donderdag 22 februari 2018

Shrimp. A Tale Of Golden Keys

I should have known. Listening to Shrimp for the first time I noticed how serious this album was. How utterly solemn the music of this band called A Tale Of Golden Keys is. Of course, it is from Germany.

Beyond that my thoughts went in another direction: a Snow Patrol clone with at times better songs, perhaps because of the seriousness of the music. Where Snow Patrol more than once goes over the cliff of bombast or just remains plain dull. Somehow Snow Patrol has a hard time finding and sticking to the middle ground. This German band finds it more than once and plays within and with my comfort zone (for this kind of music). How does the album fare after more listening sessions?

The start is so surprising. It sounds like the tune of TV series 'The Bridge' ('Hollow Talk' by Choir of Young Believers). That deeply melancholy song full of silences and suspense. A Tale of Golden Keys turns into another direction as soon as the band starts playing. The voice does keep the similarity going. And what an ironic song title 'Punk Rock Hit' is. The song certainly works towards a climax, but it is not one or at least not in the traditional sense of playing guitars loud and fast.

A Tale of Golden Keys is a trio from the Bavarian countryside around Nüremberg. According to the band it is the countryside that inspired the music and singing on Shrimp. Listening from a great distance I can hear the spaciousness the mix allows the music. There is a place and time for all instruments and voices. The mix and sound certainly are the first two things that attracted me to Shrimp. The album's sound is so clear that it immediately attracted my attention. Or, no, that was the Snow Patrol likeness, but I have simply gone so far beyond the comparison that it's become inconceivable.

The mix gives the music on Shrimp something mysterious and places it sort of outside of time. By creating the right circumstances the music can bring me in that place where nothing much else matters any more and time is stopped. "On my way out, I lost myself" is sung in 'Gospel'. It is the other way around. On my way in, I lost myself when listening to a beautiful song like 'Gospel'. There are several of these songs on Shrimp. The true beauty is released when I'm alone with it. In all other circumstances it is nice.

The artwork is also great in all its simplicity. The symbolism of a shrimp and a pigeon eludes me though. It probably choked on it. The combination with purple vinyl is just so beautiful.

A Tale of Golden Keys truly surprised me with the beauty of its music. The album grew on me step by step. Revealing more and more of its beauty with each spin. The album reminds me of the soft side of Madrugada, but even Saybia comes to mind as does Tim Christensen. All Scandinavians, yes. Showing that Shrimp has gone from the first influence reference to deeper and better influences. Giving its music unsuspected depth and warmth. The way some songs, e.g. 'In the Far Distance', are brought to a fitting climax, reminds me of the Norwegian progrock band Soup. Everything comes out to bring the album to an end in 'To Think', to end it with the words "Bring it back to square one". Indeed the little push I need to put it back on again.

With the weeks I was able to listen to this album, I came more and more to the conclusion Shrimp is a beautiful album. Serious, yes, but so beautiful. How the band lays out the puzzle between the three of them with four instruments to play live (drums, bass, guitar, keys), is not for me to solve. On record it works like a miracle. A beautiful album from Germany. Not something I write every day on this blog, but totally deserved.

You can listen to 'Restless' here:

https://www.youtube.com/watch?v=gJWB-1cxYtE


woensdag 21 februari 2018

Interview met Mark Lohmann van Moon Moon Moon

De Heerhugowaardse band, ook wel het lo-fi soloproject van Mark Lohmann, Moon Moon Moon is geen vreemde op dit blog. Vorig jaar bespraken we de platen 'Help! Help!' en 'Oohohoo' en trokken zowel .No als Wo. naar een optreden waarover beiden uitgebreid rapporteerden. Na het optreden in de Amsterdamse Vondelbunker, spraken Wo. en Mark Lohmann af een interview te doen. Hieronder staat het resultaat.

Interview: Wout de Natris

©  WoNo Magazine 2018

Je lijkt een voorstander van dingen in twee- of meervoud zeggen. Hoe kwam je op de band naam?
Het is de titel van een nummer van The Microphones! Ik was me er pas bewust van dat de eerste twee album titels en de bandnaam allemaal twee of meer keer hetzelfde waren toen mensen het tegen me begonnen te zeggen. I Want! I Want! en Help! Help! zijn allebei een titel van werk van William Blake dus ik had er gewoon nooit bij stilgestaan. Waarschijnlijk vind ik het iets charmants hebben omdat het raar is om twee keer hetzelfde te zeggen als je aan het praten bent, maar in poëzie is het vaak heel mooi.

Ik stel me je voor als iemand die de hele dag op zijn kamer bezig is met kunstzinnige dingen. Tekenen, schrijven, opnemen. Hoe ziet een gemiddelde dag eruit voor Mark Lohmann?
Ik probeer me aan een soort routine te houden, dat helpt namelijk om niet gek in je hoofd te worden. Tijdens de maand december, toen ik elke dag een nieuw liedje schreef, opnam en online zette was ik op m'n gelukkigst! Het vulde me met een soort duidelijke reden om te leven; om in ieder geval die dag een zo goed mogelijk nummer af te maken. Pretty sad, maar goed.

Als je moest kiezen tussen tekenen of muziek, wat zou het dan worden en waarom?
Muziek. Ik vind tekenen, animeren, videos maken etc. geweldig en het is soms op z’n eigen manier een stuk rustgevender en fijner dan muziek maken, maar een groot deel wat me plezier geeft tijdens het tekenen is muziek luisteren. Ik dacht vandaag toevallig nog hoe vervelend ik het vind dat ik niet naar andere muziek kan luisteren terwijl ik zelf met opnemen bezig ben. Muziek luister ik vrijwel altijd en beweegt mij op zo’n manier door het leven dat ik erachter ben gekomen dat dat echt het belangrijkste is voor me.

Gelukkig hoef ik in real life niet te kiezen! Nog beter.

Afgelopen voorjaar bracht je voor het eerst een plaat uit via een label. Wat bracht je tot deze keuze?
Deels een droom die veel optredens, meer luisteraars en reviews liet zien en deels dat ik Tiny Room Records gewoon heel tof vond. Stefan Breuer gaat echt door het vuur voor dingen die hij mooi vindt, zonder kleine lettertjes en what not. Het is een zeldzaam iets, maar hij doet het. 

In hoeverre is dit echt anders ten opzichte van een zelfrelease?
Het was fijn dat Stefan hielp met het plannen van de release + releaseshow. Hij stuurde de muziek ook rond naar blogs en mensen die hij kent. Ik heb zelf veel minder contacten omdat ik meestal niet praat op momenten waarop je kunt netwerken, dus in dat opzicht was het anders. En het is gewoon fijn om bij een collectie andere toffe muzikanten te zitten.

