gemaakt voor twee films c.q. documentaires.
 
Het zijn overigens films/documentaires die allebei zeer de moeite waard zijn, dus zoek zeker even op Brendan Beachman en Intersection (een donkere komedie over het bijzondere leven in de woestijn) en op Inside The Ku Klux Klan en Daniel Vernon (een indringende en zeer indrukwekkende Britse documentaire over het reilen en zeilen van deze griezelige Amerikaanse organisatie).
 
Op dit blog draait het om de muziek en ook die is prachtig. Beide soundtracks liggen in muzikaal opzicht in elkaars verlengde en imponeren met voornamelijk instrumentale tracks waarin de gitaren van Bob Keelaghan centraal staan.
 
Bob Keelaghan en Muerte Pan Alley maken uiterst donkere, dreigende en broeierige muziek. Het is muziek die de sfeer van het diepe Zuiden van de Verenigde Staten ademt en met name de sfeer van de woestijnen in deze regio. Beide soundtracks bevatten flink wat invloeden uit de blues, folk en country, maar ook invloeden uit de psychedelica, ambient, jazz, (stoner) rock en avant garde hebben hun weg gevonden in de fascinerende muziek van Bob Keelaghan en zijn band.
 
Zeker wanneer de gitaren breed uitwaaien en het tempo net zo loom is als in de woestijn verstandig is, heeft het gitaarspel van Bob Keelaghan flink wat raakvlakken met de muziek van Ry Cooder (denk vooral aan de legendarische Paris, Texas soundtrack), maar de Canadees kan ook experimenteren met gitaarlijnen waarvoor Robert Fripp zich in zijn Frippertronics periode niet zo hebben geschaamd, benevelen met soundscapes om bang van te worden (en gemaakt voor de volgende films van  David Lynch) of toch weer uitpakken met een rechttoe rechtaan blues stamper zoals Seasick Steve ze ook maakt.
 
Het past allemaal prachtig bij de beelden waarvoor de muziek gemaakt is, maar The Soundtrack To Intersection & Music For Inside The Ku Klux Klan is minstens net zo krachtig of misschien nog wel krachtiger wanneer je je eigen beelden verzint bij de ruimtelijke en bijzonder fascinerende klanken op de plaat.
 
In 45 minuten komen maar liefst 32 songs, maar de soundtracks laten zich ook beluisteren als één lange track. Het is een track waarin soms zoveel gebeurt dat het je duizelt, maar Bob Keelaghan kan een gitaarakkoord ook bijna eindeloos laten duren.
 
Voor liefhebbers van songs met een kop en een staart en mooie verhalen zal het even wennen zijn, maar wanneer je de verhalen ook zelf kunt verzinnen, niet bang bent voor flarden van songs en een zwak hebt voor geweldig gitaarwerk, valt er op The Soundtrack To Intersection & Music For Inside The Ku Klux Klan ontzettend veel te genieten. Wat een mooie en bijzondere plaat.

Erwin Zijleman

Je kunt hier naar 'Desert March' luisteren:

https://www.youtube.com/watch?v=YjsVUmMQ7aM

zondag 30 juli 2017

Party. Aldous Harding

De uit Nieuw Zeeland afkomstige Aldous Harding maakte in de laatste maand van 2014 een onuitwisbare indruk met haar titelloze debuut, dat aankwam als een donderslag bij heldere hemel.
 
Het was een debuut vol aardedonkere en op bijzondere wijze ingekleurde songs, die door de bijzondere stem van Aldous Harding diep onder de huid kropen.
 
Inmiddels is de Nieuw Zeelandse singer-songwriter terug met haar tweede plaat, die de wat opvallende titel Party heeft meegekregen.
 
Het is een titel die mijlenver is verwijderd van de muziek op het debuut van Aldous Harding en (gelukkig) ook niets te maken heeft met de muziek op haar nieuwe plaat. The Guardian noemde Party eerder deze week “an eerie carnival of passion and paranoia” en dat dekt de lading een stuk beter dan het feestje dat de titel suggereert.
 
Ook op haar nieuwe plaat maakt Aldous Harding uiterst ingetogen en bijzonder, donkere en indringende muziek. Het is muziek die nog wat subtieler is ingekleurd dan op het debuut en hierdoor de bijzondere stem van Aldous Harding nog wat meer ruimte geeft.
 
De muzikante uit Christchurch kiest dit keer voor een basis van zeer subtiele piano- en gitaarklanken en laat haar muziek vervolgens verder inkleuren met subtiele blazers en wat synths, wat een bijzonder en vaak wat broeierig geluid oplevert.
 
Party is geproduceerd door de vooral van PJ Harvey bekende John Parish en dat is een uitstekende keuze. De Brit heeft de tweede plaat van Aldous Harding voorzien van een geluid dat doet denken aan dat van mysterieuze folkies uit de jaren 70 als Vashti Bunyan, Linda Perhacs, Karen Dalton en Judee Sill, maar heeft ook gezorgd voor eigentijdse elementen en wat meer dynamiek.
 
Aldous Harding zingt op Party vooral fluisterzacht en laat zich hierbij begeleiden door een al even zachte instrumentatie, maar het kan zomaar omslaan (bijvoorbeeld door de uithalen van de achtergrondzangeressen), waardoor Party van de eerste tot en met de laatste noot spannend blijft.
 
De muziek van Aldous Harding is nog altijd, en misschien nog wel meer dan op het debuut, muziek die volledige aandacht vraagt. De wonderschone maar ook emotievolle folksongs van de Nieuw Zeelandse muzikante komen het best tot zijn recht wanneer ze alle kans krijgen om zich op te dringen en ook de meest subtiele details aan de oppervlakte komen. Het zijn details die makkelijk vervliegen wanneer je de muziek van Aldous Harding niet ondergaat maar slechts vluchtig beluistert.
 
Party is zeker geen makkelijke plaat en strijkt hier en daar flink tegen de haren in, maar wanneer je de tijd neemt voor het slijpen van de ruwe diamanten op de tweede plaat van Aldous Harding heb je uiteindelijk een plaat vol betoverend mooie sieraden in handen.
 
Zelf heb ik inmiddels de nodige tijd geïnvesteerd in de tweede plaat van Aldous Harding en inmiddels is Party me minstens net zo dierbaar als de zo bijzondere voorganger, die in 2014 terecht opdook in mijn jaarlijstje.

Erwin Zijleman

Je kunt hier naar 'Blend' luisteren:

https://www.youtube.com/watch?v=jHR3uEOkkSo

zaterdag 29 juli 2017

London Southern. Jim Lauderdale

Jim Lauderdale is in Amerikaanse rootskringen inmiddels al een aantal decennia een begrip, maar in Nederland krijgen zijn platen over het algemeen niet zoveel aandacht.
 
Het zijn nogal wat platen, want de vanuit Nashville opererende singer-songwriter is enorm productief.
 
Alleen in het huidige millennium tel ik al bijna twintig platen en het vorige week verschenen London Southern is de meest recente van het stel.
 
Voor zijn nieuwe plaat verruilde Jim Lauderdale zijn vertrouwde thuisbasis Nashville voor Londen, waar hij de studio in dook met Nick Lowe producers Neil Brockbank en Robert Trehern en de band van Nick Lowe. Dat laatste las ik pas toen ik de plaat al een aantal keren had gehoord en verklaart waarom ik bij beluistering van London Southern meer dan eens aan Nick Lowe moest denken.
 