Niet veel later bracht je in eigen beheer al een volgende plaat uit. Was dit niet te snel of moest het er gewoon uit?
Waarschijnlijk te snel, volgens mij weet bijna niemand dat ik dat heb uitgebracht, maar fuck dat, ik zou het zo weer doen. Ik denk dat het belangrijk voor mij is om niet te lang te blijven hangen in eindeloze gedachtes over wat wel of niet slim is om succesvoller te worden. 

Uiteindelijk komt het hier op neer: ik focus me gewoon 100% op het maken van muziek, zo goed als ik kan, en als iets online staat kan ik makkelijker doorgaan naar het volgende. Zolang ik bezig ben met iets maken, ben ik OK.

Je maakt je platen in principe alleen, thuis. Je hebt ook een band. Wat maakt het aantrekkelijk voor je om alleen aan de slag te zijn met je muziek?
Het is hoe ik vrijwel altijd dingen heb gedaan dus dat proces voelt voor mij heel natuurlijk aan. Het geeft mij ook de vrijheid om duizenden verschillende dingen te proberen zonder dat ik studiotijd moet betalen of iemands geduld op de proef stel. Soms heb ik in één dag een nummer af, maar soms ben ik uren bezig met een orgelstuk van 30 seconden.

Maar sinds ik in een band zit met mensen die wél echt een instrument kunnen spelen zie ik bijvoorbeeld ook hoe waardeloos mijn drumtracks zijn in sommige nummers, dus ik hoop dat ik toch eens hulp durf te vragen aan de jongens voor dat soort dingen!

Vondelbunker, 28-10-17, by Wo.
Live sta je met vier anderen op het podium. Is het gemakkelijk om je muziek te vertalen naar een band geluid?
Het wordt steeds makkelijker naarmate we beter worden als band. In het begin was het een hel en kwam ik na elke oefensessie hopeloos thuis. Tegenwoordig gaat het een stuk fijner. Het ligt ook aan de albums. Het eerste album ‘I Want! I Want!’ was veel lastiger te vertalen dan latere albums. 

Je hebt kunnen deelnemen aan de Popronde. Wat is de invloed op je carrière? Merk je een verschil met ervoor en achter?
Het heeft positiever uitgepakt dan ik dacht! Voor de Popronde bestonden we voor mijn gevoel niet echt in de ogen van “mensen", na de Popronde zijn we een soort geest geworden. We bestaan, als je er in gelooft. Het meest positieve effect dat ik heb ondervonden is hoe leuk ik die maanden vond en hoe fijn ik het met mijn band heb “on the road”. Daarnaast ben ik door de Popronde ook de Journal Entry liedjes gaan schrijven, waar ik blij mee ben.

Wie zijn je grootste invloeden en hoe verhouden zij zich tot je werk?
Sparklehorse, Eels, The Microphones, Grandaddy, Daniel Johnston. Die bands die ik noem zijn tot een zekere hoogte (lo fi) eenmansprojecten en die heb ik altijd heel inspirerend gevonden, inspirerender dan grote money-backed projecten. Mark Linkous die “fuck it” zegt tegen de regels en z’n eigen producer werd in z’n garage en precies deed waar hij in geloofde en daarmee de mooiste muziek ooit maakte. Super inspirerend.

Verder wil ik ook The Smashing Pumpkins nog wel graag noemen, dat heb ik super veel geluisterd en ben ik nu weer opnieuw aan het ontdekken. 

Ik denk dat de overeenkomst is dat het allemaal super hardwerkende mensen zijn achter die projecten, wat mij altijd hoop gaf, want hard werken kan ik wel, geluk hebben met dingen; not so much!*

*Behalve dan dat ik in de westerse wereld ben geboren met genoeg eten en een huis en een familie, etc.

In het nummer ‘Disintegration Loop’ had een sample moeten zitten, maar dat lukte niet. Wat maakte het zo moeilijk om te regelen?
Redelijk kort verhaal: William Basinski mailde me in eerste instantie terug dat hij het heel mooi vond etc. maar dat het misschien lastig was om de samples te ‘clearen’ door het label. Toen ik zei dat ik het wel graag wilde proberen stuurde hij ook dat hij het na ging vragen hoe dat moest. Maar toen een paar dagen later kreeg ik een mail dat hij z’n muziek toch liever uit mijn nummer wilde hebben. Die sample was Disintegration Loop dlp 1.1, wat eigenlijk 3 akkoorden zijn. Een variatie daarop heb ik dus toen maar zelf in gespeeld met een bassoon.

De song ‘Oohohoo’ lijkt een soort hoorspel. Wat is het verhaal achter deze opname?
Toen ik dat album aan het afronden was zat ik nog even te scrollen door mijn iPhone memo’s, ik kwam dat geluidsfragment tegen. Dit is ongeveer het verhaal achter de opname: waarschijnlijk was ik een nummer aan het schrijven in de avond maar moest ik weg. Ik ga altijd op het laatste moment weg dus moest ik snel mijn jas en schoenen aandoen. Om melodieën niet te vergeten neem ik ze altijd op als een iPhone memo, maar dat had ik door de haast deze keer niet gedaan. Op de fiets nam ik dus alsnog de zanglijn op, maar terwijl ik aan het zingen was fietste ik opeens langs twee mensen. Ik had ze niet gezien omdat het donker was. Als de verlegen jongen die ik ben, schaamde ik me kapot. Dat soort dingen ergeren me altijd aan mezelf, dat ik me dan vervelend voel om zo’n klein ding, ik wil namelijk heel graag de impulsieve spontane persoon zijn. Met de belachelijke titel “Oohohoo” probeerde ik een persoon te zijn die niet elk minuscuul ding overdenkt en gewoon rare dingen durft te doen. Vandaar dat die opname en het album Oohohoo heten.

‘Taylor Swift’? Een eerbetoon aan een beroemde artieste of meer aandacht door een beroemde persoon in de titel trekken?
Hahaha! Zeker geen eerbetoon en zeker niet voor aandacht. Zoals bij veel van mijn nummers gebruik ik (in dit geval) Taylor Swift slechts als een voertuig om mijn eigen psyche te verkennen. Die zin klinkt vreemd.

Wat zijn je plannen voor 2018?
Ik ben nu met een game bezig (www.facebook.com/worstgrimreaper) waarin Moon Moon Moon muziek een centrale rol speelt en ik ben sinds gister begonnen met de opnames voor het nieuwe album, waar ik very excited over ben!

Je kunt het werk van Moon Moon Moon beluisteren en kopen op Bandcamp:

https://themoonmoonmoon.bandcamp.com/

dinsdag 20 februari 2018

Hay. Sander Donkers

"Biografie van grootste rockster van Nederland" luidt de ondertitel van Hay. Dat lijkt me volkomen terecht. De man die helemaal aan het einde van het boek ineens echt tevoorschijn komt, als een soort appendix, Herman Brood, mag uiteindelijk niet eens in de schaduw van Barry Hay (en zijn drie Earring broeders) staan. Laten we wel wezen, een paar leuke hits en verder veel raar gedrag en merkwaardig populaire schilderijen in de slipstream van zijn functie als nationale knuffeljunk. Zoals ik al schreef, er is qua prestaties geen vergelijking mogelijk, met niemand.

Barry Hay is dan toch echt de enige die deze titel met verve mag dragen. Als dit boek iets laat zien, dan is het de wijze waarop de Earring in de laatste 25 jaar verworden is tot een Nederlands icoon, rock royalty, waarvan wij er verder geen hebben. Er is niemand meer actief op dat niveau. Ze zijn allemaal aan de kant van de weg achtergelaten.

Sander Donkers heeft een soort pact gesloten met Barry Hay en zijn gezin, waardoor hij op de huid van Hay kon kruipen en alle verhalen die Barry kwijt wilde direct kon optekenen. Het laat zien hoe verwarrend zijn jeugd geweest moet zijn als jongetje van zeven die door zijn moeder uit zijn geboorte land, India, wordt weggeplukt en in Nederland op kostscholen wordt geplaatst. Daarna hoe dat jongetje uitgroeid tot een zanger in Haagse bandjes, tot dat hij gevraagd wordt in de Golden Earrings te komen spelen, een band die duidelijk haar plafond had bereikt in de toenmalige samenstelling met zanger Frans Krassenburg, aan wie verder niet één woord vuil wordt gemaakt. Ja, deze man zal zich verraden gevoeld hebben. Met Hay ging het direct de vaart der volkeren in. Vooral toen bleek dat de band echt beter werd door zijn zang, uitstraling en beheersing van het Engels. En door te kiezen voor ROCK. Langzaam groeide hij uit tot de tekstdichter van de band, met vrijwel alle grote hits op zijn naam. Natuurlijk, het muzikale talent van George Kooymans staat aan de basis van alles.

Het boek leest als een jongensboek. De schelm die door het leven struint en eigenlijk vrijwel overal mee weg komt. Een rokende puinhoop achter laat hier en daar, inclusief zichzelf. De financiële, bijna ondergang, komt niet als een verrassing wie 'Haagsche Bluf' en nu 'Hay' leest. De rand van de afgrond die de V.S. heet. Het geplukt worden door managertypes als Freddie Haaijen en Willem van Kooten, zonder wie wij allemaal nooit van hen gehoord hadden, wat het zo dubbel maakt. Ook voor Barry Hay zelf. Het mooie en misschien ook wel knappe van deze band is, dat ze het allemaal net op tijd inzagen en de zakelijke kant zelf ter hand hebben genomen. Vanaf dat moment is er een stijgende lijn. Niet zo zeer meer in platenverkoop, maar wel in pure omzet en winst. Golden Earring vond zichzelf niet alleen muzikaal een paar keer opnieuw uit, maar ook zakelijk. Dat is uiteindelijk het werkelijke geheim achter deze band en de reden waarom ze er nog steeds zijn. Naast ijzersterke hitsingles hadden de mannen het uithoudingsvermogen om door te zetten, ook als het (zwaar) tegenzat.

De persoon Barry Hay? Ja, wat moet ik er van zeggen? Hij leeft zijn rock en roll droom, ten volle, maar lijkt mij van de buitenkant, maar door het boek ook van zijn binnenkant, een moeilijk persoon. Iemand die uiteindelijk weg blijft vluchten van een paar demomen, die, eenmaal geconfronteerd, zijn leven misschien iets makkelijker kunnen maken. Hij accepteert het allemaal wel, stapt makkelijk over dingen heen. "There's no such things as perfect paradise", lijkt zijn levensmotto te zijn. Ook weer niet zo slecht. Toch, dat deel van het boek interesseert mij eigenlijk het minste. Wel ben ik blij voor hem dat hij het geluk gevonden heeft met Sandra en zijn dochtes en vol omarmt.

Het is mooi om te lezen hoe de band zich ontwikkelde en Barry als zanger. Voor mij persoonlijk is de Earring altijd een singles band geweest. Ik heb veel van hun jaren 70 en 80 albums, maar uiteindelijk speelde ik ze zelden en kwam ik altijd uit bij een Arcade of K-Tel Greatest Hits lp. Hun singles heb ik door de jaren heen bij elkaar gespaard. Er ontbreken er nog een paar, vooral van voor 1969. De aller, allermooiste heb ik wel 'Just A Little Bit Of Peace In My Heart' een wondertje van muzikale schoonheid. De laatste aanwinst is 'Where Will I Be', die ik een paar maanden terug tweedehands op de kop tikte voor een paar euro. Voor nu heb ik me voorgenomen om 'Seven Tears' weer eens op te zetten. Dat begint me 'She Flies On Strange Wings'. Nog zo'n enorm sterke single van Golden Earring.

Wat het hele verhaal mij weer eens deed realiseren is hoeveel goede en echt heel erg goede nummers deze band geschreven heeft in de afgelopen 52 jaar. Ja, 52 jaar, dat staat er echt en daarvan heb ik er heel veel bewust mee gemaakt, die hele groei vanaf eind jaren 60 mogen beluisteren. En dan gaat mijn petje nu gewoon even af voor Neerlands grootste rockster en zijn drie strijdmakkers. Chapeau!

Wo.

maandag 19 februari 2018

Octave Lissner live. Sunday 18 February 2018, Paradiso, Amsterdam

Photo: Wo.
Late last year this blog reviewed 'Wildflower', the debut album of Parisien Octave Lissner and did so favourably (read on here: http://wonomagazine.blogspot.nl/2017/12/wildflower-octave-lissner.html). When Wo. found out that Lissner was to play Paradiso he made sure to have a spot to watch this show.

It seems Octave Lissner has it all. The looks, the charms, the smiles but most of all the performing quality and the songs. Lissner played the small hall of Paradiso and managed to fill it quite satisfactorily. With just a drumkit, bass and acoustic guitar on stage I wondered how Lissner would recreate his sound as it contains a piano regularly. On the other hand I was pleasantly surprised to see a band setting. I could have imagined him playing solo.

The doubting of the recreation of the sound lasted exactly half a song. Not a second did my mind wonder towards a keyboard of some sort. The power the trio showed, Octave, bass player Pierre and drummer Tiss, was fantastic. Even though I had the idea that in some songs they were still finding their way together, it never made an iota difference on the end result. Always full of swing, soul, power and conviction. The three blended rhythmically and melodically.