De nieuwe plaat van Jim Lauderdale werd weliswaar opgenomen in Londen, maar klinkt vooral heel Amerikaans. Jim Lauderdale liet in het verleden al horen dat hij het volledige spectrum van de Amerikaanse rootsmuziek in de vingers heeft en dat doet hij ook weer op zijn nieuwe plaat.
 
Waar op de meeste platen van de Amerikaan invloeden uit de country en bluegrass domineren, is London Southern vooral een soul en rhythm & blues plaat. Het is de soul en rhythm & blues uit het diepe zuiden van de Verenigde Staten en ook dit genre ligt Jim Lauderdale uitstekend.
 
De band van Nick Lowe stond misschien in de studio in het kille Londen, maar waande zich in de befaamde Muscle Shoals studio’s in Alabama. London Southern klinkt heerlijk broeierig en doet qua productie en instrumentatie denken aan klassieke soulplaten uit het hart van Alabama.
 
Jim Lauderdale voelt zich in deze setting als een vis in het water en imponeert als crooner. In vocaal opzicht hoor ik zeker wat van Nick Lowe, maar er zijn ook raakvlakken met het werk van Van Morrison en verder drukt de ouwe rot Jim Lauderdale natuurlijk ook zelf zijn stempel op de plaat.
 
Het klinkt allemaal bijzonder aangenaam, maar de songs op de plaat zijn stuk voor stuk van hoog niveau. Dat is deels de verdienste van Lauderdale zelf, maar ook de songwriting skills van onder andere Dan Penn en John Oates (Hall & Oates) tillen London Southern naar een hoger plan.
 
De afgelopen jaren kon ik de bijna grenzeloze productie van Jim Lauderdale niet bijbenen waardoor ik zijn meeste platen heb gemist, maar deze nieuwe plaat had ik voor geen goud willen missen.
 
Er zijn veel jonkies die denken dat ze een echte soulplaat kunnen maken, maar voor het echte werk moet je toch bij een door de wol geverfde muzikant als Jim Lauderdale zijn. Bijzonder indrukwekkende plaat. En de zeer authentieke cover is natuurlijk ook schitterend.

Erwin Zijleman

Je kunt hier luisteren naar 'If I Can't Resist':

https://www.youtube.com/watch?v=l59BuiO7iT8

vrijdag 28 juli 2017

Blink. Rebecca Loebe

Enige jaren geleden ontdekten Erwin en Wo. de zangeres Rebecca Loebe op hetzelfde moment tijdens een optreden in de Q-Bus in Leiden. Waar Wo. niet onder de indruk was, ging Erwin met een cd naar huis. Een cd die hij niet veel later recenseerde. Dat het niet bij die ene indruk is gebleven blijkt vandaag.

Na haar afstuderen aan het befaamde Berklee College of Music in Boston, Massachusetts, begon Rebecca Loebe in 2004 aan een onzeker bestaan als muzikant.
 
Het heeft tot dusver een eindeloze reeks concerten, een handvol in eigen beheer uitgebrachte platen en “15 minutes of fame” opgeleverd.
 
Die 15 minutes of fame stammen uit 2011 toen Rebecca Loebe haar opwachting mocht maken in de Amerikaanse tv-show The Voice (een Nederlandse uitvinding).
 
Met een bijzondere versie van Nirvana’s Come As You Are wist Rebecca Loebe de stoelen van Christina Aguilera en Maroon 5 zanger Adam Levine om te draaien en was ze even een vreemde eend in de bijt bij een zeer populair maar in artistiek opzicht natuurlijk niet bijster interessant tv-programma.
 
Haar optreden in The Voice leverde tijdelijk wat extra aandacht en enkele optredens in het buitenland op, maar voor het vorige week verschenen Blink was wederom een flinke crowdfunding campagne noodzakelijk.
 
Ik heb Rebecca Loebe één keer zien optreden als support-act en was direct onder de indruk van haar bijzondere talenten. Die bijzondere talenten komen ook direct aan de oppervlakte bij beluistering van Blink.
 
Rebecca Loebe heeft een bijzonder aangename, krachtige en veelzijdige stem en het is een stem die in meerdere uithoeken van de Amerikaanse rootsmuziek uit de voeten kan. Op Blink kiest de vanuit Austin, Texas, opererende singer-songwriter vooral voor lekker in het gehoor liggende songs met invloeden uit de country, folk, rock en pop.
 
De liefhebber van doorleefde rootsmuziek vindt het waarschijnlijk net wat te lichtvoetig, maar rootsliefhebbers die niet vies zijn van een beetje pop en rock vinden op Blink veel van hun gading.
 
Blink is voorzien van een volle en verzorgd klinkende productie en een mooi gloedvol en organisch geluid. Het is een voorzichtig broeierig geluid zonder opsmuk dat perfect past bij de mooie vocalen op de plaat.
 
Rebecca Loebe raakt met haar vocalen af en toe aan Jewel, maar kan met haar stem ook allerlei andere kanten op. Op Blink kan Rebecca Loebe lieflijk fluisteren, met een emotievolle snik ontroeren of stevig uithalen met een soulvolle strot. Het maakt van Blink een veelzijdige plaat, die vrijwel uitsluitend indruk maakt.
 
Vooral de stem van Rebecca Loebe raakt bij mij voortdurend de juiste snaar, maar ook de warme instrumentatie en productie, de mooie verhalen en de knap in elkaar stekende songs maken bij iedere beluistering meer indruk.
 
Ik heb een enorm zwak voor vrouwelijke singer-songwriters waardoor de lat in deze hoek inmiddels ontiegelijk hoog ligt, maar Rebecca Loebe heeft met Blink een plaat gemaakt die wat mij betreft mee kan met het allerbeste. Blink zal het waarschijnlijk moeten doen met bescheiden aandacht, maar wat is dit een geweldige plaat van Rebecca Loebe.

Erwin Zijleman

Je kunt hier luisteren naar Blink:

https://soundcloud.com/rebecca-loebe/blink

donderdag 27 juli 2017

I Used To Spend So Much Time Alone. Chastity Belt

Twee jaar geleden maakte ik voor het eerst kennis met de muziek van de Amerikaanse band Chastity Belt.
 
Time To Go Home, de tweede plaat van de uit vier vrouwen bestaande band uit Walla Walla, Washington, maakte in eerste instantie niet eens zoveel indruk, maar naarmate ik de plaat vaker hoorde, raakte ik steeds meer verknocht aan de zowel door dreampop als door noiserock beïnvloede muziek van Chastity Belt.
 
Op de nieuwe plaat nemen de vier vrouwen van Chastity Belt flink gas terug, waardoor de vergelijking met Sleater Kinney en andere bands uit de Riot Grrrl beweging wat minder vaak zal opduiken dan bij beluistering van de vorige plaat van de band. Invloeden uit de dreampop zijn daarentegen nog wel in ruime mate te horen op I Used To Spend So Much Time Alone en krijgen gezelschap van invloeden uit de postpunk en de indie-rock.
 
Op haar vorige plaat maakte Chastity Belt flink wat indruk met het mooie gitaarwerk en dit is ook op I Used To Spend So Much Time Alone dik in orde. Het is gitaarwerk dat breed uit kan waaien, maar ook kan betoveren met bijna minimalistische miniatuurtjes of juist heerlijk gruizig van leer kan trekken. Over de wat onderkoelde vocalen van frontvrouw Julia Shapiro was ik bij mijn eerste kennismaking met de muziek van Chastity Belt minder te spreken, maar inmiddels kan ik de flarden 70s en 80s doom in haar stem zeer waarderen.
 