Photo: Wo.
Of course there were only eight songs. Those on 'Wildflower'. Four new songs were played and two covers, 'Dead Flowers' by the Stones and Bill Withers' 'Kissing My Love'. The former I know for a long time and can sing every word along to. This is a difficult if not dangerous thing to do for a starting singer-songwriter. Where in some cases the cover becomes the highlight of the evening, Octave Lissner's set did not need any boosting. Yes, it was fun hearing his version, sure. His own songs stand up. Have their own memorability.

The good news is that his upcoming songs are so promising. It may well be that 'Silent Rage' was the best song played that evening. And it may be two years before I hear it again.

Photo: Wo.
Listening to the record again while writing this review (now with a signature on the sleeve), again I'm struck how much I'm thinking of Patrick Joseph's record 'Moon King'. Live his percussive guitar playing regularly brought Jarabe de Palo to mind. The whole was Octave Lissner though. With his fabulous drummer Tiss Rodrigues and bass player Pierre who played so many interesting runs on his bass, Lissner put down a perfect show winning his audience over for him 100%. "My best audience ever", he could be heard saying. Now I have heard that one before, but he smiled like he meant it.

If someone can get him on the radio and in a TV show of some sort here, a breakthrough ought to be within reach. As I wrote already, Octave Lissner seems to have it all. Including the only thing that really matters to me: the music. "Did you like the show?", I was asked afterwards. "You should be big in a few years time", I answered. With a big smile Octave answered: "We'll see".

Wo.

You can listen to and buy four songs from 'Wildflower'  here:

https://octavelissner.bandcamp.com/track/wildflower

Gotta Get A Grip / England Lost. Mick Jagger

Here I stood at my record store and my eye fell on a 12" single by Mick Jagger that had totally passed me by. Being a fan I bought it without a further thought. Two new songs by Jagger, after the recording sessions with The Rolling Stones failed, which resulted as if by default in the fabulous blues album 'Blue and Lonesome', released late in 2016.

It turns out 'Gotta Get A Grip' and 'England Lost' were released as a double sided A side 12"single on 27 July 2017, the day after Mick Jagger turned 74. According to Jagger both songs are a reaction on the uncertain political times the U.K. has moved into after the Brexit vote. Quite some statements and titles, I'd say, with little left to imagine on where he stands on this topic.

Where is Jagger musically in 2017? This is his first solo release since 2001, not counting the 'Alfie' soundtrack. His turn out of songs is extremely low in the past 17 years. With one Stones album of originals, 'A Bigger Bang' in 2005, his contribution to the supergroup SuperHeavy' (2011) and the 'Doom And Gloom' single in 2013. Has the old master held on to his tricks?

The first track 'Gotta Get A Grip' is a groove driven song, with not many changes in the melody. The moment I allow myself to get into that groove things are just fine. By building the song up layer by layer a monumental sound is created that takes everything away from the fact that this is a one riff song. From the drums starting the song to the multi guitars at the end is long way and all in just a little over 4 minutes.

'England Lost' is another song that is based on a groove more than on melody. Jagger's harmonica plays a greater role here and tears up the song in his solo. There are a few fine details to find. For example the few keyboard notes that sound out every once in a while. The guitars are very Keith and Ronny like here.

No, again, the songs are not the best Mick Jagger has released in the past 55 years. Yet they are certainly powerful and get the message he wants to send across. Just like at the ArenA show I was at in late summer, Jagger's voice is in great shape. Forceful and with a great diction. The fact that a senior citizen is standing up and telling his countrymen about the errs of their ways, is admirable. It's a dirty job but someone has got to do it.

Wo.

You can listen to 'Gotta Get A Grip' here:

https://www.youtube.com/watch?v=rYw6FxEGDCY

and 'England Lost' here:

https://www.youtube.com/watch?v=98gj0z0RkXE

zondag 18 februari 2018

LUWTEN. LUWTEN

Een luwte is volgens de VanDale een plek waar de wind niet komt, maar het is ook een synoniem voor een beschutte plaats of voor de schaduwkant.
 
LUWTEN is de naam van het nieuwe project van de Nederlandse singer-songwriter Tessa Douwstra, die eerder aan de weg timmerde met haar bands Wooden Sains en Orlando. Het is om meerdere redenen een goed gekozen naam.
 
Tessa Douwstra zocht voor het debuut van LUWTEN de stilte op en maakte muziek op plekken zonder afleiding of ruis. Dat hoor je nadrukkelijk terug in de muziek op de plaat.
 
Het debuut van LUWTEN valt op door subtiele klanken en is een plaat waarop, ondanks het bijzondere en vaak volle geluid, de stilte regeert. Op het debuut van LUWTEN is de wind gaan liggen en komt ieder detail aan de oppervlakte, wat zeker bij beluistering met de koptelefoon of bij flink volume zorgt voor een fascinerende luisterervaring.
 
Het geluid van LUWTEN is een geluid waarin elektronica overheerst en zorgt voor sfeervolle en dromerige klankentapijten, waarin overigens ook steeds meer organische accenten opduiken. Het zijn zich langzaam voortslepende en atmosferische klankentapijten die uitstekend passen bij de fluisterzachte zang van Tessa Douwstra, die zeer overtuigt als zangeres.
 
Het debuut van LUWTEN wordt vanwege de dromerige sfeer en de afwisselend grote rol voor elektronica en organische instrumenten vergeleken met de platen van Eefje de Visser, maar zelf hoor ik vooral raakvlakken met de briljante plaat van Sevdaliza, die op haar in 2017 verschenen debuut een geheel eigen muzikaal universum heeft gecreëerd.
 
Tessa Douwstra doet hetzelfde op het titelloze debuut van LUWTEN. Het is een muzikaal universum vol bijzondere klanken, die de ene keer dromerig en sprookjesachtig klinken, maar je met donkere klanken ook mee kunnen nemen naar de schaduwzijde.
 
Laat de muziek van LUWTEN uit de speakers komen en de aarde draait even wat minder snel. Laat de muziek van LUWTEN uit de speakers komen en je komt terecht in een wereld die even mooi als ongrijpbaar is.
 
Het knappe van de muziek van LUWTEN is dat de band rond Tessa Douwstra aan de ene kant druk bezig is met het creëren van lome en dromerige of bezwerende en fascinerende elektronische mozaïeken vol bijzondere accenten, maar dat op hetzelfde moment het popliedje met een kop en een staart niet uit het oog wordt verloren. Het debuut van LUWTEN is hierdoor een even ontoegankelijke als toegankelijke plaat; een bijzondere kwaliteit dievorig jaar ook het al eerder genoemde debuut van Sevdaliza typeerde.
 
Zeker als je met alle aandacht luistert naar de plaat, ontwikkelt het debuut van LUWTEN zich al snel tot een fascinerende luistertrip waarin je maar nieuwe dingen blijft horen en waarin tal van echo’s uit het verleden opduiken. Soms hoor ik wat van Portishead, soms wat van de eerste Twin Peaks soundtrack, maar ik hoor toch vooral een bijzonder eigen geluid, waarin met minimale middelen een bijna oneindige ruimte wordt gecreëerd.
 
Zeker wanneer het eigen energieniveau wat afneemt is het debuut van LUWTEN een wonderschone oase van rust, maar het is ook een plaat die onmiddellijk kan benevelen wanneer dat even nodig of gewenst is.
 
Na Sevdaliza heeft ook Tessa Douwstra samen met haar band een plaat gemaakt die internationaal zijn gelijke niet kent en die behoort tot het mooiste en meest bijzondere dat vorig jaar is verschenen. Iedere muziekliefhebber die deze plaat mist, doet zichzelf flink tekort.

Erwin Zijleman

Diverse songs van LUWTEN staan hier op Bandcamp:

https://luwten.bandcamp.com/ 

zaterdag 17 februari 2018

EP #II. Reiger

Reiger features on this blog ever since they played a support slot for Bettie Serveert early last year. From there EP I was reviewed. Followed by the support slot for Strand of Oaks just after my summer holiday.

Come 2018 and there is a new four song EP by Reiger. The anarchy I saw on stage in August at Tivoli/Vredenburg has been captured on record I notice. In 'Try' Reiger goes all out. A long rock jam is played out in a firm tempo. Nothing is sugarcoated here. Nothing is hidden. This is a song as it is. Yes, the voice must be miked, but its sounds as if Mathijs Peeters is singing from in between all the instruments gathered around him, as the nucleus of the 'Try' universe. There is no attempt at making the music sound any nicer. No, 'Try' is not punk, but more an alternative sort of rock, yet all is punk in attitude. 'Try' is jumping out of the speakers and into my ear. There's no hesitation involved. More a violation of a musical kind. And I like it.

EP #II has four very different songs on it. Reiger shows totally different sides of itself and succeeds. Nearly totally.

I had written the above, had the storyline in my head and then got the message that the final tracklist of the EP was different from the private Soundcloud account I could access. There went my storyline on how well this EP was built up. 'Stories' comes last instead of 'Dreamer'.

EP #II starts with 'Get It On'. This one comes close to punk. It's certainly anarchic. Just a repetition of a few chords and nearly shouted vocals somewhere underneath the music. At one minute 20 the song is already over. So pay attention. The loudness forces you by the way. So don't fret beforehand, just let it wash over you. Feel the rush of excitement flow through you. 'Get It On' is that kind of song.

The most beautiful song of the four is kept for last or so I thought. It is number two. The tempo goes down some, but more important the mood changes totally. The title is extremely befitting the song, 'Dreamer'. Reiger shows that it can restrain itself and play a beautiful song at the same time. Mathijs Peeters may run into the range of his vocal chords here, but shows the emotions befitting someone who is left behind. The double guitar solo sounds very Little River Band and Sherbet like -yes, I finally get to put two Australian bands from the 70s in one review- and give a smooth middle of the road rock element to an alternative rock song. She may be gone and he used to be a dreamer, when someone can write a song like 'Dreamer' anyway, not all is lost.

Next up is that powerhouse called 'Try', a song that excels in several ways. 'Try' starts very up tempo. My arm is feeling numb just from thinking about having to keep up, for so long. Yet, the vocal melody is great, the Gang of Four solo guitar eruptions surprising. The band keeps the tempo going, it really goes all out, so keeps the whole together where Gang of Four always seemed to fall apart. 'Try' is impressive and good. And that whole 80s doom thing is missing, a great boon as far as I'm concerned. This is not a song "trying to take a road to nowhere", but one to rock heaven.

The tempo goes completely down in 'Stories'. Reiger shows a totally different side of itself. More melodic, but also a more common side. 'Stories' is an okay song, but does not excel. 'Dreamer' would have been the perfect ending in my view. This is my only complaint though.

Now unfortunately the EP ends with the least impressive song of the four, but with EP #II Reiger has put a nice addition to its still small catalogue. This is a band to watch out for. Live it is able to play the tiles of the roof and it is able to capture this atmosphere on tape (or in digits). Especially where 'Try' is concerned the band is due a compliment which I think I have just given in the above.

Wo.

You can listen to and buy EP #II here:

https://reigermusic.bandcamp.com/

or on Spotify:

http://open.spotify.com/album/1FXlo3kYk2VBp5LcaYjgWx

vrijdag 16 februari 2018

Life Is Easy. Afterpartees

Music without a worry in the world. Life Is Easy, well have I got news for when the lads of Afterpartees get a bit older. So enjoy it while you can, lads. Afterpartees has released its second album and it is of an intrinsic lightness that indeed allows for listening under any circumstance. Just like the bio tells me.

The band's first album released about three years ago was sort of nice but it did not impress me enough to tempt me to write a review. Now that happens to most records, so there's nothing to be ashamed of here. What I do have good memories of is the show the band gave in Leiden at the Record Store Day party in Gebr. De Nobel. Afterpartees knows how to throw some energy into its show and that shows on stage, immediately.

This record is another affair though. The music is lighter and more relaxed. The band holds back and goes for the melody. An elementary one perhaps, but it is in search of the inner melody within its compositions. Just listen what happens to 'Lazy Come, Lazy Go'. There is the organ doing little things. Later the guitars go off and explore many a corner, blowing the song out of its confines and making it so much more interesting to listen to.

This is what Afterpartees has become better at. The band is three years down the road in its development and it shows. Do not expect spectacle, no, expect a band that has left the garage rock, a bit, behind and discovered that there is so much more once the tight confines of this idiom is left behind. The 60s are still very inspiring for sure, but set the opening song 'Ultimate Worries' against the title track and notice the differences. The latter rocks out, the former is the newer style the band developed. And I like both, yet 'Life Is Easy' is easier to warm to. The enthusiasm is so obvious.

This enthusiasm is continues in 'Somewhere'. A golden chorus where the band can go all out in. The inner dynamics of the are superb. It's about this point into the album, I start to notice a shift in the music. The guitars seem to come out more prominent as a standard. Slowly I get the feeling Life Is Easy has gotten off on a wrong start. Not to worry. The approach gives the album some more depth. While a song like 'I Like Your Heart' only heightens the party some more. Even towards the end of the album a really nice song like 'Let's Talk It Over' comes by. With "It's just like heaven to", the last sentence of the song, of the album even, the band all of a sudden gives away an influence that is not directly obvious. See if you can hear it. The balance of Life Is Easy is quite alright as well.