Chastity Belt vertrouwde op haar eerste twee platen vooral op de wat stekeligere rocksongs. I Used To Spend So Much Time Alone klinkt ook nog wel eens rauw en stekelig, maar in de meeste gevallen kiest het viertal uit Walla Walla (het ziet er helaas niet zo fascinerend uit als het klinkt) voor bezwerende klanken die het beste van Lush en Siouxsie & The Banshees vermengen.
 
Dat is een kunstje momenteel veel vaker gehoord wordt, maar Chastity Belt maakt op I Used To Spend So Much Time Alone ook indruk met geweldige songs. De rauwe songs die vrijwel onmiddellijk hun punt maken, zijn vervangen door songs die zich langzaam maar genadeloos opdringen.
 
Het knappe van de nieuwe plaat van Chastity Belt is dat het muziek maakt die direct bekend in de oren klinkt, maar uiteindelijk blijkt opgebouwd uit componenten die in het verleden niet op deze wijze verenigd werden. Het bijzondere fraaie gitaarwerk op de plaat slaat de bruggen tussen de verschillende genres en tussen de wat stevigere songs en de opvallend lome songs. Het is gitaarwerk dat me bij herhaalde beluistering van de plaat ook meer dan eens doet denken aan dat op de platen van Mazzy Star en een grotere compliment kan ik een band niet maken.
 
I Used To Spend So Much Time Alone overtuigt door het prachtige geluid wat makkelijker dan zijn voorganger, maar beschikt over dezelfde groeipotentie als deze voorganger, waardoor zeker de langzamere songs op de plaat uiteindelijk hoog reiken.

Chastity Belt krijgt in Nederland nog niet heel veel aandacht met haar muziek, maar heeft met I Used To Spend So Much Time Alone een prachtplaat afgeleverd. Een prachtplaat die alleen maar mooier en mooier wordt.

Erwin Zijleman

Je kunt het album hier beluisteren en kopen:

https://chastity-belt.bandcamp.com/album/i-used-to-spend-so-much-time-alone

woensdag 26 juli 2017

Tender Warriors Club. Lady Lamb

Het lijstje van Paste Magazine met de beste platen van 2017 tot dusver, is een lijstje vol verrassingen.
 
Na eerst te zijn veroverd door de frisse en stekelige rock van Diet Cig (op nummer 18), trof ik op plek nummer 17 van het lijstje van Paste de volgende verrassing aan. Het gaat om Tender Warriors Club van Lady Lamb.
 
Lady Lamb is het alter ego van de uit Portland, Maine, afkomstige Aly Spaltro.
 
Deze Aly Spaltro maakte in 2013 als Lady Lamb The Beekeeper een jaarlijstjesplaat in de vorm van haar debuut Ripely Pine. De plaat werd twee jaar later gevolgd door het nog veel betere After, waarop Aly Spaltro zich Lady Lamb noemde.
 
Tender Warriors Club is officieel een EP, maar er staan wel zeven songs en in totaal 31 minuten muziek op, waarmee het verschil met een album niet zo heel groot is.
 
Lady Lamb vermengde op haar eerste twee platen folk met behoorlijk rauwe rock vol gruizige gitaren. Op Tender Warriors Club kiest de Amerikaanse singer-songwriter voor een uiterst ingetogen instrumentatie. Op de EP is immers voornamelijk en vaak vrijwel uitsluitend de akoestische gitaar van Aly Spaltro te horen.
 
Het is geen eenvoudige opgave om met een dermate sobere instrumentatie de dynamiek van haar eerste twee platen te benaderen, maar Lady Lamb slaagt er op Tender Warrior Club glansrijk in. In de meest sobere momenten domineren subtiele akkoorden en fluisterzachte song, maar Lady Lamb kan haar akoestische gitaar ook flink geselen en hierbij in vocaal opzicht stevig uithalen.
 
Het maakt van Tender Warriors Club een fascinerende plaat. Het is een plaat vol onderhuidse spanning. Je voelt deze spanning wanneer Aly Spaltro ingetogen speelt en zingt en zeer incidenteel wat donkere elektronica zorgt voor een wat duistere sfeer. De spanning komt op indringende wijze aan de oppervlakte wanneer de muziek van Lady Lamb uitbarst of dreigt uit te barsten, maar dit vervolgens toch niet doet.
 
Het is zeker geen eenvoudige opgave om zoveel spanning aan te brengen in muziek, maar de nog piepjonge Aly Spaltro doet het op indrukwekkende wijze. De songs op Tender Warriors Club vallen niet alleen op door dynamiek en onderhuidse spanning, maar laten ook flink wat diepgang en heel veel gevoel horen.
 
Lady Lamb maakte indruk op haar flink aangeklede platen, maar maakt nog veel meer indruk op het bijna naakte Tender Warriors Club. Het is misschien maar een EP van net meer dan een half uur, maar in dat halve uur imponeert Lady Lamb met intense en intieme songs die dwars door de ziel snijden. Prachtplaat.

Erwin Zijleman

Luister hier naar Tender Warriors Club:

https://soundcloud.com/ladylambjams/sets/tender-warriors-club

Je kunt het album bestellen op de website van Lady Lamb:

https://ladylamb.merchtable.com/?no_redirect=true

dinsdag 25 juli 2017

The Order Of Time. Valerie June

Bijna vier jaren zijn verstreken sinds de release van Pushin' Against A Stone, het debuut van de Amerikaanse muzikante Valerie June.
 
Ik voorspelde destijds op deze BLOG wereldheerschappij voor de singer-songwriter uit Memphis, Tennessee, maar daarvan is het vooralsnog helaas niet gekomen (lees Erwin's poging tot voorspellen hier : http://wonomagazine.blogspot.nl/2013/08/pushin-against-stone-valarie-june.html).
 
Met haar nieuwe plaat kan Valerie June echter opnieuw een gooi doen naar de erkenning die ze zo verdient en aan de kwaliteit van haar plaat zal het wederom niet liggen.
 
Op haar vorige plaat kon Valerie June een beroep doen op topproducer Dan Auerbach en orgelvirtuoos Booker T. Jones, wat Pushin' Against A Stone een flinke zet in de rug had moeten geven. De grote namen ontbreken op de nieuwe plaat (buiten wat achtergrondvocalen van Norah Jones), maar heel veel invloed op het geluid van Valerie June heeft het niet gehad.
 
Haar muziek ademt nog steeds de muzikale tradities van het diepe zuiden van de Verenigde Staten, maar het knappe van de muziek van Valerie June is ook dit keer dat ze ook overweg kan met het muzikale verleden van de noordelijker gelegen Appalachen.
 
Ook op The Order Of Time beperkt Valerie June zich niet tot één of twee genres. The Order Of Time citeert uit de archieven van de gospel, soul, blues, country, rock en rhythm & blues en daarmee heb ik alleen de belangrijkste genres waarmee de singer-songwriter uit Memphis aan de haal gaat genoemd.
 
Voor The Order Of Time zijn flink wat muzikanten de studio in gedoken en zij staan garant voor een opvallend veelzijdig geluid. Zeker wanneer de blazers worden ingezet kan The Order Of Time uit de voeten met moddervette soul, maar Valerie June kiest dit keer ook opvallend vaak voor een bezwerend, wat psychologisch aandoend geluid of een wat zweverig geluid met veel strijkers.
 
The Order Of Time moet het misschien doen zonder de hele grote namen, maar het veelkleurige gitaarspel en de bijdragen van het orgel doen echt niet onder voor de muzikale impulsen van Dan Auerbach en Booker T. Jones op de vorige plaat.
 