With Life Is Easy Afterpartees sets a nice new step. The album presents some songs to listen to more seriously while at the same time giving the fans some garage rock songs that will definitely grow into live favourites. What more can fans ask for? It's time to find on on some nearby stage soon.

Wo.

You can listen to 'Life Is Easy' here:

https://www.youtube.com/watch?v=RmSfU0irvFw

donderdag 15 februari 2018

Hyper Focus. Birth of Joy

Only recently the bandname Birth of Joy was mentioned on this blog in my review of the new The Silverfaces EP (read on here: http://wonomagazine.blogspot.nl/2018/02/the-silverfaces-silverfaces.html?m=0). The reason being the use of the Hammond organ in such a prominent way.

In the past I have been exposed to Birth of Joy but never so intensively as with its new album Hyper Focus. The title is pointing to all the (fake) news that is bombarding modern citizens. I took it as a hattipping to Dutch progrockers Focus. A band that was also able to rock out in this way. Of course Birth of Joy goes way beyond this. Hyper Focus draws me back into, the faintest of memories of, an album like 'Uriah Heep Live'. Where rock meets psychedelia.

This album holds it all. Progrock chord changes, full on (classic) rock, psychedelic jams. Birth of Joy holds back nothing and goes full out. The band is another example of the success of the rock academies in this country. The trio, Kevin Stunnenberg (voice/guitar), Bob Hogenelst (drums), Gertjan Gutman (organ), started there in 2008 and released 6 albums, including two live sets, since then, making Hyper Focus its 5th studio album. In the past decade they have toured Europe and beyond relentlessly.

Promo foto: Tom van der Heiden
On Hyper Focus the band rocks and shows a level of proficiency in its playing that makes me think of Zappian breaks while not changing the pace of the song. Where bands like Deep Purple come to mind immediately, think songs like 'Fireball' or 'Space Truckin'', Birth of Joy remains more down to earth. Stunnenberg is no Ian Gillan, that explains part of it. The other part is that it provides the band with an own sound. Something that is well worked out on Hyper Focus.

There are two sorts of songs on Hyper Focus. The ones like 'Riff Raff' do not get to me. They are too monotonous, more riff than raff. In other songs the melody comes out more and makes Hyper Focus instantly pleasurable. Just like the attempt at subtlety in 'Forenoon' is quite satisfying. The twists within songs can change into improvisations that frankly could go anywhere before the band returns to the core. I simply like some more variation in songs than 'Riff Raff' provides.

To wrap it all up. If you like your organ to really, really rock out this is your album. Birth of Joy may follow in the footsteps carved out by a band like DeWolff, it fills them with pride and zest.

Wo.

You can listen to 'Hyper Focus' here:

https://www.youtube.com/watch?v=AF4v7-YaLiU


woensdag 14 februari 2018

The Analogues plays "The White Album". Carré, Amsterdam Monday 12 February 2018

Photo: Wo.
My fourth The Analogues show in about two years. Five if I count its showcase in the 'De Wereld Draait Door' studio. The band tackled the most ambitious The Beatles album, the four sides of what the world has come to call "The White Album". It was never my favourite compared to the two super albums it is lodged in between. So is it time for a reappraisal?

The White Album and I will go back to around 1980 I suppose. Before that there was only "the blue one", '1967-1970'. I remember hearing 'While My Guitar Gently Weeps' for the first time and being stunned by the strength of the song. With the exception of 'Ob-La-Di-Ob-La-Da', a, for The Beatles minor hit early in 1969, the album was a mystery to me. And I simply did not really like it, and 'Revolution #9' had to do a lot with that.

The album does play a special role in my student years. When I needed a bigger cupboard in my 3 by 4 meters dorm room, for clothes, plates and stuff, I asked my parents to look out for one. They let me know they found one and my brother would bring it while moving himself. To my astonishment a three layered living room piece was delivered that had to be carried up seven flights as it didn't fit into the elevator. And it fitted against one of the long walls. Dark coloured, huge and ugly. But my stuff fitted in there, including all my albums. On the four top doors I taped the four mini posters of The Beatles from the album. How popular the band was at the time (not), showed that my dorm mates quipped that they laid buried behind the doors.

Fast forward to 2018. The Analogues come on stage and start 'Back In The U.S.S.R.'. The strength of the song and the band's performance suck me into the show only to really let go after the second encore 'All You Need Is Love'. I notice a change in the line up. Despite sitting nearly beneath the roof of Carré I would say Felix Maginn, ex-Supersub and (ex?) Moke, was standing on stage. Later it turned that Jan van der Meij had to leave the band due to hearing problems. This sound very serious. Hopefully for him things will turn out alright.
Photo : Wo. Screen of 128 White Albums

In his book '1966' Jon Savage writes somewhere that there were The Beatles and that everybody in London was waiting for what the band would do next and follow at a faster or slower pace while others were left behind for ever. In 1968 things were the same. Where all bands were still dabbing in psychedelia The Beatles (and to its credit The Rolling Stones, as 'Jumping Jack Flash' is the blueprint for the next 50 years of its career) took a sharp turn in another direction. Strictly looking on 'Sgt. Pepper's' anything went also, but somewhere in between there is a lot of psychedelia in singles and 'Magical Mystery Tour'.

'The Beatles' is simply a totally different album. So many layers can be found on it, but a lot of the extras were done away with. The songs are so divers and several among the best the band has done. George Harrison showed himself a mature songwriter, John Lennon dug deeper than ever, Paul simply did everything he felt like, from 30s jazz to the invention of heavy metal and Ringo Starr wrote his first song and gets a country fiddle into The Beatles repertoire. The album is full with musical jokes, mystery pieces that do not seem to belong to anything and short snippets of songs that come from and go nowhere. Foremost by far the most songs were so much down to basics. Direct, empty. So when the extras do come in, they are a surprise. Adding something really special. 'The Beatles' is The Beatles.

All that The Analogues played, except the piggy sounds in 'Piggies'. And the little Spanish guitar at the end of 'Wild Honey Pie' (what is it doing there?) was a tape, I think. If one of The Analogues members was able to play that, he would have wanted the lights on alright. The music allows for small jokes and the musicians make them with obvious pleasure. The three recorder notes in 'Glass Onion', the high piano notes in 'Ob-La-Di'. (Even that horrendous song sounded nice in this context.) A harp in 'Good Night' is rolled on stage for just a few notes.

Again I notice that in my lifetime there really only has been one band. There is no other that comes close in quality, in singing, in harmonies, in arranging, in diversity and what not. The Beatles is simply the best pop music had and has to offer. Oh yes, I like loads of other bands, that I play a lot more than I do The Beatles in the past decades. It just took The Analogues to make me remember just how good I think The Beatles are. If a band comes close it is Pink Floyd in the 70s. Both are a part of my DNA.

Photo Wo.
A singer called Wouter Bakker replaced Van der Meij in the high Paul songs (and one John, I think). He sang the three really big rock songs on 'The Beatles' fabulously. And the biggest challenge? That musical collage I always skip? (Thanks to this show I was reminded how good 'Savoy Truffle' is. Great swing with all the horns in it.) As was correctly stated, The Analogues re-enact the studio songs of The Beatles the band never played live itself. 'Revolution #9' was never played in any form. It is a collage of existing sounds. So they put a tape recorder on stage with a self-created collage by bassplayer Bart van Poppel and a movie on the screen. Even then 8 minutes plus were long, but doable. During the whole show on the collage made of photographs of 128 'The Beatles' albums in current states, animations were shown accompanying the music. The Analogues shows keep growing.

In the encore Vox amps everywhere and a Ludwig drumkit. We went 1963-1964 for three songs, starting with the first song of the first album. A song that already showed what this band was capable of as composers. There's nothing much standard about the rock and roll song 'I Saw Here Standing There'. Such a great song.

'The Beatles' is a much more elementary album where studio musicians were concerned, yet someone is needed to play that one horn note somewhere. In the lullaby 'Good Night' all could get on stage and in the grand finale 'All You Need Is Love'. Leaving me just in awe of the power of the music of The Beatles and of The Analogues who have pulled this off again.

'The Beatles' is fabulous album by a band on the top of its creative game. It only has one flaw, besides 'Revolution '9' of course, there are that other two albums: the one that preceded it and the one following it. All in the course of a few years, 1967, 1968 and 1969. In between many hits were released not to be put on albums, 'Magical Mystery Tour' and 'Let It Be' were recorded as well. So everything is by comparison, even 'The Beatles'. There's no doubt where this album belongs: near the top of every list of albums from the 60s and far beyond.

Stepping into the car coincidentally 'I Go Wild' was on a mix MP3 disk. No matter how much I love The Stones, I just knew: there is no comparison. Like in 1966 and 1968 there is only one band on the top of the pantheon. The rest is just satellites.

Let me end with a thought that just entered my head. What if The Analogues were to go and make that album The Beatles could have made had they not stopped being a band? Just imagine the hits on that album!?

Wo.

A Scandal In Bohemia. The Jazz Butcher

Within half a year Fire Records releases two box sets with albums by a band that I had never heard of before. It seems the label specialises in doing these sort of thing. E.g. Pere Ubu and The Bevis Frond can be found on these pages. Now The Jazz Butcher follows in their slipstream. Last October Fire Records released 'The Wasted Years' and in March 'The Violent Years' will follow.

I picked out one album to see what I think of the The Jazz Butcher, like I have done with several of the other box sets in the past. Why A Scandal In Bohemia? Simply because it is the first album in the first set? Well not only. The title holds something intriguing as well. It is 1985 in Oxford. Bohemia is still behind the Iron Curtain and not a place to just drive to without real borders and passport controls. So why call an album A Scandal In Bohemia?

What I notice digging into the album is that it goes from dark wave that I hated so much at the time to whatever comes into the mind of Pat Fish and his compadres at the time. Nothing seems too far out it seems. Every idea is explored and worked out in the rehearsal room and brought to the studio. Fish sings some of the songs with that typical voice of the time. All influenced by the master of death Ian Curtis. Luckily it seems he had already discovered another tone as well, often aided by others in the band.

Press photo
Within 40 minutes The Jazz Butcher leads me into so many different small corners of the pop and rock music that I both like and dislike that it nearly leaves me dazed and confused. No there is no classic rock here. What I have found, is (Irish) folk, new wave, The Velvet Underground, (early 60s) pop, punk, country/surf and all brought like the band does nothing else; per song. In short, the band specialises in all these different influences and sounds in a way I would not have been surprised to have heard a top cover of 'Dancing Queen' on the album. So confusing it will probably have been too much to ask from most listeners who liked to be locked into their little bubble in the 80s. You were in or out at the time. There was little in between.

And here's The Jazz Butcher stepping over all these boundaries and here I am in early 2018. The guy who abhorred most of what went on musically in the decade called the 80s and having a great time, most of the time, with A Scandal In Bohemia.

Press photo
The start is upbeat, the Cure style with 'Southern Mark Smith (Big Return)'. I suppose the Smith from that 80s exponent The Fall*? The acoustic guitars give the song a pop feel. The lead lines on the electric guitar go back to the early The Cure songs infused with a little Big Country spunk. The Jazz Butcher is just as direct. The richness of the ideas and additions of sounds and the organ give away that this is not just a new wave punky band releasing its first song of the first album. This band has thought had about what it wants. The little bell sounds that opens the second song, 'Real Men', only attest to this idea. The song is as dark as the early Simple Minds songs and Comsat Angels, etc. And there are these little bells the whole time and the soft sounding chorus harmonies singing "real men from hell" as if they are seeing angels instead. The combination works real well.

With this I have found the key to this album. The Jazz Butcher loves to combine influences from different spectra and work them into a new song. Together Pat Fish, Mark Eider, Owen Jones and David J. brew these influences into a unique The Jazz Butcher song. They even do a Stray Cats pastiche, 'I Need Meat', but not without adding something the U.S. band would never have thought of in its wildest. Let alone the title.

Press photo
A Scandal In Bohemia is an adventure in music where everything is allowed. I read somewhere someone declaring it one of the best albums ever made. I would not want to venture that far, but it certainly has a fair chance entering my list of favourite albums of the 80s. This is an album that lovers of music from the 60s and 70s and 80s should give a chance. There is so much to discover, so many hints of pleasant influences and far beyond the few I have mentioned here, that A Scandal In Bohemia is also a pub music quiz, next to a musical delight.

Except for that question at the beginning I haven't got answered, nothing much remains to be desired.

Wo.

* I wrote this review one day before the demise of Mark E. Smith was announced.

You can listen to and buy 'The Wasted Years' here:

https://thejazzbutcher.bandcamp.com/album/the-wasted-years

dinsdag 13 februari 2018

Jen Cloher live with Hachiku, Rotown, Rotterdam. Sunday 11 February 2018

Photo: Wo.
"Paralysis" is the first word in my favourite song on Jen Cloher's latest album. Well this show was anything but. There was so much, positive, energy coming off the stage. The fun of being able to play these songs together in a small venue in Rotterdam showed. The interaction between the four musicians was obvious for all to see. And thus the music was able to do all the talking. A sheer powerhouse played itself out.