De muzikanten op de plaat staan garant voor een geluid waarin de stem van Valerie June flink wat ruimte krijgt en het is een stem waar je van moet houden. Ook op haar nieuwe plaat klinkt Valerie June weer wat nasaal of lijzig. Het doet af en toe wat denken aan de stem van Macy Gray, maar de Amerikaanse kan ook tekeer gaan als Amy Winehouse in haar beste dagen. Het is ook een stem die na enige gewenning steeds beter wordt en die uiteindelijk net zo makkelijk overtuigt met rauwe uithalen als met gevoelige passages.
 
The Order Of Time is een plaat die, zeker in de zweverigere passages, vaak aangenaam voortkabbelt, maar ondertussen verleidt en bezweert de muziek van Valerie June meedogenloos.
 
Na het relatief beperkte succes van Pushin' Against A Stone ga ik Valerie June niet nogmaals wereldheerschappij voorspellen, maar dat ze een verbluffend goede en verrassend veelzijdige Amerikaanse rootsplaat heeft gemaakt is voor mij zeker.

Erwin Zijleman

Je kunt hier luisteren naar The Order OF Time and het album kopen:

https://valeriejunemusic.bandcamp.com/releases

maandag 24 juli 2017

Mental Illness. Aimee Mann

Het is gelukkig een hypothetische vraag, maar ik stel hem mezelf geregeld. Wat neem ik mee als ik word verbannen naar een onbewoond eiland en slechts 10 platen mee mag nemen?
 
De samenstelling van het denkbeeldige koffertje varieert uiteraard over de tijd, maar Bachelor No. 2 Or, The Last Remains Of The Dodo van Aimee Mann zit er bijna altijd in.
 
Aimee Mann liet in de jaren 80 met haar band ‘Til Tuesday zo nu en dan al horen dat ze een bijzonder talent is en dat deed ze ook op de twee soloplaten die ze in de jaren 90 uitbracht.
 
Op het in 2000 verschenen Bachelor No. 2 Or, The Last Remains Of The Dodo viel echter alles op zijn plaats. Aimee Mann had de muziekindustrie een paar jaar eerder de rug toegekeerd, maar stond nu op eigen benen en imponeerde met een plaat vol songs die ik na één keer horen echt nooit meer wilde vergeten.
 
Omdat Bachelor No. 2 Or, The Last Remains Of The Dodo me zo enorm dierbaar is, gaat Aimee Mann de inmiddels 17 jaar oude plaat waarschijnlijk nooit meer overtreffen, maar ook de vier soloplaten die ze de afgelopen 17 jaar heeft uitgebracht waren van een bijzonder hoog niveau. Het geldt ook weer voor het deze week verschenen Mental Illness, dat ik na een paar keer horen al wel net wat beter vind dan zijn vier voorgangers.
 
Mental Illness focust op alle ellende die in een menselijk leven voorbij kan komen, waaronder uiteraard de ellende in de liefde. Het is ellende die in het leven van Aimee Mann kennelijk in ruime mate voorbij is gekomen, want Mental Illness is in tekstueel opzicht een behoorlijk donkere plaat.
 
In muzikaal opzicht valt dat (gelukkig) nog wel mee. Vergeleken met de vorige platen van Aimee Mann is Mental Illness een verrassend ingetogen plaat. Aimee Mann kiest op haar nieuwe plaat voor grotendeels akoestische en over het algemeen vrij langzame songs, die vaak stemmig zijn ingekleurd met strijkers en verder worden gedomineerd door akoestische gitaar en piano. Het zijn songs waarin melancholie nadrukkelijk doorklinkt, maar ook in de lentezon doet Mental Illness het uitstekend.
 
Aimee Mann werkt ook op haar nieuwe plaat weer samen met producer Paul Bryan en deze verdient alle lof voor het geluid op de plaat. Mental Illness klinkt warm en ruimtelijk en dit past goed bij de bijzondere, maar volgens de critici wat vlakke stem van Aimee Mann.
 
Mental Illness is misschien wat meer ingetogen dan zijn voorgangers, maar ligt toch ook duidelijk in het verlengde van alle platen die Aimee Mann sinds Bachelor No. 2 Or, The Last Remains Of The Dodo heeft gemaakt.
 
Net als op dit miskende meesterwerk uit 2000 komt de Amerikaanse singer-songwriter op Mental Illness op de proppen met songs die je raken, verleiden en betoveren. Bij de vorige platen verlangde ik toch vrijwel onmiddellijk naar de plaat uit 2000, maar Mental Illness komt momenteel heel vaak voorbij en verveelt geen moment.
 
Mental Illness zal Bachelor No. 2 Or, The Last Remains Of The Dodo niet verdringen uit het koffertje voor het onbewoonde eiland, maar is in het aanbod van dit moment voor mij een klasse apart. Prachtplaat.

Erwin Zijleman

Je kunt hier naar 'Goose Snow Cone' luisteren:

https://www.youtube.com/watch?v=fhThS-PJOFE

zondag 23 juli 2017

De "dubbele" van Erwin

Zoals oplettende lezers zullen hebben opgemerkt, herpubliceerd Erwin Zijleman geregeld posts van zijn eigen blog 'De Krenten Uit De Pop' op ons WoNoBloG van WoNo Magazine. Iedere twee maanden stuurt hij een overzicht van zijn favoriete posts uit de twee voorgaande maanden, waaruit Wo. een selectie maakt voor publicatie.

Een aantal van Erwin's posts zijn al gerecenseerd op WoNoBloG en uit het oogpunt van efficiëncy hebben we besloten platen niet meer dubbel te doen -tenzij Wo. zijn neiging om toch over een plaat te schrijven niet kan onderdrukken.

Toch knaagt het een beetje. Dit zijn Erwin's favorieten. Daarom geven we onze lezers op deze manier de mogelijkheid om kennis te nemen van Erwin's mening: gewoon een aantal links naar de originele publicatie, voor diegenen die willen weten wat Erwin zo goed vindt, dat het her-publicatie verdient.

Wie wil kan nu klikken op de onderstaande links. Veel leesplezier!

http://dekrentenuitdepop.blogspot.nl/2016/11/madness-cant-touch-us-now.html

http://dekrentenuitdepop.blogspot.nl/2016/12/the-rolling-stones-blue-lonesome.html

http://dekrentenuitdepop.blogspot.nl/2017/02/mich-mich.html

http://dekrentenuitdepop.blogspot.nl/2017/02/the-courtneys-courtneys-ii.html

http://dekrentenuitdepop.blogspot.nl/2017/04/moon-moon-moon-help-help.html

http://dekrentenuitdepop.blogspot.nl/2017/06/roger-waters-is-this-life-we-really-want.html

http://dekrentenuitdepop.blogspot.nl/2017/06/dan-auerbach-waiting-for-song.html

De WoNo redactie.

Future Standards. Howie Gelb

Howe Gelb heeft met zijn band Giant Sand (waarvoor vorig jaar het doek dan definitief viel) zeker 10 prachtplaten gemaakt en ook het aantal uitstekende soloplaten van de muzikant uit Tucson, Arizona, is de handvol inmiddels gepasseerd.
 
Op al die platen blijft Howe Gelb zijn muziek veranderen en vernieuwen, waardoor een nieuwe plaat van Howe Gelb altijd weer een verrassing is en meestal ook een bijzonder aangename verrassing.
 