Jen Cloher's latest album had quite an impact on me. One of those records that immediately nestle themselves within me. Where every twist and turn take my brain on a magical ride. (What does this say of Maggie Brown's 'Another Place' that ended first on my 2017 list?) When I heard she would only play one show in The Netherlands this winter, I found to my surprise that it wasn't hard at all to get tickets. Especially when it became clear that her wife would be on stage with her.

Photo: Wo.
Of course the fact that Courtney Barnett was on stage gave the show a little extra. The indierockpress darling of 2015 played a support role on Cloher's side as lead guitarist and showed the world what an inventive and tremendously expressive guitarist she is. She was hard at work at times. It made Cloher shine the more. And shine she did. She's not a person who basks easily in the spotlight. Here there is a stark contrast with the easy smile Barnett flashed in the few moments that she did take the spotlight. The moment Jen Cloher does smile it is broad and radiating. It shows part of her inner beauty and the joy of playing in front of an enraptured audience. Oh, enraptured we were.

Photo: Wo.
The songs from 'Jen Cloher' were familiar. I found out that there's a world to discover. Several of the songs that came by were unfamiliar, except for the one on 'Lotta Sea Lice' by Courtney Barnett and Kurt Vile, 'Fear Is Like A Forest', now duetted by Cloher and Barnett. And they all sounded great, no exception. Their voices blend and contrast really well. Added to by bass player and drummer heightened the harmonies no little at times.

Thinking that several of the lyrics on 'Jen Cloher' touch upon Barnett's breakthrough and Cloher being at home alone contemplating the changes in their respective lives, it must be the sweeter that they are enjoying the start of Cloher's breakthrough together. "If I could have a wife", Cloher sings in 'Analysis Paralysis', followed by "I would pay my fines, pay my taxes on time". That part is taken care of with the new Australian legislation and the big wedding ring on her finger. Seriousness and humour in one sentence. Well done.

If anything Jen Cloher's debut in Rotterdam was a huge success. Intense, well-played and memorable.

Photo: Wo.
Supporting was label mate Hachiku or Annika Ostendorf from Australia by way of Germany. Playing alone with pre-recorded percussion and sampled vocals, keyboards and guitar, songs little by little came alive. Six in all Hachiku had time to play. All had their moments and were at a minimum charming and some were at my introduction to them downright good.

The presentation was a bit messy and needs to be worked at a little. Let's say more absent-minded professor than musician playing live on stage. Once Annika got down to playing things went pretty well. The songs are of a lo-fi nature and give the impression anyone could play them after a few guitar lessons; until the ease with which the melodies flow register. Playing may be one aspect, writing and arranging is definitely another and more important factor. In everything Hachiku reminded me of Italian singer-singwriter Cecilia I met last summer. Perhaps there's a place for here at the label?

It is to early too say Hachiku is a real talent. To write that some more songs to her repertoire are necessary. The fact that she was signed by Milk! Records is a sign her talents are recognised by Cloher and Barnett. That is a start, I'd say. Perhaps more on her EP soon.

Wo.

You can buy all Milk! Records products here:

http://milk.milkrecords.com.au/


maandag 12 februari 2018

From A Room, Vol. 2. Chris Stapleton

De Amerikaanse singer-songwriter Chris Stapleton schaarde zich met zijn debuut Traveller uit 2015 in één klap onder de smaakmakers binnen de hedendaagse countrymuziek.
 
Dat ging voor Chris Stapleton zeker niet vanzelf, want de Amerikaanse muzikant probeerde op dat moment al een jaar of 15 een bestaan op te bouwen in Nashville, Tennessee.
 
Eerder dit jaar keerde de oorspronkelijk uit Staffordsville, Kentucky, afkomstige singer-songwriter terug met From A Room, Vol. 1 en kwam Chris Stapleton bovendien met de belofte om in 2017 ook nog het tweede deel van de plaat uit te brengen.
 
Ik vond het eerste deel van From A Room een prima plaat, maar naarmate ik het album vaker beluisterde mistte ik toch de magie van Traveller. Die magie lijkt gelukkig terug op het tweede deel van From A Room.
 
De plaat werd gemaakt met dezelfde muzikanten, wederom nam topproducer Dave Cobb plaats achter de knoppen en ook op deel 2 van From A Room laat Chris Stapleton horen dat hij de klassiekers binnen de countrymuziek kent. Grotendeels hetzelfde recept dus, maar toch doet From a Room, Vol. 2 veel meer met me dan het eerste deel.
 
Direct in de openingstrack maakt Chris Stapleton samen met zijn vrouw Morgane Hayes-Stapleton indruk met een duet dat onder de huid kruipt en ook in de countrystamper die volgt klinkt de muzikant uit Nashville net wat gedrevener dan op zijn vorige album. In track 3 duiken voor de tweede keer de fraaie vocalen van vrouwlief Morgane op en daar kan ik niet genoeg van horen.
 
De grotere rol van Morgane Hayes-Stapleton is één van de redenen dat ik het tweede deel van From A Room hoger waardeer dan zijn voorganger, maar ook de instrumentatie is door het directe en net wat eenvoudigere geluid aansprekender en trefzekerder.
 
Ik weet nog dat ik eind 2015 compleet van mijn sokken werd geblazen door Traveller en dat gevoel is terug bij beluistering van From A Room, Vol. 2. Chris Stapleton laat op zijn nieuwe plaat horen dat hij binnen de countrymuziek een breed palet bestrijkt en dat hij al deze invloeden en invloeden uit omliggende genres als folk, blues, soul en Southern rock verwerkt in songs die net wat meer met je doen dan die van collega muzikanten.
 
Het helpt waarschijnlijk dat Chris Stapleton binnen de groep van nieuwe en jonge countrymuzikanten een relatief ouwe rot is (hij wordt dit jaar 40), wat de songs van de Amerikaan voorziet van meer diepgang en doorleving dan bij de jongere garde gebruikelijk is.
 
De stem van zijn vrouw is inmiddels al meerdere keren geroemd, maar ook Chris Stapleton maakt op zijn nieuwe plaat indruk met rauwe en emotievolle vocalen, die de songs op de plaat stuk voor stuk naar grote hoogten tillen.
 
From A Room, Vol. 2 is zeker geen totaal andere plaat dan zijn voorganger, maar de instrumentatie, de zang en de songs op de nieuwe plaat doen meer met me dan deel 1 eerder dit jaar. Het tweede deel van From A Room schuurt daarom een stuk dichter tegen het briljante Traveller aan en onderstreept nogmaals dat Chris Stapleton binnen de hedendaagse countrymuziek één van de grootste talenten is. Prachtplaat.

Erwin Zijleman

Je kunt From A Room, Vol. 2 hier beluisteren en kopen:

https://chrisstapletonofficial.bandcamp.com/releases