Dat geldt ook weer voor het onlangs verschenen Future Standards. Op zijn nieuwe soloplaat kiest Howe Gelb voor een geluid dat we nog niet van hem kenden en treedt hij in de voetsporen van Bob Dylan.
 
Future Standards staat immers vol met songs die Frank Sinatra graag vertolkt zou hebben, waarna Bob Dylan er vervolgens op een van zijn laatste twee platen mee aan de haal zou zijn gegaan. Howe Gelb put echter niet uit de archieven van het American Songbook, maar schrijft zijn “Sinatra songs” gewoon zelf.
 
Future Standards laat een geluid horen dat lijkt weggelopen uit de jaren 40 en 50 van de vorige eeuw. Begeleid door piano, gitaar, bas en drums maakt Howe Gelb muziek die je meeneemt naar rokerige nachtclubs en het is muziek die de kleine uurtjes tot een feest maakt.
 
De muzikanten die hem omringen zetten een fraai ingetogen jazzy geluid neer, waarop Howe Gelb vervolgens zijn kunsten als crooner mag vertonen. Het is iets dat de gelouterde muzikant uit Arizona opvallend goed beheerst. Howe Gelb probeert niet te klinken als de grote crooners uit de vorige eeuw, maar geeft een geheel eigen draai aan het genre. Howe Gelb blijft immers een muzikant die zich niet zomaar conformeert aan de conventies van een genre, waardoor ook Future Standards weer fris en eigenzinnig klinkt.
 
Ik had op voorhand niet verwacht dat de donkere stem van Howe Gelb het goed zou doen in het jazzy repertoire dat op Future Standards domineert, maar het klinkt echt geweldig. Het gevaar van eenvormigheid ligt voor mij altijd op de loer in dit genre, maar dit weet Howe Gelb uitstekend te ondervangen middels een geheim wapen. Dit geheime wapen bestaat uit de heerlijk zwoele vocalen van zangeres Lonna Kelley, die minstens net zo veel indruk maakt als Howe Gelb zelf.
 
Bob Dylan kreeg nogal wat kritiek toen hij het roer omgooide op zijn laatste twee platen en ook Future Standards zal niet door iedereen juichend worden ontvangen. Zelf moet ik inmiddels toegeven dat ik de laatste twee platen van Dylan regelmatig opzet wanneer de zon onder is en ook Future Standards wordt waarschijnlijk een graag geziene gast tijdens de kleine uurtjes, al is het maar omdat ik deze plaat van Howe Gelb gezien de eigenzinnige inbreng van de Amerikaan, nog wat hoger inschat dan de laatste twee platen van de oude meester Bob Dylan.

Erwin Zijleman

Je kunt Future Standards hier beluisteren en kopen:

https://howegelbmusic.bandcamp.com/album/future-standards

zaterdag 22 juli 2017

Time Out Of Mind. The Lives Of Bob Dylan. Ian Bell

Several years ago Wo. reviewed part 1 of this Dylan biography. You can read his findings here: https://wonomagazine.blogspot.nl/2013/08/once-upon-time-lives-of-bob-dylan-by.html.

Now for part 2, but not before I point out the seeming oddity of the picture. Has it been photoshopped? Dylan's extended second and third fingers seem to indicate that he's smoking, don't they?

Part 2 starts with the live resurrection of Dylan and that brilliant album 'Blood On The Tracks'. This was just before I truly discovered Bob Dylan myself with the album 'Desire'. Quite simply one of my favourite Dylan albums. All the rest that came before was only discovered by me in the 80s and 90s. Whether on cd or second hand LP, whatever came on my path. I learned fairly quickly that the early Dylan, the folk/political hero was not for me. It just isn't my music, really.

Unfortunately for me, and the rest of the world, the career of Bob Dylan took a turn for the worst, after 'Desire'. After the so-so 'Street Legal', which holds a few brilliant songs, and the as far as I'm concerned great live album 'At Budokan', Dylan went religious or lost touch with his inner skills or just didn't care. With a few minor sparks on 'I and I' and 'Down In the Groove' (yes, I do hear them Mr. Bell) the 80s went by like for many 60s hero's: in a shambles of pretty awful music. It's not just Dylan, mind. Paul McCartney, Lou Reed, The Rolling Stones, Neil Young, they all came up with (mostly) mediocre albums at best, to all return with a strong album in 1989. Why was that? (Van Morrison is the exception to this rule.)

The mystery of the great songs released on 'Biograph', the box set that got me into Dylan more, and "The Bootleg Series, Volume One', that won me over definitely, is something that Bell can only speculate about. The only one who knows why these songs did not make an album great or better, is Dylan himself and he's not talking. The fact that they got released anyway, means that either he saved them for a purpose or lost the final say over what is released and what not, after the original release. Fact is that Bell speculates a lot, but cannot fathom the true reasons.

What he does do, is that he seems to have started to dislike Bob Dylan because of it. The focus lies so much on what is withheld (from him), that it has become personal, while writing this book. It is the artist who decides what to release; even if it hurts his career, and not Mr. Bell or me. I've wondered, yes, of course, after having heard some of these great tracks, later, but that is all. I never cared about bootleg albums and such, so I was simply very pleasantly surprised when I bought the box sets and found all these great, some fantastic new songs there. Instead of being fed live versions and studio version #8 and #9, that for usually very obvious reasons did not make the record, what all other bands usually serve up in exchange for a lot of money, Dylan comes up with new songs that are great. I am the happier for it.

What Bell derives at, is that Dylan seems to have lost his ability to write and compose and his ability to see what is best work was. Personally I have come to the conclusion, somewhere in the 80s already, that he has tried to destroy his career for whatever reason and in the end miserably failed, because in the end he is too good and original an artist. The responses to the first radical change to electric may have genuinely surprised him, after that it was all effect. Maybe some self-loathing was involved after his marriage failed, who knows? Fact is that from 1979 onwards he has been trying to alienate his audience from him. Audiences that keep turning up right up to today, while he has no voice left and is unable to play guitar any more.

The part Bell doesn't cover any more, the book stops in 2012, is where Dylan has lost me completely. Who wants to hear someone with a croaky voice sing Sinatra, Crosby, etc.? I do not even want to hear the originals. It had happened before that with his last albums with original material. I haven't bothered to buy 'Tempest' and the one before that. Just like I didn't like 'Love and Theft'. That's fine. A lot of people like the albums, so I'm happy for them. It's just not my music. What I do, is play the albums I like every once in a while and enjoy them thoroughly. And all those Dylan's Ian Bell writes about? I leave them to Robert Allen Zimmerman to figure out. There's only one Bob Dylan, the one that evolved in public, where we ordinary mortals change more privately. And live? I've seen him three times, which is more than enough. One of them was good, I can't remember when it was, but I came home with a 'Time Out Of Mind' t-shirt.

Time Out Of Mind is very well written and thoroughly researched by Ian Bell. First hand accounts tell about what happened around Dylan or how people perceived things. It's too bad that so much focus on all these bad albums seems necessarily. Where it works is as a counterpoint to the prominent resurrection of Dylan that started with 'Time Out Of Mind'. Ian Bell runs out of pages to let us know how brilliant he thinks Dylan is from here onwards and that he truly is the greatest artist of his time. His book, 'Chronicles', his movie, 'Masters and Commanders', his record, 'Modern Times' and everything after are all lauded by him. Even the Christmas album is 'fun".

Again it becomes clear how much controversy there is around the person(s) Bob Dylan. (Take the cover of 'Oor' 4-2017. Dylan is on the cover, apparently for no special reason as the caption of the cover story reads "Bob Dylan, the treason of the saviour". Once inside I find it is because the April concerts in Amsterdam and his latest album. Controversy rages and sells, still, in 2017.) Nothing the man does can do without eschatology of his each and every word, deed and non-deeds. Ending in op-eds and research papers. There has probably never been an artist who has been (peer) reviewed so often and relentlessly. "I know nothing about it, I haven't seen/read a thing", is Dylan's standard reply it seems, in interviews. In the meantime he plays with it all. Let me give an example from beyond this book.

Fans like to see several of his albums as triptychs. They most probably are not and certainly were not started as thus. Out comes Dylan's latest album in 2017. What does he call it 'Triplicate'. That most be a joke.

With his latest albums (until 2012), reviewed and far beyond by Bell, Dylan has explored the music of the American songbook, like he did in his legendary radio shows 'Theme Time Hour With Bob Dylan'. These shows sort of resulted you could say in three albums, five records, filled with songs from that songbook as sung by Dylan. The man who all but lost his voice.

Who the man beneath all the masks is, if there is a "real" Bob Dylan, we will not divine from Bell's books. For that Dylan is too elusive. He plays the "Bob Dylan game" masterly. Always sowing confusion and thus able to be himself on the two nights in the year he's not out on the road somewhere in the world. With the Nobel Prize in his pocket, something which is speculated on hugely in Time Out Of Mind, it is time to contemplate Bob Dylan's next move. With 'Triplicate' he most probably released his final tribute album. Can he surprise the world again? I won't be surprised if he does. This man is full of them for over 50 years.

Did I read enough on Dylan? Probably yes, but I may surprise myself some more too.

To end on a positive note here. Because of Ian Bell's words I am listening to 'Tempest' again and boy was I wrong to halt at "that" voice at the time. Yes, masterpiece. My sincere apologies, Mr. Dylan.

Wo.

vrijdag 21 juli 2017

The Adventurist. Cindy Lee Berryhill

Cindy Lee Berryhill dook halverwege de jaren 80 op als een van de belangrijkste exponenten van de Amerikaanse folk beweging die in de geschiedenisboeken is terecht gekomen als de anti-folk beweging (Cindy Lee Berryhill noemde het zelf overigens “new folk”).

 De folk van de in Los Angeles opgegroeide, maar op haar twintigste naar New York vertrokken singer-songwriter liet zich aan de ene kant beïnvloeden door de folk zoals die in de jaren 60 in New York en in Los Angeles opbloeide, maar stond aan de andere kant open voor invloeden uit de punk die halverwege de jaren 70 in New York ontstond.

Het vloeide prachtig samen op de eerste twee platen van Cindy Lee Berryhill. Who's Gonna Save The World? uit 1987 en Naked Movie Star zijn vergeten klassiekers uit een periode waarin folk op weinig sympathie van de critici kon rekenen. Ik was de platen eerlijk gezegd zelf ook al lang vergeten, maar tot mijn vreugde staan ze inmiddels wel op Spotify en Apple Music.

Aan het begin van de jaren 90 keerde Cindy Lee Berryhill terug naar California en halverwege dat decennium ging ze ook weer platen maken. Het zijn platen die maar heel weinig aandacht trokken en nog steeds niet te vinden zijn op de streaming media.

Cindy Lee Berryhill trok de afgelopen twee decennia vooral aandacht als schrijfster en werd verder in beslag genomen door de zorg voor haar zieke echtgenoot. De afgelopen jaren was het volledig stil rond de vergeten muzikante, maar bijna uit het niets is Cindy Lee Berryhill terug.

The Adventurist is Cindy Lee Berryhill’s eerste plaat in tien jaar tijd en het is een verrassend sterke plaat. De jarenlange zorg voor haar inmiddels overleden echtgenoot speelt absoluut een rol in een aantal songs op de plaat, maar The Adventurist is vooral een plaat over het leven.

Cindy Lee Berryhill laat zich nog altijd beïnvloeden door folk uit de jaren 60 en en de muziek van met name Patti Smith uit de jaren 70, maar de Amerikaanse singer-songwriter heeft ook meer eigentijdse invloeden in haar muziek verwerkt en is bovendien niet vies van invloeden uit de psychedelica en de lo-fi.

Het levert een plaat op die anders klinkt dan de meeste andere platen van het moment. The Adventurist bevat flink wat invloeden uit de rootsmuziek, maar klinkt ook rauwer en steviger dan de meeste andere platen in het genre, wat weer contrasteert met het bijzondere gebruik van strijkers op de plaat.

Het zorgt ervoor dat Cindy Lee Berryhill de aandacht opvallend makkelijk vast houdt en vervolgens steeds meer indruk maakt met haar bijzondere songs en intense voordracht. Ik vond het in eerste instantie vooral bijzonder, maar wat ben ik inmiddels gehecht aan deze intense en emotievolle plaat van Cindy Lee Berryhill. Ga dat horen!

Erwin Zijleman

Je kunt hier luisteren naar The Adventurist:

https://soundcloud.com/cindyleeberryhillofficial/sets/the-adventurist-1

donderdag 20 juli 2017

Baby, I'm Bored. Evan Dando

This June Fire Records re-released Evan Dando's last solo album too date. (Though two The Lemonheads followed this album. Since 2009 all is quiet.) Baby, I'm Bored passed me by at the time, as I sort of was never really caught by The Lemonheads at the time and stopped to follow the band. There were so much more interesting bands to follow. like .e.g., fellow Bostonians Buffalo Tom.

As I received the album I decided to take a listen. Although the album came to me in small waves, I did start to hear the beauty within. I also noticed that Dando's voice was starting to sound the worse for ware. Being only in his mid 30s, that is troubling if you're a singer.

What is not so hard to hear, is that Evan Dando is a fine songwriter. No matter how ramshackle the songs may be recorded, the flow of them in obvious. Even when estranging sounds are laid out over them, take a listen and you know exactly what I mean, the inner beauty of the compositions remain in the background or upfront, depending on the song. At times it is like all Dando's inner demons are parading like zombies over main street. Or he's so intoxicated that he has trouble to really hear what he has recorded, who can tell? Fact is there are some great songs on Baby, I'm Bored. He just doesn't seem to want a lot of people to know about them.

Promo Photo
Baby, I'm Bored was Dando's first recording since 1996 and his first and only solo album. His production seems to have come all but to a halt in the past 20 years.

The re-release is a smart thing though. It shows a few things. Dando gets away with quite a few different sort of songs. Whether there is a more indie feel or moving towards alt.americana, Evan Dando stands his ground. A quality that several people may have forgotten all about and a new generation gets the chance to discover this exponent of the 1990 surge of east coast alternative rock bands. Always somewhat softer than Dinosaur Jr., the band that paved the way in Boston and Buffalo Tom, The Lemonheads infused just a little more pop into its music.

It is that quality that comes by on Baby, I'm Bored. This softer touch comes with Dando's voice. Even when the distorted guitars chime in, like in 'The Same Thing You Thought Hard About Is the Same Part I Can Live Without' (what's in a title), the voice comes in and the tambourine. That sound makes a lot of difference in the whole. A small rhythmic detail, having a great impact on the whole. It's details like this that make this album fun, even if it is the weird parts in some of the songs. Certainly when I get to cd 2 with the left overs and rarities. That moniker does right to some of the recordings. Probably never meant to be released, but good to hear anyway.

Is Baby, I'm Bored a brilliant album? No, that would be too much. It does make me wonder whether I have to go back into my backlog of 90s albums and see if I can hear now, what I could or did not then? Perhaps this is the album that helps me in.

Wo.

You can listen to and buy Baby, I'm Bored here:

https://evandando.bandcamp.com/album/baby-im-bored




woensdag 19 juli 2017

Kairos July 2017, by .No on Concertzender

Each month .No creates his Kairos show that Concertzender broadcasts at the beginning of the month. After that it may be online until perpetuity and beyond. As long as there is a search engine supplied with electricity and a server that hosts the program.

Each month Wo. listens to Kairos and shares his thoughts and ideas, puts them online and as long as there is ...., you get the drift. Let's not while our time away and let's get down to it: the verdict on this month's Kairos is in.

Each month the show begins with the same mysterious music and the dark voice introducing the show. Slow moving piano notes move in. Kairos has truly started. I recognise the kind of music from last month and indeed Charles Henri Maulini it is. I am listening to his musical rendition of Paris. Now I'm not sure which Paris this song shares with me, but it can't be the city of light nor the one in Texas. Only in the most abstract of ways this can be Paris, so full of grace and elegance. More like the slow moving clouds in the sky on a blue, summer's day, than anything to do with the bustling city below. Not even at night there is this tranquillity. So where then? Père Lachaise? The Bois de Boulonge? It is any ones guess where Maulini imagines this Paris in his composition 'Paris'. Perhaps it only exists in his imagination. 'Paris' is beautiful, like the city is in its own way. So there you go, I found the key.

Someone we are hearing for months now is Richard Bolhuis and his House of Cosy Cushions. This dark song inhibits my calm, tranquil world created by Charles Henri Maulini. Bolhuis sings softly, the repeated music in the background is menacing. It is a loop but not quite as little changes are allowed in. Just another instrument added to the whole. I find it hard to really make something of 'Girl with the insect dress'. With a, maybe even any, different background, it would have been a lot less hard, perhaps even beautiful. This looped music is devoid of emotions. Like someone who sees the dress but has no feelings any which way because of the dress -nor the girl for that matter.

It's time for some lute. Stathis Skandalidis plays 'Reunion Dance' by Gilbert Isbin. From an album full of Isbin's songs. Where does one find an album like this? I'm fairly sure it is nowhere near where I frequent to buy albums. This evening I played 'Led Zeppeling IV'. Strangely enough I'm reminded of a few of the folk songs on that album. No not of 'Black Dog' or 'Rock and Roll, although it would be something if that latter song was to turn up on Kairos. One of the best rock songs ever recorded. Skandalidis plays anything but rock. You notice my mind wondering? There you have it.

(Somewhere, with me pondering Led Zeppelin the composition switched to 'Cantio Lodomerica XIX', played by Massimo Marchese. .No fooled me there. Never noticed it.)

My two best friends go to the Concertgebouw in Amsterdam together regularly for years now and never miss out on anything composed by Dmitri Shostakovich. With me wondering what all the fuss is about. .No is giving me the needle in the haystack as a small part of a fugue is part of this show. Deep dark sounds and some milder ones are played by the Calefax Reed Quartet. It's not my music, but this is far from a punishment.

All sorts of church bells enter the sound. Why, I have no clue. They fade away again and are replaced by a single piano chord, heavy handed, solitary, with some sounds in the background that have nothing to do with the solitary chord, that is repeated every so many seconds. Minco Eggersman, was introduced recently on this blog by .No in his very well "read" .NoWordsNeeded. In this composition called 'Tblisi calls' Eggersman seems to work with time and space in notes. So much air is allowed into the music that it seems more like a fata morgana than music. I was fortunate enough to have visited Tblisi for a conference with a few hours to spare to see something of the city. I remember a Dutch musician sitting on the plane with me going there to work. It was more a DJ type if I remember it correctly, but then who knows? In 'Tblisi calls' Eggersman mixes several styles. There are faint traces of pop and rock, the free form of jazz is mixed with a classical mood, while avant garde soundscapes support the soulful saxophone of The Crusaders and those other soul-jazz types of the late 70s. All this comes together in over 11 minutes in a convincing way. What it has to do with the Georgian capitol I can't tell, but that it can be proud of this work baring its name is clear to me.

The bells take me to a second work from the same album, 'Kavkasia'. 'Deda Ena' is very different, more pop like, with some folk added to it. A beautiful acoustic guitar and a violin determine the mood of this song, which is very melancholy. A sad goodbye. Again I'm struck by how subtle the instruments are added along the way. This works very well. Too bad there is no real lyric, that would have made the song perfect.

Back to Ireland. Where I wondered last month what it was I was hearing until I read the location of recording, I know now right from the start. Béal Tuinne plays 'Briotánach Óg ó L’Orient'. (How do I pronounce that? I really have no clue.) The Celtic folk comes through every once and again. This is the solemn variant though. Fit to be played in a church. Folk it is though. Béal Tuinne is a band, if I can call it that, of singers and players from West Kerry. The uniqueness of the music comes from the adding of a harmonium to the whole, which explains the church sound some more. Again I have to say that this music touches me. Some googling tells me that the title means "A Young Breton from l'Orient".

Soft piano chords and notes come in. This time it is Emilie Levienaise-Farrouch with her compostion 'Strelka'. Nothing is what it seems as some weird sound, fairly out of place, moves through the whole, before lighter notes join, taking the mood in a totally different direction. When weird sounds return it becomes hard to focus. What is real and what not. Donald Trump shouting "Fake News" while it is all true in the end. Something like that is going on here.

Ah, a familiar piece of music. Moon Moon Moon returns to the show once again. The lightly sounding 'Deathbed' comes by. Again I am touched by how close Mark Lohmann's voice resembles Conor Oberst's (formerly) of Bright Eyes. Moon Moon Moon somehow seems so much more real to me. The elementary guitar progression is repeated again and again and it is enough. Slowly the other instruments and sound envelope themselves around the progression until it is taken out of the whole and the atmosphere led by the brushing percussive sound is all that is left. The deathbed is now empty.

A high voice enters and I'm thinking 'I know this also'. And I do. My latest tip to .No has already found its way to Kairos. Low Roar is the musical project of Ryan Karazija, who by way of Iceland, as Californian by birth, released his second album called 'Once In A Long. Long While'. 'Poznan' is a beautiful track. Light as a feather. I have to sit so still, otherwise the movement I produce will just blow it away. Beyond my reach. Recently I reviewed the album, so go and peruse on the blog (later, please), while I move on to ...

... another veteran of Kairos, who we have missed for several months, Jesse Mac Cormack. 'He Knows' fits well with the songs that came before. Like certainly Moon Moon Moon but Low Roar as well, Mac Cormack is someone who does his own things. Armed with a loop pedal he takes on the world. 'He Knows' is one of his best songs in my opinion. He touches a level of maturity here, without going off the deep end, although in the middle section it does become a bit eerie when he starts to harmonise with himself. Everything comes together again quite nicely in the end.

Ben Lukas Boysen also returns. Long, deep sounds are held for a long time. Not a lot happens in the introduction, until a piano enters and a violin (or two). Boysen is not in a hurry. The album this is taken from is called 'Mother Nature' and when is she in a rush? It's us that are rushing around and sometimes one of the externalities of Earth, beyond our control. The music is contemplative, full of rest with a small burst of change here and there.

Eggersman returns as well. This time with a Middle Eastern melody that I can not really make head or tails from. Thijs van Leer without the yodle and high voice. Something like that. More voices join and then a guitar.

That instrument belongs to Will Samson. That has also been a while since I heard him on Kairos. It is high summer, the days super long and .No preludes on the next season, autumn. Sorry, .No. but I still have my holidays ahead of me, so I could do without this. The music does touch me though, as the slow, meandering moves of the song take me to a forest with a small brook running though it. Plants every where, ferns, insects, butterflies, the light shining through the leaves on the branches above me, playing its game with the forest. Total tranquillity. And as I have used this word before this Kairos, I declare that my theme of this month. (Perhaps for lack of having found a better one.)

The Real Group sings something a capella in a language that will be from somewhere in Scandi country. It's all over before I really can get into the Group. It sounds modern but churchy, which is o.k.

This Kairos ends with more piano notes of the solitary kind. A kind of musical style .No really likes as I hear it so often on Kairos. It is not for me, but it certainly brings me into a pleasant mood once a month. It is Gabi Sultana who plays darts, I mean 'DART', a composition by Benjamin van Esser. It is the end, I notice that I've lost my attention span, and hear my girlfriend opening the back door, coming home after a long day. So what a timing. Time to close shop.

Wo.

You can listen to this month's Kairos here on Concerzender:

https://www.concertzender.nl/programma/kairos_403411/


This is the playlist:

00:11 Charles Henri Maulini. Paris.
Album ‘Peaks’. Volkoren 72.
03:10 Richard Bolhuis. Girl with the insect dress. House of Cosy Cushions.
Album ‘Spell’. Outcast Cats CAT 0C002CD.
06:00 Gilbert Isbin. Reunion dance.
Stathis Skandaldis, luit.
Album ‘Stathis Skandalidis plays Gilbert Isbin’. Tern Records, Tern 007.
09:02 Roman Turovsky. Cantio Lodomerica XIX.
Massimo Marchese, luit.
Album: ‘Dialogues with time’. Da Vinci Classics C00028.
10:26 Dmitry Shostakovich. Andante E min. uit Preludes & Fugues op. 87.
Calefax reed quintet.
Album ‘Calefax plays Shostakovich’. MDG 619 185-2.
12:21 Minco Eggersman. Tblisi calls.
Album ‘Kavkasia. Volkoren 73.
23:32 Minco Eggersman. Deda Ena.
Album ‘Kavkasia. Volkoren 73.
26:55 Béal Tuinne. Briotánach Óg ó L’Orient.
Album ‘Live at St James’Church, Dingle. TARA CD 4022.
32:54 Emilie Levienaise-Farrouch. Strelka.
Album ‘Like Water Through The Sand’. FactCat Records CD13-20P (130701).
35:55 Mark Lohmann. Deathbed. Moon Moon Moon .
Album Help! Help! Tiny Room Records TR015.
39:17 Ryan Karazija. Poznan. Low Roar.
Album ‘Once in a long, long while’. Nevado Records 823674059620.
41:11 Jesse Mac Cormack. He Knows.
Album: ‘Crush’. Secret City Records 6 80341047002 3.
45:33 Ben Lukas Boysen. To Nature.
Album ‘Mother Nature’. Hymen Records ¥807.
49:10 Minco Eggersman. Melisma & Gurian.
Album ‘Kavkasia. Volkoren 73
51:00 Will Samson. Music for autumn.
Album ‘Balance’. Karaoke Kalk 69CD.
54:48 The Real Group. Om alla Berg och Dalar.
Album ‘Stämning’. Virgin 7243 812535 2 6.
55:22 Benjamin van Esser. DART for piano and electronics.
Gabi Sultana, piano.
Voor zover bekend niet op album uitgebracht. Zie https://www.youtube.com

dinsdag 18 juli 2017

Crack-Up. Fleet Foxes

In 2008 verscheen vrijwel uit het niets het debuut van Fleet Foxes. Het debuut van de band uit Seattle, Washington, verraste met betoverend mooie folksongs en flink wat echo’s uit het verleden.
 
Door de meerstemmige zang lag de vergelijking met Crosby, Stills & Nash het meest voor de hand, maar de titelloze eerste plaat van Fleet Foxes herinnerde ook aan roemruchte platen van onder andere Fairport Convention, The Beach Boys en Simon & Garfunkel.
 
De band uit Seattle verwerkte deze invloeden in songs die je na één keer horen dierbaar waren en het was dan ook niet verrassend dat de plaat in flinke aantallen over de toonbank ging en aan het eind van 2008 in flink wat jaarlijstjes in de hogere regionen opdook.
 
Op het na een pauze van drie jaar verschenen Helplessness Blues ging Fleet Foxes in 2011 verder waar het debuut drie jaar eerder was opgehouden en maakte het opnieuw indruk met prachtige folksongs, die hier en daar voorzichtig het experiment opzochten.
 
Sinds Helplessness Blues is het precies zes jaar stil gebleven. Lang leek het er op dat de band rond voorman Robin Pecknold er het bijltje bij neer zou gooien, maar de laatste maanden waren er toch weer flink wat geruchten over een nieuwe plaat van Fleet Foxes. Volgens deze geruchten zou Fleet Foxes volledig hebben gebroken met de indie-folk van de eerste twee platen en zou de band de progrock hebben omarmd.
 
Nu Crack-Up eindelijk is verschenen blijkt het allemaal wel mee te vallen. Een ieder die op zoek gaat naar invloeden uit de progrock, zal op Crack-Up hier en daar wat invloeden van de vroege platen van Yes ontwaren, maar op hoofdlijnen heeft Fleet Foxes een plaat gemaakt die een logisch vervolg is op het zes jaar oude Helplessness Blues.
 
Ook op Crack-Up maakt Fleet Foxes muziek die in het hokje indie-folk past en zijn er flarden te horen van de grote platen van Crosby, Stills & Nash en Fairport Convention. In vocaal opzicht doet het me wat meer denken aan Simon & Garfunkel, terwijl in muzikaal opzicht meer invloeden van The Beach Boys hoorbaar zijn.
 
Fleet Foxes verrast ook op Crack-Up weer met hele mooie songs, maar het zijn songs die weer net wat dieper graven dan op de vorige plaat van de band. Fleet Foxes zoekt op Crack-Up nog veel nadrukkelijker dan op de vorige plaat het experiment. De songs op de plaat zitten vol dynamiek en verrassing, Ingetogen passages worden afgewisseld met eclectische passages en met name in de passages waarin de vocalen ontbreken verkent Fleet Foxes nieuwe wegen.
 
Hier en daar is zoals gezegd een vleugje progrock te horen, maar invloeden uit de psychedelica zijn veel duidelijker aanwezig. In 55 minuten komen 11 tracks voorbij en met name de wat langere tracks op de plaat moet je meerdere keren horen voor je ze op de juiste waarde kunt schatten.
 
De experimenteerdrift van Fleet Foxes moet ook direct wat gerelativeerd worden. Hier en daar wordt de plaat al vergeleken met platen waarop het roer volledig werd omgegooid als Radiohead’s Kid A of Wilco’s Yankee Hotel Foxtrot, maar dat vind ik wat overdreven. Fleet Foxes zoekt zeker het experiment, maar heeft haar vertrouwde geluid behouden.
 
Het is een geluid dat dankzij de vernieuwende impulsen de afgelopen 9 jaar alleen maar mooier en interessanter is geworden, zodat de niet meer verwachte comeback van Fleet Foxes er een is om heel blij van te worden.

Erwin Zijleman

Je kunt hier luisteren naar 'Fool's Errand':

https://www.youtube.com/watch?v=X5hMBxYqq5c